Eropuit met Gilbert & George

Geluk zorgt meestal niet voor goede kunst

Gilbert & George hebben bewezen dat geluk een goed verhaal kan zijn. Daar heb je het leven niet voor nodig. Zij hebben het immers uiterst adequaat vormgegeven in hun schilderijen.

Medium gilbert   george the paintings 3lr

GELUK IS GEEN goed verhaal. Dat zal iedere scenarioschrijver of docent aan een schrijversvakschool je vertellen. Waarom eigenlijk niet?
Ik begon ooit vol goede moed aan een filmscenario met de titel Een gelukkig huwelijk, ervan overtuigd dat ik nu eens de goede momenten van het leven zou gaan portretteren. Toen ik uiteindelijk einde op pagina 90 tikte, was er weinig van mijn voornemen overgebleven. Het was één lange, trieste bedoening van gemiste kansen, overspel en een fatale ziekte geworden. Wat ik ook probeerde, iedere poging puur geluk in scènes te vangen was gestrand in kitsch, platitudes, zee met ondergaande zon. Mijn hoofdpersonen konden hun geluk alleen proeven als ze eerst in hun eigen drek waren gevallen. Dat was niet wat ik had gewild, maar wel een goed verhaal.
Met mijn leven staat het heel anders. Dat loopt over van geluk: een gelukkig huwelijk zelfs, kom daar tegenwoordig nog eens om. Maar wil ik daar een verhaal van maken, zoals ik in de boeken over mijn fietsreizen probeer, dan maant mijn uitgeefster me toch vooral de ontberingen sterker aan te zetten, de tegenslagen uit te vergroten, en alle pijntjes en ongemakken breed uit te meten. Want wie wil er lezen over twee gelukkige fietsers?
Ik ben er zelf in gaan geloven, in deze ijzeren wetten van een goed verhaal. Totdat ik een mooie in goud gehulde uitnodiging voor de opening van een expositie in het Kröller-Müller Museum kreeg toegestuurd. Ik vouwde het blad open en keek zomaar in het aangezicht van ongebreideld geluk. Zonder terughoudendheid, zonder tegenkleuring, leek het. Gewoon één op één de geluksbeleving van twee mannen in de Engelse countryside. Ik tuimelde bijkans van mijn stoel, de verbazing was te groot.
De uitnodiging bevatte afbeeldingen van de zes geschilderde triptieken die het kunstenaarsduo Gilbert & George in 1971 onder de titel The Paintings (with Us in the Nature) maakte. Op elk van de middendelen zien we Gilbert & George tijdens uitstapjes in de Engelse natuur, wandelend over een pad, uitkijkend vanaf een heuvel, leunend tegen een houten hek, uitrustend onder een eik of bij een ven. Steeds goed gekleed, zoals het Engelse gentlemen betaamt: overhemd, stropdas, maatpak met hier en daar wat sleetse plekken. Er valt geen onvertogen woord in deze schilderijen van weelderig groen en lover. De mannen poseren volkomen op hun gemak. Hun geluk accepteert geen tegenspraak.
De werken hangen na een decennialange afwezigheid uit het kunstcircuit deze zomer in de Quistzaal van het Kröller-Müller, overgoten met het merkwaardige bovenlicht van die zaal, elke triptiek ruim twee meter hoog en bijna zeven meter breed, als altaarstukken die het geluk celebreren. Er gaat een uitnodiging van de makers aan vooraf: ‘George and Gilbert are delighted to have you here with them in their new romantic sad beautiful sculpture.’ Om vervolgens uit te leggen dat zij in de zomer van 1970 deze schilderijen hebben geleefd, en in de daaropvolgende winter de gevoelens van die gelukkige dagen op het land hebben herschapen: 'Terwijl wij genoten van het schilderen, was onze grootste vreugde het zien terugkeren van onze sculptuur.’
Sculptuur, beeldhouwwerk, dat klinkt vreemd in het kader van een schilderijententoonstelling. Ware het niet dat Gilbert & George alles wat uit hun handen komt aanduiden als sculptuur, niet in de laatste plaats hun eigen lichamen, hun eigen leven. Eind jaren zestig gaven zij het idee beeldhouwwerk een nieuwe dimensie door zichzelf als 'living sculptures’ te proclameren. Zo traden ze niet alleen zelf op, al dan niet met koperkleurige gezichten en handen (bijvoorbeeld als singing of dancing sculpture, waarvan op internet nog steeds aanstekelijke filmpjes circuleren), maar herschiepen zij situaties uit hun leven ook in postkaarten (postal sculptures), video’s (video sculptures) en romans (sculpture novels).
Als we dan toch kunstenaars willen zijn, zo moeten zij na het verlaten van de kunstacademie hebben gedacht, waarom zijn we dan ook niet zelf het kunstwerk? Dat lijkt misschien ijdeltuiterij, en een zeker plezier daarmee te spelen is in al hun werk zichtbaar, maar tegelijkertijd valt het ook te begrijpen als een bede aan hun kijkers om ook het eigen leven door een artistieke bril te bezien. Leven als kunst. Kunst leven.
Vanuit dit perspectief is het niet zo verwonderlijk dat de eerste jaren van hun sculpturale werken zo doordesemd zijn van geluksbeleving. Ze herschiepen immers hun eigen verlangens, gaven hun leven vorm als een kunstwerk. Hun leven werd een leven als een kunstwerk. En als zij aan kunst dachten, dan in de klassiekste zin: a thing of beauty.
Want daar draait het in dit vroege werk om: schoonheid. In het geval van Gilbert & George vertaalde dat zich in een verlangen naar vormelijkheid. Deze twee jongens van eenvoudige komaf (zoals ze in hun al dan niet fictionele autobiografie graag vermelden) wilden zich graag als lanterfantende aristocraten door de wereld begeven. Als zij naar het Engelse platteland trekken, dan projecteren zij zich daar in een volmaakt geluk van ledigheid, als leden van een klasse die aan dagdromen een dagtaak heeft. Niet omdat ze aristocraten zijn, maar omdat ze hun leven zo willen vormgeven. Hun voorkomen is misschien niet authentiek, maar het verlangen wel. Gilbert & George mochten zich dan uitleven in poses, ze waren geen poseurs.

Medium gilbert   george fotograaf walter herfst3lr

DE AUTHENTICITEIT van verlangens en de eenvoud die te vervullen, dat is de uitnodiging die zij de bezoekers van galeries, kunstshows en musea begin jaren zeventig voorlegden. Nu, veertig jaar later, werkt die uitnodiging nog steeds aanstekelijk, zeker in het Kröller-Müller Museum, midden in Nederlands grootste landschapspark de Hoge Veluwe, waar de ervaring van wandeling en van kunst als vanzelfsprekend samengaan. Als we ergens de geluksbeleving van Gilbert & George in de countryside willen meebeleven, dan is er nauwelijks een betere plek denkbaar dan hier.
Is er dan echt geen enkel vuiltje aan de lucht?
Meesterlijke schilders waren Gilbert & George niet. Tenminste, niet in de zin van vakkundig, technisch onderlegd. Ze deden het gewoon, bekennen ze in een interview met Anne Seymour in 1971, als een klus tussen tien en vijf uur (arbeidersjongens waren ze immers), met een zekere haast, omdat ze het graag af wilden hebben. Ze gebruikten schaamteloos foto’s als hulpmiddel, dezelfde foto’s die werden gebruikt in Side by Side, de sculpture novel waarin de gelukkige zomer eveneens werd vastgelegd. Het waren hun eerste schilderijen (en hun laatste), maar het idee vroeg om een uitvoering in olieverf en figuratief bovendien. Naïef misschien, oppervlakkig, vooral een idee, meer niet. Tegelijkertijd ken ik weinig werken waarin het conceptuele zo'n feestelijke uitvoering heeft gekregen. Het geluk is navoelbaar. De natuur, vooral in de zijpanelen, kwistig opgevoerd. Wat een mooie zomer moet dat zijn geweest.
Te mooi om waar te zijn? In hetzelfde interview met Seymour vertelt het duo dat er helemaal geen gelukkige zomer op het land is geweest. Ze waren daar louter voor de fotosessies: 'We didn’t see anything of the countryside…’, vertellen ze luid lachend. De schilderijen zijn dus, de uitnodiging voorafgaand aan de expositie ten spijt, een herinnering aan een zomer die nooit is geweest. Tenminste, niet als een geleefde zomer. Alleen als een geposeerde zomer.
Is dat een zwakte? Niet per se van het kunstwerk. Maar toen ik dat las wel een beetje een zwakte van het leven. Kan zoveel geluk dan niet geleefd worden? Kun je er alleen maar naar verlangen?
Wat Gilbert & George in ieder geval hebben bewezen, is dat geluk een goed verhaal kan zijn. Daar heb je het leven niet voor nodig. Zij hebben het immers uiterst adequaat vormgegeven in hun schilderijen. Want dat zijn deze triptieken, een goed verhaal over geluk en ontspanning in de natuur.
Nou ja, natuur… Voor hedendaagse kinderen mag groen dan voor natuur staan, als ik de schilderijen in het museum op ware grootte bekijk, valt me op dat het Engelse land vooral een park van keurige paden is, waarin een abdij pittoresk in de achtergrond figureert, en een houten hek waartegen het goed leunen is ook en vooral het eigendomsrecht benadrukt. Zo vrij en onaangeraakt is die natuur helemaal niet. Ze doet niet onder voor de vormelijkheid van haar twee bezoekers.
Kleine barstjes in het geluk? Of speelt mijn verlangen naar een ongebreidelde natuur mij parten? Niets is toevallig in goede kunst, dus ook niet hoe het keurslijf waarin de Engelse natuur moet leven in deze schilderijen is geportretteerd. De triptieken spelen een spel met verwachtingen, en ik ben een deelnemer aan dat spel, of ik dat nu wil of niet.
Twee heren in pak in een landschapspark, presenteren die een uitje in de vrije natuur? Natuurlijk. Het leven kan helemaal niet authentiek zijn, onaangeraakt. Alles is uiteindelijk kunstmatig, ook dat wat er niet als kunstmatig uitziet. Ook geluk is een pose. Hoeveel ironie kan ik verdragen als het om mijn eigen gelukkige leven gaat?
En hoeveel ironie kan kunst verdragen? Het mooie van The Paintings (with Us in the Nature) is dat je de ironie als een lichte tinteling voelt, maar dat ze nooit wil doorbreken, nooit het heft in handen neemt. Als je in geluk wilt geloven, in het geluk van twee heren op het land, doe dat dan, zeggen de schilderijen, schaam je er vooral niet voor. Maar geloof niet dat wij, de kunstenaars zelf, zo gek zijn dat voor de volle honderd procent te geloven. Zo'n goed verhaal is geluk toch echt niet.
Terugkerend naar de uitnodigende tekst aan het begin van de tentoonstelling lees ik nu pas bewust het omineuze 'sad’ tussen 'romantic’ en 'beautiful sculpture’. Droevig. Even niet aan gedacht dat deze van nostalgie doordrenkte beelden van twee Engelse heren op het Engelse platteland ook droevig konden zijn.

Medium gilbert   george the paintings 1lr

HET IS NIET verwonderlijk dat niet lang hierna in het werk van Gilbert & George de aandacht vooral uitgaat naar menselijke uitwerpselen, zwervers, dood en verderf. Het zachte groen van de triptieken is vervangen door obsceen felle kleuren, als de glas-in-loodramen van een geperverteerde kathedraal. Geluk is misschien leuk, maar niet te lang. Het vuige is immers overal. Als een antidotum stellen zij al veertig jaar daar hun Englishness tegenover, een verlangen naar een aristocratische, vormelijke levenshouding, een poging in hun houding en voorkomen zelf schoonheid te zijn. Zie daar de contouren van een goed verhaal.
Als we het latere werk van Gilbert & George bekijken als de verwerking van een verloren geluk, het verlies van het paradijs van hun eerste jaren als levende sculpturen, dan is deze feestelijke tentoonstelling in Kröller-Müller plots doordrenkt van smart: romantic, beautiful, maar vooral ook sad. Het geluk bestond voor even, maar hield geen stand. Ze konden een moment denken het geluk te kunnen leven, maar het was geen goed verhaal.

The Paintings (with Us in the Nature) van Gilbert & George zijn tot 21 november te zien in Het Kröller-Müller Museum in Otterlo