SCIENCEPALOOZA

Gelukkig zijn er de Chinezen

Terwijl het nieuws gedomineerd werd door drie procent begrotingsregels, Franse verkiezingen en bommen onder het Catshuis stond in de marge van internet een klein bericht: China geeft toestemming tot de productie en verkoop van een Chinees vaccin tegen hepatitis E (HEV).

Medium wetenschap 20 2012 vaccin

Niet zo bijzonder op het eerste gezicht, maar schijn bedriegt: HEV is wereldwijd een groot gezondheidsprobleem, en dat terwijl er al tien jaar een werkend vaccin voorhanden is. Echter door keuzes van westerse organisaties en de kennelijke werking van de markt is de tijd langzaam verstreken zonder dat het middel beschikbaar is. Tien jaar later hebben de Chinezen het heft in eigen handen genomen en zijn (westerse) innovatie en daaraan verbonden kosten verspild. Eigen schuld.

HEV is het broertje van de meer bekende hepatitis-virussen A-B-C, maar niet minder gevaarlijk. In Nederland is HEV niet een groot probleem, maar in Afrika, India en Azië wel. In de laatste vijftig jaar zijn er geregeld grote uitbraken geweest waarbij tussen de vijf en twintig procent van de geïnfecteerden stierf en waar vooral kinderen en zwangere vrouwen kwetsbaar zijn. Tussen de grote epidemieën door raken ongeveer twintig miljoen mensen per jaar besmet. Er is dus een grote noodzaak voor een medische interventie.

Amerikaanse onderzoekers ontwierpen een vaccin en gingen voor de verdere opschaling en uitontwikkeling een samenwerking aan met het bedrijf GlaxoSmithKline (GSK). In 2001 werd een fase II-studie uitgevoerd in negenhonderd Nepalese jonge mannen (96 procent effectiviteit!), maar pas in 2007 werden deze resultaten gepubliceerd. Ondanks dit succes besluit GSK (die het intellectueel eigendom bezit) de ontwikkeling stop te zetten met de mededeling: ‘Omdat publieke gezondheidszorg een wereldwijde aangelegenheid is, gaan we op zoek naar internationale publieke partners om de ontwikkeling te continueren.’ Met andere woorden: te veel moeite tegen te weinig opbrengsten. Punt.

Inmiddels hebben Chinese onderzoekers het heft in eigen handen genomen: in 2010 publiceerden zij de resultaten van hun HEV-vaccin (vergelijkbaar met die van de Amerikanen & GSK). Het vaccin was getest in vijftigduizend Chinezen, vergeleken met vijftigduizend personen die een placebo kregen (hepatitis B-vaccin) en het resultaat was (weer) bijna honderd procent effectiviteit. Deze maand hebben de Chinese autoriteiten dus het gebruik van het vaccin officieel toegelaten. Producent Xiamen Innovax heeft aangegeven dat zij het product ook buiten ’s lands grenzen willen verkopen. Belangrijke noot: HEV kan voorkomen worden door goede hygiëne en schoon drinkwater, maar in veel delen van de wereld is dit verre van realiteit en is een HEV-vaccin nu de beste keuze.

Het HEV-verhaal is geen uitzondering. Er is ook een effectief tyfus­vaccin ontworpen door Amerikaanse onderzoekers en het bedrijf Sanofi Pasteur dat niet verder uitontwikkeld wordt. Waarschijnlijk om dezelfde soort redenen. Dit soort affaires creëert kwaad bloed (‘waar blijft dat vaccin nu?’ klonk het in de medische commentaren) en onherroepelijk reputatieschade voor alle betrokkenen: sponsors, wetenschappers, politici. En dat in een tijd waarin men de mond vol heeft van ‘(corporate) social responsibility’. Ik heb vier jaar in de (vaccin)industrie gewerkt en weet dat tijdens het ontwikkelingsproces altijd keuzes gemaakt moeten worden tussen de mogelijke impact van een therapie en de kosten van ontwikkelen en vermarkten. Maar het is simpel onverantwoord dat patiënten wereldwijd een bewezen effectieve en levensreddende behandeling ontzegd wordt. Waarom start men de ontwikkeling überhaupt? Gelukkig hebben de Chinezen het stokje overgenomen en kunnen zo hun markt- én morele positie binnen de mondiale volks­gezondheid versterken. En terecht.