Zwarte zwanen Kritiek op de gemakzucht

‘Geluk is een overschatte emotie’

Publiciste Heleen Mees pleit voor een kansenmaatschappij, model New York. ‘Als mensen hun energie aan andere zaken zouden besteden dan aan in de file staan voor Ikea stonden de kranten niet vol met al dat gevit op Marokkanen.’

VOOR HET INTERVIEW BEGINT ziet Heleen Mees dat we ook haar boek Weg met het deeltijdfeminisme bij ons hebben. ‘We gaan het toch niet ook over dat oude boek hebben?’ Mees (1968) is econoom en jurist en mede-oprichter van Women on Top, heeft een column in NRC Handelsblad en publiceerde in april het boek Tussen hebzucht en verlangen. Haar doorbraak als publicist kwam met een aanval in NRC Handelsblad op het gebrek aan ambitie van Nederlandse vrouwen. Terugkijkend verzucht ze: ‘Het was me een lief ding waard geweest als ik met een ander thema was doorgebroken.’ Ze is dan ook blij dat haar publiek sinds haar tweede boek, over de kredietcrisis en de kansenmaatschappij, minstens voor de helft uit mannen bestaat.
Ze praat graag over New York, waar ze deels woont. In columns betoogt ze dat migranten in die Amerikaanse metropool beter af zijn dan in Nederland. Ze ergert zich aan de discussie over de multiculturele samenleving: ‘Mensen die niet in Nederland wonen zijn verbijsterd over de mate waarin allochtonen hier een kwestie zijn. Voor iemand die gewend is aan New York is de grofheid waarmee hierover wordt geschreven ongekend.’ Ze heeft een artikel bij zich uit de Volkskrant (26 juni 2009) over de benoeming van Martin Sitalsing als eerste allochtone politiecommissaris. De kop: ‘Niet alleen allochtoon, maar nog capabel ook’. De suggestie is dat zoiets verbazing wekt. Dat dit in Nederland zonder blikken of blozen kan worden opgeschreven staat haaks op Mees’ wereldbeeld.
Is zo’n bericht niet een onbedoeld gevolg van positieve actie? Moeten mensen niet juist door die positieve actie steeds de verdenking wegnemen dat ze alleen zijn gekozen om hun afkomst of sekse? ‘Het zou zo plezierig zijn’, zegt Mees, ‘als we in Nederland eindelijk eens gaan beseffen dat niet iedereen dezelfde kansen krijgt. En dat als je echt een kansenmaatschappij wilt je daar wat aan moet doen. Dan zul je mensen uit sommige groepen een zetje moeten geven. Als ik een ideaalbeeld van Nederland heb is het een land waar mensen snappen dat diversiteitsbeleid en positieve actie nodig zijn. Als je gelooft in diversiteit, en na tien jaar New York doe ik dat als geen ander, voel je je ook niet meer comfortabel in een ruimte met alleen maar witte mensen.’
De New Yorkse burgemeester Bloomberg draagt uit dat migranten essentieel zijn voor het economisch succes van New York. Andersom is de stad volgens Mees ook goed voor migranten: ‘Migranten krijgen er, anders dan in Nederland, echt kansen. In Nederland denken we mensen te helpen met een uitkering. En dan denken we nóg dat we eigenlijk te goed zijn voor ze. Mijn ervaring is dat je in Nederland gewoon geen kansen krijgt als je niet voldoet aan het Nederlandse model van blauwe ogen en blond haar. In de Verenigde Staten is positieve actie een gevestigde praktijk. Ook Michele Obama kon daardoor terecht op Harvard en Princeton.’
Maar het is de vraag of de voordelen van een kansenmaatschappij voor mensen aan de onderkant even groot zijn: ‘In Nederland belanden migranten vaak in een uitkering. In New York niet. De loonkosten zijn er ook lager. Mensen kunnen daardoor meteen aan het werk, ook als ze de taal niet spreken. Alle onderzoeken wijzen uit dat meteen aan het werk gaan de makkelijkste manier is om de nieuwe taal op te pikken en de mores van de samenleving te leren.’ Mees pleit er daarom voor om ook in Nederland de brutoloonkosten aan de onderkant van de samenleving te verlagen. Zo worden nieuwe banen gecreëerd. Hier doen mensen alles zelf. In New York wordt veel werk uitbesteed. Men eet buiten de deur, of haalt af. Dat levert banen op voor laaggeschoolden en nieuwkomers.
Mees benadrukt vaak dat ze geen pleidooi houdt voor het Amerikaanse model, maar voor het New Yorkse model. Daar zouden minder nadelen aan kleven. Maar is New York wel zo ideaal? We confronteren haar met onderzoek waaruit blijkt dat in de staat New York zestig procent van de zwarte kinderen naar een school gaat die voor negentig procent uit zwarte kinderen bestaat. Hoe past dat bij de idealisering van New York? ‘Alsof we in Nederland geen last hebben van schoolsegregatie! Maar toegegeven, daarin is New York niet ideaal. Ik ben de eerste die pleit voor gedwongen spreiding van migrantenkinderen over scholen.’
Niet alleen gaan kinderen apart naar school, houden we haar voor, mensen wonen ook gescheiden. Wie weinig kan betalen heeft in rijke buurten niks te zoeken. ‘Dat is deels historisch zo gegroeid, een erfenis van de slavernij en de rassensegregatie. Inmiddels is het wel beter geworden. Ik woon in Brooklyn, daar kom ik meer zwarte mensen tegen dan in mijn buurt in Amsterdam.’

IN HAAR COLUMNS bepleit Mees niet alleen een verlaging van de brutoloonkosten voor laaggeschoold werk, maar ook het ondernemerschap als manier om hogerop te komen. Uit recent onderzoek blijkt dat in Nederland juist onder ondernemers de armoede groot is. Is dit misschien een zwarte zwaan, een fenomeen dat slecht in haar wereldbeeld past? ‘Het ondernemerschap in Nederland is ook vrij moeizaam. In New York is het veel makkelijker om een eigen bedrijf te starten en zo op te klimmen.’ Verklaart dat volgens haar ook dat veel ondernemers nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden en eigenlijk werken voor een uurloon dat onder het minimumloon ligt? Het ondernemerschap is volgens Mees natuurlijk geen garantie voor een goudgerande toekomst: ‘Als het niet lukt, dan ben je een slechte ondernemer en moet je een vaste baan gaan zoeken. Maar minder bureaucratie en lagere loonkosten zou veel ondernemers in Nederland ook helpen.’
Een spiegelbeeld van de verheerlijking van New York door Mees is een recent artikel in The New York Times van Russell Shorto, de directeur van het John Adams Instituut. Hij hield een lofzang op Nederland. Mees schreef in een kritische reactie dat Shorto een passant is. Voor hem is het makkelijk om een aantal mooie dingen van Nederland aan zijn Amerikaanse publiek ten voorbeeld te houden omdat hij ‘zich geen zorgen hoeft te maken over de toekomst van het land waarin ik ben opgegroeid’. De vraag is of dat ook voor Mees geldt. Is zij ook een passant die de mooie dingen van New York kan bezingen zonder zich te bekommeren om de schaduwzijden van het New Yorkse leven? ‘Shorto miskent hoezeer er een verband is tussen de Nederlandse verzorgingsstaat die hij verheerlijkt en de opkomst van Geert Wilders. Hij vertelt de helft van het verhaal, omdat hij niet laat zien dat de verzorgingsstaat de integratie belemmert. Dat is het probleem met die literaire types. Ze hebben geen verstand van zaken. Shorto heeft het wel over Vincent van Gogh de schilder, maar niet over Theo van Gogh die is neergestoken.’

OM INZICHT TE KRIJGEN in het wereldbeeld van Heleen Mees vragen we haar van welk boek ze sterk onder de indruk is. Ze noemt Occidentalism: The West in the Eyes of its Enemies van Ian Buruma en Avishai Margalit. Daarin leggen de auteurs de parallellen bloot tussen de kritiek op het Westen van Russen in de negentiende eeuw, Duitsers en Japanners in de jaren dertig en de naoorlogse islamitische kritiek. Steeds staat het Westen symbool voor een decadent leven, dat geen hogere waarden meer kent. Met veel gevoel voor dédain noemden Duitse criticasters van de parlementaire democratie dat Komfortismus. Lijkt dat op de door Mees veelgeuite kritiek op de hedendaagse gemakzucht? ‘Misschien wel’, zegt ze. ‘Een van de redenen waarom ik het zo geweldig vind om in New York te wonen is dat als je de straat op gaat je gewoon ziet dat het leven moeilijk is. Dat is troostrijk en heeft ook een zekere schoonheid. Ik kan het zo’n valse illusie vinden als mensen zo tevreden zijn. Dat gezapige, dat comfortabele! Je kunt toch niet altijd op het terras zitten, bitterballen eten en denken dat dat alles is? Van mij mag best zichtbaar zijn dat het leven ingewikkeld is.’
Keert zij zich tegen mensen die liever van het leven genieten dan ambities na te jagen? ‘Dan zit ik op een terras, prachtig weer en zie ik mooie goed opgeleide vrouwen die met hun kinderen in de weer zijn. Dan lijkt het leven bijna perfect. En, denk ik, waarom stoort dit me? Dan word ik met mezelf geconfronteerd en denk: wat vind ik hier nou verkeerd aan? Weet je wat het is? Die deeltijdvrouwen zitten die vrouwen die méér willen dan kinderen in de weg. Daarom stoort het me. Dat is statistische discriminatie. Als driekwart van de vrouwen uiteindelijk in deeltijd gaat werken zal een werkgever die een ambitieuze kandidaat zoekt liever een man nemen. Dan loopt hij niet het risico dat ze na het eerste kind op een laag pitje gaat werken. De deeltijdvrouwen verpesten het voor de vrouwen die wél willen.’
De afkeer van een comfortabel leven geldt ook voor haar persoonlijk. Nadat zij naar New York was gegaan heeft het haar lang tegen gezeten. Ze verloor haar baan en haar grote liefde. ‘Dat ik me toen heb herpakt is heel vormend geweest voor mijn wereldbeeld.’ Ze schreef het stuk tegen het keuzefeminisme op een moment dat ze naar eigen zeggen zelf thuis moedeloos op de bank zat. Een groot project was net mislukt: ‘Kennelijk was het stuk ook tegen mezelf gericht. Mijn eigen vrouwelijke remmingen zitten ook mij in de weg. Het heeft ook mij tijd gekost: zeggen dat je goed bent in dingen, je mening laten horen en je positie opeisen.’

IN NEDERLAND slikken een miljoen mensen een antidepressivum. Volgens de psycholoog Trudy Dehue, auteur van De depressie-epidemie, ligt dat ook aan de prestatiemoraal. Mees: ‘Daar geloof ik helemaal niets van. Er is zoveel onderzoek dat zegt dat mensen méér last hebben van onderdruk dan van overdruk. Voor mij geldt dat in ieder geval wel. Ik voel me veel beter als ik ergens geconcentreerd mee bezig ben. Er worden eerder te weinig dan te veel eisen aan mensen gesteld. Als mensen hun energie aan andere zaken kwijt zouden zijn dan aan het in de file staan voor de Ikea zouden de kranten niet vol staan met al dat gevit op Marokkanen. Ik ga me pas zorgen maken over de prestatiemoraal als er een miljoen mensen aan de cocaïne zijn.’
Hoe meer we van mensen eisen, des te meer mensen het niet kunnen bijbenen. Baart dat geen zorgen? ‘Dus moeten we allemaal mislukken? Moet ik mij conformeren aan de deeltijdfeministen zodat zíj zich niet mislukt voelen? Dan sterven we allemaal in middelmatigheid. Mijn idee is dat uiteindelijk iedereen, binnen de eigen capaciteiten, het beste uit zichzelf moet kunnen halen. Een kansenmaatschappij wil niet zeggen dat iedereen precies hetzelfde kan bereiken.’
Mees vindt ook niet dat het zoeken naar geluk het belangrijkste is in het leven: ‘Mijn ambitie hangt niet samen met het zoeken naar geluk. Geluk is een overschatte emotie. Je ontwikkelen is belangrijker. Beter worden, méér weten. Van meer weten word je misschien wel een stukje ongelukkiger.’

Dit gesprek is gebaseerd op een interview met Heleen Mees in de radiotalkshow OBA Live van LLink, AM 747. In de volgende aflevering (maandag 3 augustus 19.00-21.00 uur) een gesprek met oud-PvdA-politicus Marcel van Dam

ZWARTE ZWANEN
Het is verleidelijk te denken dat er alleen maar witte zwanen zijn. Maar er bestaan ook zwarte zwanen. Zo is het ook met het nieuws. Het is gemakkelijk om berichten te vinden die bevestigen wat je al vindt. In deze serie zoeken we naar zwarte zwanen van de geïnterviewden. Welke feiten en inzichten passen slecht in
hun wereldbeeld?