Gelukkig mens

Regeringsleiders uit heel Afrika waren afgelopen weekend in Lusaka (Zambia) bijeen om voor de zoveelste keer tot vrede voor Congo te komen. Voor het eerst was er een ontwerpverdrag gemaakt waar alle strijdende partijen zich in konden vinden en voor het eerst na een jaar wrede oorlog leek zowaar een einde in zicht. Zelfs Oeganda en Rwanda, de twee landen die vanaf het begin van de strijd tegen de Congolese president Kabila de rebellen steunden, waren bereid het akkoord te ondertekenen. Toch is vrede in midden-Afrika nu nog ver te zoeken. De rebellen hebben het akkoord immers niet ondertekend. Door discussie over de vraag wie zich op dit moment de officiële leider van rebellenleger Rally for Congolese Democracy (RCD) mag noemen, is de wapenstilstand niet officieel beklonken.

De leiders van de goed bevriende buurlanden Oeganda en Rwanda spraken schande van de verdeeldheid in Congolese rebellenkringen. Toch is met name Oeganda er verantwoordelijk voor dat er nu weer geen sluitende overeenkomst is. Door de omstreden Wamba dia Wamba officieus te erkennen als leider, is bewust verdeeldheid gezaaid. Vorige week kreeg de professor, een oude makker van Oeganda’s president Museveni, zelfs een Oegandees paspoort. In Lusaka wordt de schijn opgehouden dat notoire dwarsliggers Oeganda en Rwanda nu eindelijk vrede willen. Met de spagaat van met name Oeganda is dit dus echt schijn. De Congolese president Kabila maalt er niet om. Hij is een vrolijk mens, liet hij de wereldpers na het tekenen van het akkoord weten. ‘Ik ben niet zozeer gelukkig vanwege het akkoord, maar gewoon omdat ik een gelukkig mens ben, van nature’, grijnsde hij. Misschien zijn de presidenten Museveni en Bizimungu van Oeganda en Rwanda dat ook wel: al te vrolijke mensen.