Online kritieken

Gemaskerd boekenbal

Wie recensies leest op internet, moet op z’n qui-vive zijn. Boeken worden vaak om commerciële of vriendschapsmotieven opgehemeld. Toch zijn er, vooral in Amerika, genoeg sites waar op hoog niveau literaire kritiek wordt bedreven.

Een stad vol experts, welwillende amateurs en charlatans. Het is gebruikelijk om over internet te spreken als een web of een matrix van met elkaar verbonden pakketjes informatie. Ik zie het liever als een eindeloze stad, met protserige winkelboulevards, hoerenbuurten, underground clubs, cafés, dikdoenerige galeries, en ja, ook met schrijvers, boekenhandels én recensenten. Sterker: struinend door de straten struikel je over de besprekers. Terwijl in ’s werelds gedrukte kranten en tijdschriften de ruimte voor boeken gestaag afneemt – en vaak al geheel is verdampt – worden in het virtuele domein vrijwel alle boeken met meningen behangen. Maar pas op, internet is ook een stad van schone schijn, van bedrog en van gemaskerd bal. Kunnen we al die (vaak zelfverklaarde) online boekbesprekers eigenlijk wel vertrouwen?

Het antwoord is nee. En soms. En ja.

De bulk van de online kritiek bestaat uit de ‘besprekingen’ op online winkelsites als bol.com en Amazon, en lezerssites als GoodReads. Als je er binnengaat, moet je op je qui-vive zijn. Wie zijn die besprekers? Hebben we niet vooral te maken met familieleden en vrienden die behulpzaam strooien met het maximaal aantal sterren? Zijn het wel ‘echte’ mensen, of zijn we het slachtoffer van de machinaties van marketingafdelingen? En wat te zeggen van de van vitriool overlopende kraakstukjes? Reflecteren ze werkelijk het gelezen werk, of vooral de geestesgesteldheid van gefrustreerde figuren die – geschut door anonimiteit – los kunnen gaan?

Er bestaan vele onderzoeken waarin de invloed van de lezersrecensies op sites als Amazon of bol.com in kaart zijn gebracht. Die onderzoeken zijn inzichtelijk – ze laten zien dat we voor de gek te houden zijn, maar slechts tot op zekere hoogte. Vijf sterren hebben een meetbaar positieve invloed op verkoop, één ster heeft een negatieve invloed, maar de invloed is in beide gevallen beperkt. Een bespreking wint vooral aan effect naarmate ze langer en gedetailleerder is én door andere bezoekers is aangemerkt als ‘behulpzaam’. Daaruit blijkt dat de meesten van ons zich bewust zijn van mogelijke manipulatie. Het effect van aanbevelingen van medelezers is niettemin veel groter dan het effect van door computeralgoritmen gegenereerde suggesties of – een reality check voor recensenten zoals ikzelf – de aanbevelingen van ‘echte’ recensenten. Juist dat maakt het voor een belanghebbende aantrekkelijk de zaak te bedotten. Sites doen hun best bedrog te voorkomen – een verklikker is bijvoorbeeld meerdere besprekingen vanaf één IP-adres – maar te voorkomen is het nog lang niet.

Wie van zijn literaire kritiek meer niveau en een hogere betrouwbaarheid verwacht, kan beter verkassen naar andere virtuele locaties. Hoewel menige onafhankelijke boekhandel het online bespreken van de handelswaar uiterst serieus neemt (Athenaeum!), lijkt het logisch vooral te kijken op plekken waar niet een direct verband bestaat met commerciële belangen.

Ik zeg lijkt, want wie literaire blogs afstruint, komt figuren van uiteenlopend allooi tegen. Er zijn horden goedwillende amateurs actief, enthousiaste lezers die oprecht van boeken houden, maar veelal het instrumentarium missen om boeken te duiden of in de context van het literaire veld te plaatsen. Daar staan blogs tegenover als Woest en Ledig van Dagblad van het Noorden-_journalist Joep van Ruiten, het helaas opgeheven De Papieren Man van _De Morgen-_recensent Dirk Leyman en een persoonlijke favoriet van me: Literary Kicks van Levi Asher, het oudste onafgebroken onderhouden literaire blog ter wereld. We komen ook veel (aanstormende) schrijvers tegen die over boeken bloggen en twitteren als onderdeel van hun online aanwezigheid. Maar bij die laatste groep heb je het indirect toch ook weer over een commercieel belang – deze schrijvers willen naamsbekendheid en een publiek opbouwen voor hun _core business, zijnde hun te publiceren romans.

Daarmee stuit je op een ander probleem, door Jacob Silverman in The Slate Book Review omschreven als ‘de epidemie van de online vriendelijkheid’. Silverman betoogt dat er veel te weinig daadwerkelijke ‘kritiek’ in de online kritiek wordt bedreven, omdat iedereen met elkaar verbonden is geraakt in een web van social media. Ik snap wat Silverman bedoelt. Ik volg via Twitter _Vrij Nederland-_recensent Jeroen Vullings, en hij volgt mij. Hypothetisch geval: stel dat ik met Vullings’ volgende essaybundel het liefst de kachel zou willen aanmaken, zou ik die mening online ventileren, of hou ik mijn mond, omdat ik toch graag heb dat Vullings – het liefst welwillend – mijn laatste roman bespreekt? Social media maken van online subculturen dorps­gemeenschappen, inclusief bijbehorende beklemming. Overigens heeft Silverman het in deze niet alleen over hypocrisie, maar ook over een veel prijzenswaardiger aspect van de menselijke aard. ‘Besprekers zouden geen aanbevelingsmachines moeten zijn’, schrijft hij, ‘maar we hebben ons geschikt in die rol, deels omdat de zorgzaamheid die bij gemeenschapszin hoort door Twitter wordt aangemoedigd.’ Hoe meer een bespreker los staat van wie en wat hij bespreekt, hoe beter, maar internet bevordert verstrengeling, niet afstand.

Reden om te wanhopen? Welnee. Want hier is het goede nieuws: er zijn genoeg online enclaves waar op een hoog niveau literaire kritiek wordt bedreven, en waar de klassieke journalistieke waarden van onafhankelijkheid en gedegenheid onverminderd betekenis hebben. In Nederland heb je het dan over sites als Recensieweb en het door dichter Chrétien Breukers opgerichte weblog De Contrabas. In Amerika, waar mijn aandacht van oudsher meer op gericht is, heb je het over sites als het nog wat zoekende, fonkelnieuwe The Los Angeles Review of Books en vooral het fabuleuze The Millions. Laatstgenoemde werd in 2003 opgericht door C. Max Magee, en kan inmiddels bogen op een uitgebreide staf van bloggers én een indrukwekkende lijst van gastbijdragen van grote namen. The Millions publiceert essays, kritieken, interviews en columns over boeken en de boeken­wereld, en haalt daarbij – zeker gezien de financiële beperkingen – een opmerkelijk hoog niveau. Bovendien ziet The Millions er goed uit, op internet nooit een bezwaar.

Dat sites als The Millions en het meer wisselvallige Recensieweb ondanks beperkte budgetten doorwrochte recensies kunnen publiceren, komt doordat ze werken met jonge mensen, vaak met een universitaire achtergrond in literatuurwetenschappen. (Recensieweb is een initiatief van letterenstudenten van de UvA.) Onder de beste online recensenten zijn veel aspirant journalisten en redacteuren, waarvan sommigen al hun eerste stappen in de wereld van het betaalde schrijven hebben gezet. Online bespreken is a young man’s (and woman’s) game, niet alleen omdat twintigers zijn opgegroeid met internet en tot in het diepst van hun wezen met het web vervlochten zijn, maar ook om de simpele reden dat het voor jongeren – sans hypotheek, sans gezin – minder van levensbelang is een tijdsinvestering om te zetten in harde munt. Van een iets andere orde is deReactor, een initiatief van de redacties van een handvol literaire tijdschriften, ondersteund door de Nederlandse Taalunie, het Vlaams Fonds voor de Letteren, het Nederlands Letterenfonds en de Stichting Lira. DeReactor brengt diepgravende, naar academisch neigende kritieken én teksten over kritiek, waarvoor de medewerkers ook een redelijke vergoeding krijgen. Hier ook meer gevestigde besprekers van eerder bouwjaar.

Gedeeltelijk wordt zo een gat gevuld dat is gevallen in de gedrukte media. Bij Nederlandse boekenbijlagen hebben we een trend gezien van steeds minder pagina’s, de opkomst van ‘functioneel wit’ en het daardoor ook beknopter en vaak oppervlakkiger worden van besprekingen. In Amerika heeft onder boekenbijlagen van kranten zelfs een ware Apocalyps plaatsgevonden. In 2007 stopte The Los Angeles Times met de zondagse boekenbijlage, terwijl in 2009 The Washington Post de stekker uit Book World trok. Kleinere kranten hadden er al veel eerder de brui aan gegeven. Gelukkig houden The New York Times en de San Francisco Chronicle nog dapper stand, terwijl kwaliteitstijdschriften als The New Re __p_ ublic, The Paris Review_ en (vooral) The New York Review of Books onverminderd ruimte aan boeken blijven geven. Veel daarvan is, meestal achter een betaalwand, online beschikbaar. The New York Review heeft bovendien een online blog waarvan het niveau zo ridicuul hoog is dat het een dagelijkse digitale omweg rechtvaardigt.

De spagaat van de klassieke media is deze: ze werken niet met vrijwilligers, waardoor ze kritischer kunnen zijn op de geleverde kwaliteit van medewerkers en kunnen ‘doorselecteren’, maar voor hun online content bestaat nog steeds geen deugdelijk verdienmodel dat een vergelijkbare benadering stut. Dat zien we aan de boekenblogs van onze kranten en tijdschriften: stiefkindjes die zelden meer brengen dan herplaatste stukken, aangevuld met korte (nieuws)berichten.

Het is interessant te zien hoe vooral dit jaar verschillende Amerikaanse media initiatieven hebben ontwikkeld om aan die wetmatigheid te ontkomen. Slate riep een half jaar terug een online boekenbijlage in het leven, The Slate Book Review. Daarmee verdrievoudigde een van de oudste succesvolle online tijdschriften in één klap de aandacht die het aan boeken besteedde. De Chicago Tribune lanceerde in 2012 Printers Row, een boekenbijlage die zowel fysiek als online beschikbaar is en die valt onder een speciaal ledenprogramma. Dat wil zeggen dat alleen leden – en dus niet alle abonnees van de krant – toegang hebben tot Printers Row en aan de bijlage gelieerde evenementen. Interessant is ook de online boekenbijlage waarmee The New Republic onlangs begon: The Book. Naast herplaatste stukken proberen de makers elke dag een verse boekbespreking te publiceren. En dan hebben we het niet over het beknopte soort stukjes dat eerder de naam signalering dan recensie verdient.

Ik neem aan dat ook bij Nederlandse media goed in de gaten wordt gehouden hoe deze initiatieven zich ontwikkelen, en dan vooral Printers Row. Maar ik vrees dat het Nederlandse taalgebied uiteindelijk te klein is om een professionaliseringsslag van de online kritiek te financieren. Dat betekent niet dat we het zonder kwaliteitskritiek moeten stellen. Maar het betekent dat we ernaar zullen moeten zoeken, in de door charlatans, welwillende amateurs en experts bevolkte achterafstraten van de stad genaamd internet.


Auke Hulst is schrijver. Zijn meest recente roman is Kinderen van het ruige land