TELEVISIE Rudi Schokker Revisited

GELUKSONDERBROEK

Rudi Schokker, tragische hoofdpersoon in een hartverscheurende documentaire van Pieter Verhoeff uit 1974, blijkt inmiddels 42 jaar, succesvol manager, woonachtig in Dubai en getrouwd met een Koptisch Egyptische. Zij is doof en heeft dus geen last van de geluiden die hij tijdens zijn climax maakt. Zelf verwekt onder de kerosinedampen van Schiphol leed hij als baby aan de zeldzame aandoening dat zijn gehuil was als dat van een overvliegende straaljager. Onhoudbaar voor de buren en dus nam de luchthaven, zoals gewoonlijk, zijn verantwoordelijkheid en gaf het gezin toestemming tussen de landingsbanen te komen wonen. Verhoeff ging recent weer bij Rudi’s ouders langs, nu in een doorzonwoning. Die vertelden dat zijn eerste meisje het had uitgemaakt toen het tijdelijk verdwenen gehuil terugkeerde tijdens de liefdesdaad. Maar nu was hij gelukkig. Wel zat de ouders dwars dat veel kijkers, maar ook lieden bij de VPRO, hun verhaal destijds niet hadden geloofd: ‘Jullie hebben ons erg veel pijn gedaan.’ Verhoeff gaf toe dat de leiding heel moeilijk had gedaan en dat hij zelf ook wel eens getwijfeld had. Maar dankzij YouTube, waarop tegenwoordig wel tien gevallen te zien zijn van baby’s met dezelfde afwijking, allen vlak bij vliegvelden woonachtig, hadden de ouders hem nu helemaal overtuigd: excuses dus.
Deze korte documentaire, Rudi Schokker Revisited, werd vorige week op het Filmfestival vertoond maar ook, onaangekondigd, op Nederland 2 uitgezonden als onderdeel van het Festivaljournaal. Dat wilde ik u niet onthouden omdat niet alleen ouderen de casus Rudi kennen, maar ook veel jongelui die al dan niet tijdens hun studie met deze canon-mockumentary kennismaken. Producent en crew waren dan ook ditmaal van de Nederlandse Film- en Televisie Academie. Scenario net als destijds: Verhoeff en Gerben Hellinga. Ik verheug me op een 30-minuten-aflevering waarin kijkers die niet geloofden dat Arjan Ederveen tot een Afrikaan transformeerde (hij was immers in het verkeerde Hollandse boerenlichaam geboren) de kans krijgen zich te verontschuldigen.
Dat Festival weet trouwens wat: wie geen Kalf wint, vindt dat het geen moer voorstelt en dat de jury uit beunhazen bestaat; wie wint gaat uit de bol. Zoals Robert de Hoog, negentien, op de toneelschool begonnen nadat hij al de winnende hoofdrol in Hanro Smitsmans Telefilm Skin had gespeeld. Hij schittert ook nog eens in de Kalf winnende ‘beste televisiefilm’ Den Helder van Jorien van Nes en scenariste Maartje Pompe van Meerdervoort, dit najaar bij One Night Stand te zien. Blijf ook maar es gewoon als een VPRO-verslaggeefster vraagt of je je geluksonderbroek aan hebt. Die laat je in de euforie dan prompt zien. Iets te banaal en overmoedig. Die jongen moet uitkijken. Een raar feestje is het van een familie waarin veel leden elkaars bloed kunnen drinken. En waarin Anneke Blok voor haar prachtrol in Tiramisu de prijs voor de beste hoofdrol wint, waarbij niemand, althans op televisie, de moeite neemt uit te leggen dat degeen die de prijs ophaalt niet Anneke maar regisseur Paula van der Oest is.
Zo’n gala is natuurlijk altijd vervelende tv-kost. Maar je zou willen dat andere kunstvormen tijdens festivals zo uitgebreid op de televisie aan bod zouden komen. Met een dagelijkse talkshow onder een goede presentator (Twan Huys), redelijke reportages en vooral met een flankerend beleid waarbij volop artistieke prestaties uit het archief worden uitgezonden. Zowel tv- als bioscoopfilms; en heel veel korte films die, gezien de kwaliteit, te weinig gezien worden. Dit jaar extra verheugend: nogal wat films van diezelfde jubilerende NFTA. Daar waren heel mooie bij. Aan talent ontbreekt het niet. Aan geld en omroepbeleid vaak wel.