Gelukkige dagen

Dit boekje verandert me in een jongen van twaalf, ik ben ziek, geel zucht, er is niets te doen, dagen lig ik in bed en mijn moeder haalt boeken en boek jes: Weg naar het geluk; Sterren stralen; Julie’s terugkeer; Graaf Stephan’s huishoudster; De dubbelganger. Ik lees ze heel snel, een boekje in twee uur, ik wil niet gestoord worden, het is een ziekte, ik slaap even en begin aan het volgende. Hoe zal het aflopen? Dit is de verkeerde vraag die ik me steeds opnieuw stel.
Ik lees Terugkeer naar het geluk in de eerste klas van de trein van Leeuwarden naar Utrecht, op weg naar een vergadering, ik begin in Zwolle te lezen, en ik ben weer deze jongen, ik ga de wereld in, ik ben ineens de ideale lezer van dit boek, ik verander in iemand die plotseling wil weten waarom de jonge arts Ryan naar Australië is terugge keerd, ik ben de lezer geworden die het niks kan schelen dat het wel erg toevallig is dat Ryan in de buurt van zijn oude woonplaats precies zijn oude vriendin netje Abbey Rhodes overrijdt, gelukkig niet erg, Ryan geneest haar, ik ben de jongen die meeleeft met deze hard werkende jonge vrouw, arts, die onder erbarme lijke omstandigheden haar beroep uitoefent. Ik ben de lezer en de jongen.
We weten dat Ryan en Abbey elkaar zullen vinden, we beginnen verliefd op Abbey te worden, ‘haar fantastische ogen…’. Ik wil alles weten, ik wil weten hoe het afloopt met Ryan en zijn vervelende verloofde, Felicity, modieuze arts, met verkeerde glamourharen, die ook naar Australië komt, ik hoop dat Abbey beter wordt, ik wil dat ze met Ryan gaat trouwen, ik wil dat iedereen geluk kig wordt, ook wanneer de trein in Amersfoort te lang blijft staan.
Dan zoenen ze elkaar, op het strand, ik ben ontroerd, ze mogen elkaar niet zoenen, omdat Ryan verloofd is met Felicity, maar ze zoenen elkaar toch. ‘Abbey hief haar gezicht naar hem op om aan zijn kus tegemoet te komen. Terwijl zijn lippen die van haar beroerden, opende ze haar mond als iets van zelfsprekends. Dit was zo juist.’
Felicity verbreekt de verloving. Maar Abbey wil niet met Ryan naar New York, ze wil niet alleen een vrouw zijn die niks te doen heeft, ze wil een eigen bestaan, ze wil haar werk houden in Austra lië. Ik ben het met haar eens, doe het niet, denk ik, blijf jezelf Abbey, anders word je net als Felicity, een modepop, wil ik zeggen, maar ik lees zwijgend door. Dan is er dus een verwijdering, Ryan weet niet wat hij moet doen, hij is wanhopig, Abbey ziet er slechter en slechter uit, we rijden Utrecht binnen, ik heb het nog niet uit, maar wil absoluut weten hoe het afloopt.
In de bus naar de vergadering lees ik haastig door, er moet een oplossing komen, dit is het enige wat ik wil, ik ben de lezer van dit boekje en ik wil het. Dan komt het goed maar hoe dat zeg ik niet. ‘Hij draaide haar in zijn armen rond, en onderwijl kuste hij haar onstuimig.’ Ik verlaat de bus, ik sta midden in Utrecht, ik ben volkomen gelukkig.