FILM

Gemaskerde mensen

The Green Hornet

Al maanden een goed bewaard geheim: wat voor soort film is The Green Hornet uiteindelijk geworden? Immers, de regisseur is de excentrieke Fransman Michel Gondry, maker van artistieke videoclips en Oscar-winnaar (beste script) met zijn filosofische film Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004). En zijn bronmateriaal is uitgerekend een bloedserieus pulpverhaal uit de jaren dertig/veertig waarin twee gemaskerde vrienden strijden tegen enge schurken in de grote stad. Zelden in de recente filmhistorie lijken cineast en stof meer ongeschikt voor elkaar dan Gondry en Green Hornet. Maar schijn bedriegt; ze zijn gemaakt voor elkaar.
Seth Rogen vertolkt de rol van Britt Reid, zoon van een vermoorde mediamagnaat, die samen met zijn vriend en ‘huishulp’ Kato (Jay Chou) misdaad bestrijdt, verkleed als gemaskerde held en rijdend in een met allerlei gadgets toegeruste auto, de Black Beauty.
Dat The Green Hornet geslaagd is, is deels te danken aan de chemie tussen Rogen en Chou en hun uitstekende komische timing. Maar het blijft Gondry’s film. Zijn zelfbewuste, ondermijnende aanpak past bij de tijdgeest waarin menselijke, geloofwaardige superhelden actueel zijn. En ze hebben humor. Kato zegt bijvoorbeeld tegen Britt: 'Oké, maar géén spandex!’ Gondry blijft niettemin trouw aan het oude verhaal. The Green Hornet stamt uit het gouden tijdperk van de superhelden, toen de immens populaire Superman en Batman nog maar pas op het toneel waren. In 1936 traden de Green Hornet en Kato in een radiohoorspel toe tot de wereld van misdaadbestrijders. Later volgden een filmserial en een tv-serie met Bruce Lee, vlak erna beroemd als kungfu-meester, in de rol van Kato. Interessant is dat George Trendle, schepper van The Green Hornet, ook The Lone Ranger bedacht, waarin een gemaskerde cowboy samen met zijn vriend Tonto avonturen in het Wilde Westen beleeft. In al deze verhalen zijn de grenzen tussen goed en kwaad duidelijk zichtbaar, een strakke thematiek die destijds aansloot bij het naderende onheil van de oorlog en de behoefte van lezers en kijkers en luisteraars aan een hoopvolle afloop. Zelfbewustzijn en ironie waren een luxe; in Amerika arriveerden vluchtelingen uit Europa waar duistere krachten het voor het zeggen hadden.
Verbazingwekkend eigenlijk dat deze mythologie pas eind jaren tachtig finaal werd doorbroken door de zonderlinge Engelsman Alan Moore, die in zijn revolutionaire comicsserie Watchmen de complete ideologie van de gouden-tijdperksuperhelden herschrijft. Recent verfilmde Zack Snyder de postmoderne, zoet-melancholieke toon van Moore’s Watchmen op volmaakte wijze. Deze stijl is ook bepalend in Matthew Vaughns Kick-Ass, een van de beste films van 2010. De kern van deze bewerkingen, waarbij nu ook Gondry’s The Green Hornet hoort, zit ’m in de complexe personages, mensen van vlees en bloed, superhelden, maar dan wel in een setting waarin de geschiedenis van het fenomeen 'superheld’ deel is van het dagelijkse discours. In deze wereld, die in alles lijkt op die van de kijker of lezer, voltrekt zich een strijd waarbij onduidelijk is wie aan welke kant staat, een ambigue houding jegens 'goed’ en 'kwaad’ die eveneens sterk in de huidige tijd resoneert. In zijn film werkt Gondry dit gegeven prachtig uit door uitgebreid aandacht te schenken aan de gevoelens van de aartsschurk, Benjamin Chudnofsky (opnieuw een weergaloze Christoph Waltz), die, van de kaart gebracht door de glitter en glamour van de Hornet en Kato, ook zelf eens een alter ego wil hebben, compleet met pak. En cape.
Vernieuwend is verder de geraffineerde visuele stijl waarmee Gondry de actiescènes in beeld brengt. Hij speelt niet alleen met slow- of fastmotion en het hippe, driedimensionale bullet time-special effect, maar becommentarieert zijn eigen stilistische buitensporigheden met referenties aan het karakter van het personage. Inhoud, dus. En dat is de film geworden: na Watchmen en Kick-Ass een film waarin helden nauwelijks het hoofd boven water houden, net als wij gewone stervelingen.

Te zien vanaf 13 januari