Jeon Jong-seo als Mona Lisa in Mona Lisa and the Blood Moon © The Searchers

De in Engeland geboren Amerikaans-Iraanse regisseur Ana Lily Amirpour maakte een paar jaar geleden de fijne ‘vampier-spaghettiwestern’ A Girl Walks Home Alone at Night en sindsdien blijven meisjes maar gevaarlijk ronddolen in haar films, eerst in The Bad Batch (2016) waarin Suki Waterhouse kampt met kannibalen in Texas en nu in Mona Lisa and the Blood Moon waarin de Koreaanse Jeon Jong-seo de straten van New Orleans onveilig maakt met haar mentale krachten. Nog altijd is onduidelijk wat deze maker nou precies wil met haar stijlmix van cool, horror en geweld, maar steevast geldt: haar films zijn héél vermakelijk.

Amirpour creëert een setting die op onze wereld lijkt, maar die dat net niet is. Haar personages lijken zo weggelopen uit een Harmony Korine-film of een videoclip van Die Antwoord, dat wil zeggen veel verwrongen, gemutileerde lichamen, veel vulgariteit. Op de maat van een fijne soundtrack van synthesizermuziek combineert ze dit alles met gestileerd geweld en een narratief van genderpolitiek. Dat laatste uit zich in Mona Lisa in de wijze waarop de hoofdpersoon nietsvermoedend belandt in een brute omgeving van stripclubs, drugsdealers en sneue, goed bedoelende agenten.

Even ervoor ontsnapte Mona uit een gesticht. Daar zat ze omdat er iets ‘mis’ is met haar: ze kan mensen hypnotiseren zodat die alles doen wat zij wil. Na omzwervingen en bloedige botsingen met achtervolgende agenten stuit Mona op stripper Bonnie Belle (Kate Hudson) in Bourbon Street. Daar heb je een catwalk waar vrouwen naakt paaldansen terwijl kwijlende mannen zwaaien met tegenvallende biljetten. ‘Seriously? One dollar?’ wil Bonnie weten. Als ze doorkrijgt wat Mona allemaal kan, zorgt ze ervoor dat die een stelletje rijke studenten hypnotiseert waarna de mannen ál hun geld overhandigen.

Hudson, die recent schitterde in Rian Johnsons detectivefilm Glass Onion, is fenomenaal als Bonnie, ook wanneer de beledigde slapjanussen haar later in een donker steegje in elkaar slaan. Eerst dacht Bonnie opgelucht dat de boys ‘alleen maar’ seks als vergelding wilden. Maar nee. Deze brute scène tekent de duistere ondertoon van Mona Lisa. En legt een diepere laag bloot – vrouwenhaat veroorzaakt door het feit dat vrouwen anders zijn.

En almaar doolt Mona rond, de belichaming van ‘anders’. Ze kijkt naar de wereld met nieuwe ogen zoals de personages in dé nachtfilms After Hours van Martin Scorsese en Into the Night van John Landis, beide uit 1985. De nacht zorgt voor andere voorwaarden, de nacht maakt dingen duidelijker. De boodschap die een agent aan het begin van Mona Lisa in een gelukskoekje vindt, dekt de lading: ‘Vergeet wat je weet.’ Dan is er van alles mogelijk. Amirpour dikt de werkelijkheid aan met een laagje fictie of verbeelding die haar films fun maakt maar die serieuzere thematiek in de weg kan zitten. Dat gebeurt nét niet in Mona Lisa and the Blood Moon.

Te zien vanaf 30 maart