Economie

Geluk van België

Het was een ronduit deprimerende troonrede: met omfloerste stem deed Beatrix kond van sombere economische berichten. Als televisiekijker had je met het arme mensje te doen. De groei ebt weg, de werkloosheid stijgt, het begrotingstekort groeit en de staatsschuld stijgt.

Ze had er zichtbaar moeite mee om in haar laatste troonrede haar onderdanen met dit soort boodschappen om de oren te slaan: bezuinigen, broekriem aanhalen, moeilijke keuzes maken, door de zure appel heen bijten. En ditmaal zonder de belofte van ‘zoet’ na 'zuur’, want geen hond weet hoe we ons uit het wespennest van de eurocrisis gaan redden.
Het wrange is dat het allemaal makkelijk voorkomen had kunnen worden. De nakende recessie komt namelijk niet van ver - uit oliestaatjes, Silicon Valley, Azië of Wall Street - maar is ontsproten aan de benevelde breinen van onze eigen Jan-Keesen. Economen snappen dan wel geen snars van economie maar dat overheden moeten spenderen als huishoudens en bedrijven sparen, is een van de weinige 'wetmatigheden’ die economisch onderzoek heeft opgeleverd. De econoom Bernanke dankt er zijn academische carrière aan en brengt nu als centrale bankier met rentestanden rond het vriespunt zijn eigen lessen in praktijk. De ingenieur Trichet houdt - ingefluisterd door Duitsers met anale fixatie - de rente onnodig op 1,5 terwijl de eurozone op het punt staat te bezwijken onder een dodelijke cocktail van hoge schuld en scherpe krimp. Ik bedoel maar.
De ommezwaai kwam in Nederland in de aanloop naar de verkiezingen van 2010. Terwijl tijdens de G20 in Londen en Pittsburgh in 2009 de lidstaten - de crisis van 1929 indachtig - met veel bombarie besloten tot gecoördineerd stimuleringsbeleid was de toon van het economische debat zes maanden later 180 graden omgeslagen. Beneveld door 'groene scheuten’ die economische lente voorspelden en opgeschrikt door beleggers die Griekenland wegens te hoge schuld de wacht aanzegden, verkleurde ook in Nederland het politieke discours plotseling van constructieve discussies over structurele hervormingen - minder ontslagbescherming, een leven lang leren, geen hypotheekrenteaftrek - naar een destructieve speurtocht naar bezuinigingen om het tekort terug te dringen en de staatsschuld zo snel mogelijk af te bouwen. Alsof faillissement om de hoek stond.
Ik herinner me nog scherp een radiodiscussie die ik bij de VPRO had met Frans Weekers en de nieuwbakken financieel expert van de PvdA, Ronald Plasterk. In plaats van over visies op de toekomst van de verzorgingsstaat en de economische structuur van Nederland in een internationaliserende wereld ging het 45 minuten lang over die vermaledijde achttien miljard euro die vrijwel ongewijzigd in het centrum-rechtse regeerakkoord terecht is gekomen. Weekers en Plasterk maakten sissende geluidjes toen ik ze van kiezersbedrog betichtte omdat ze structurele keuzes verdoezelden achter een arbitraire bezuinigingsdoelstelling.
Economische ervaringskennis drong plotseling niet meer door tot het Haagse kippenhok. Iedereen kakelde om het hardst dat er moest worden bezuinigd. Maar waarom zou je bezuinigen als je tegen historisch lage rentetarieven - op 12 september jongstleden 2,17 procent op tienjarige staatsobligaties - kunt lenen en je meer dan vier procent rendement kunt vangen op iedere euro die je investeert in primair onderwijs? En waarom zou je knijpen in staatsuitgaven als je weet dat als iedereen dat doet de laatste bron van Europese groei droogvalt en je de perifere lidstaten met hun torenhoge schulden tot de bedelstaf veroordeelt?
De eurocrisis heeft drie oorzaken. Frauderende knoflookvreters, chanterende banken en bezuinigingsfundamentalisten. De knoflookvreters hebben de crisis veroorzaakt, de bankiers hebben haar verscherpt, maar de fundamentalisten hebben haar onoplosbaar gemaakt: zonder groei wordt op termijn iedere schuldenlast ondraaglijk.
Ondertussen, terwijl overal in de eurozone de groei wegvalt, boekt België kwartaal op kwartaal hogere groeicijfers. Twee procent in de herfst van 2010, 2,1 procent in de winter van dat jaar, 3,0 procent in het voorjaar van 2011 en 2,5 procent in de afgelopen zomer. Nederland bleef daar drie van de vier kwartalen bij achter. Tijdens de zomer van 2011 zelfs met een volle procent. Aan de monetaire prestaties van België kan het niet liggen: een hogere staatsschuld, een groter begrotingstekort, hogere rentestanden, een lagere kredietwaardigheid en meer wantrouwen bij beleggers: begin september vroegen zij een opslag van 74 basispunten boven op Nederlands schatkistpapier.
De verklaring is een kabinetsformatie van 476 dagen. Tijdens een crisis is stimuleren het beste dat je kunt doen en bezuinigen het slechtste. In dat laatste geval ben je zonder politici beter af. De ironie wil dat een disfunctioneel politiek stelsel België een perifeer lot heeft bespaard. Vorige week werd een politieke doorbraak gemeld. Binnenkort heeft het land weer een regering. Arme Belgen.

Lees ook de alternatieve troonredevan Ewald Engelen.