Opheffer

Gelukkig ongezond

Ik weet dat ik meer moet bewegen, minder vet eten, niet roken, en dat ik redelijk intelligent ben, en toch beweeg ik niet, eet ik vet en rook ik. Ik ben niet gek…

Waarom is dat? Ik zit in een omgeving waarin zich tamelijk veel intelligente, creatieve mensen bevinden. De meesten leven net zoals ik, ze bewegen nauwelijks, ze drinken veel, ze eten vet en ze roken.

Ik ken internisten die roken, kanker specialisten die roken, ik ken neurologen die ecstasy gebruiken, en hoewel ik zelf meedoe, verbaast het me.

Wil ik dood? Nee. Waarom stop ik dan niet? Waarom lijkt het of juist intelligente mensen roekeloos, suïcidaal gedrag vertonen? Twee hartpatiënten in mijn omgeving roken – twee zeer intelligente mensen. Sterker: één van hen is hartspecialist. Hij weet alles over de aderen en het hart en het roken te vertellen. «Als je stopt, heeft dat meteen een goed gevolg.» Hij stopt zelf niet. Waarom niet? «Ik kan er niet buiten.»

Dat is een naïef antwoord. Blijkbaar is het niet levensbedreigend genoeg. Maar het is ook geen verslaving.

Ik zou best gezond kunnen leven, maar ik verdom het! Waarom maak ik steeds, bijna welbewust, die verkeerde keuze? En met mij velen?

Ik denk dat het antwoord zit in de beantwoording van de loodzware vraag: wat is de zin van mijn leven? Je kunt die vraag niet goed beantwoorden. Je kunt alleen zeggen, enigszins woordspelig: er moet zin zijn. Als je zin hebt in het leven, en je doet ook iets zinvols, dan houd je het misschien op een aardige manier uit.

Waar je zin in hebt is makkelijk te beantwoorden: seks, zuipen, lachen, lekker eten, in m’n nest liggen et cetera.

Wat zinvol is, is al ingewikkelder. Waarschijnlijk is het mooie werk dat ik doe zinvol. Maar is het dat echt? Hoe weet ik dat?

Ik volg nu twee redeneringen.

De eerste: wat ik doe is volslagen zinloos, hoe ik mijn best ook doe. Wil ik er nog zin in houden, dan moet ik die dingen erbij doen waar ik zin in heb: roken, vet eten, neuken zonder condoom en niet bewegen.

De tweede redenering: ja, wat ik doe, is uiterst zinvol. Maar ik voel dat niet. Ik maak wel mooie artikelen, ik red wel de levens van mensen, ik genees ze zelfs voortreffelijk, en daar krijg ik misschien ook wel genoeg geld voor, maar een cadeau dat het zinvolle illustreert, heb ik niet gekregen. Dus ga ik vanavond lekker uit eten, doe ik mezelf eens een pak sigaretten cadeau, en een fijne hoer. Dan voel ik dat ik leef.

Kortom, voelen dat je zinvol leeft, doe je alleen door de dingen te doen waar je zin in hebt. Mensen die sporten heerlijk vinden hebben het daarom makkelijk. Zij beantwoorden de vraag: wat is de zin van mijn leven? met: het gevoel dat ik krijg wanneer ik heerlijk gesport heb.

Ik geloof ze niet.

Op de televisie willen gezondheidsmaniakken ons doen geloven dat je gelukkiger bent als je gezond bent. Gelukkig zijn is gezond zijn, gezond zijn is gelukkig zijn. Het is een aantrekkelijke gedachte, maar een mens die een beetje nadenkt, voelt onmiddellijk dat hier met de woorden is gerommeld. Je kunt erg ongelukkig en gezond zijn, maar de waarheid is dan meestal dat je ongelukkig en dus ongezond bent.

Ik heb gemerkt dat antidepressiva zo werken. Op een dag, na een week of zes, voel je je opeens «goed». Maar wat je dan bedoelt is dat je je «gezond» voelt. En met «gezond» bedoel je dan dat je je weer zinvol kunt voelen, en om dat te voelen ga je eens lekker eten met vrienden, flink drinken en weer eens neuken zonder condoom, terwijl je, zelfs op het moment dat je neukt, beseft dat je aids kunt oplopen.

Wat ons ongezond maakt, zijn kortom: zinrijke bezigheden – en daar zit hem de kneep.

Rond het park joggen: is gezond, maar totaal zinloos. Zeventien kilometer roeien: lekker, maar totaal zinloos. Op een kunstfiets een half uur trappen terwijl je je hartslag in de gaten houdt: volmaakt zinloos.

Maar een bijzondere pasta eten, klaar gemaakt met besef van cultuur, is een verrukking, een cadeau, een voelbaar teken van liefde en bevredigend bovendien. Zinvol.

Ik weet niet of ik gered kan worden, ik denk het niet. Wat ik wel weet is dat ik alleen gered kan worden als ik mijn eigen leven volstrekt zinloos ga vinden. Pas dan kan een mens gezond worden. Je ziet het bij hart patiënten die een hartaanval hebben gehad. Die gaan opeens zwemmen. Waarom? Omdat hun leven zinloos is geworden door die aanval. Ze kunnen niet doen wat ze willen. Ze moeten oppassen. Dan maar zwemmen. Omgekeerd is dit ook de verklaring voor het feit dat veel hartpatiënten toch doorgaan met roken. Om er nog enige zin aan te geven, moet je roken. Dan voel je dat het leven zin heeft.

Fanatieke sporters slaan door. Wielrenners gebruiken drugs. Hardlopers gebruiken epo. Het gaat ze niet om dat lichaam. Het gaat om iets zinvols (een prijs) die, als je erover nadenkt, volstrekt zinloos is. (De medaille is vaak niet van echt goud, en als hij dat wel is, is hij niet zo veel waard.)

Topsporters leven vaak erg decadent.

Als iemand een zinloos leven leidt, kan hij het nog zinvol maken door alles te doen wat ongezond is en niet mag. Dus niet alleen roken, drinken, neuken zonder condoom, vet eten, maar ook oude vrouwtjes beroven, discrimineren of een oorlog beginnen. Gek genoeg is dat allemaal namelijk zinvoller dan «gezond leven».

«Hij is gezond gestorven.» Bestaat er een tragischer zin?

«Hij heeft geleefd» is al veel beter. We weten allemaal wat zo iemand heeft gedaan. Daar onder zit veel wat het daglicht niet kan verdragen.