Gemeenskapspolisie zuidafrikaanse agenten willen dansen met burgers

De zuidafrikaanse politie probeert zijn imago als apartheidshandhaver kwijt te raken en een ‘gemeenskapspolisie’ te worden. Het wantrouwen in de townships is echter groot, zeker na de recente onthullingen over een destabiliserende ‘derde macht’ binnen de politie. Ook intern is er nog weinig veranderd, zeggen zwarte agenten. ‘De verkiezingen zijn onze enige hoop.’

JOHANNESBURG - De blanke sergeant De Kock is helemaal klaar voor het nieuwe Zuid-Afrika. ‘De politie moet de burgers dienen’, schreeuwt hij boven het geraas uit van zijn casspir. het pantservoertuig waarmee de politie patrouilleert door de zwarte townships. Hij is nu negen jaar bij de politie, en sinds 1990 is hij er van overtuigd dat hij zwarten net zo moet behandelen als blanken. Zijn ommezwaai hangt samen met een 'incident’ dat jaar: hij en twee collega’s achtervolgden een zwarte autodief en kregen hem te pakken. Acht dagen daarna overleed de arrestant in het ziekenhuis. De Kock: 'Ik kreeg tienduizend rand boete (zesduizend gulden - mdb) wegens mishandeling en werd jarenlang niet gepromoveerd. Het was een dure les, maar nuttig.’ De casspir rijdt langs de barakken van het hostel Vietnam in Sebokeng waar zo'n vijftienduizend Zulu’s wonen.
Bovenop de cabine zit een collega van De Kock, eveneens in camouflageuniform, met een groot RI-geweer in de aanslag. Onderweg stopt de wagen even om twee reuze marihuanaplanten, dagga in Zuid-Afrika, uit een tuin te trekken. 'Vorige week hadden we zoveel dagga opgeruimd dat de casspir helemaal vol zat. De kweker, een rasta, was woedend. Wacht maar tot na de verkiezingen, zei hij steeds. We konden hem niet meenemen: onze kolonel wil dat we alleen de oogst vernielen’, zegt hij met enige spijt in zijn stem. Het ongemoeid laten van dagga-kwekers in bepaalde townships is een klein voorbeeld van een ontdooiende Zuidafrikaanse politiemacht. Oppervlakkig gezien is er de laatste twee jaar meer veranderd binnen de Zuidafrikaanse politie. Elk politiebureau wordt tegenwoordig opgesierd met kleurige posters: 'Menseregte, nie onregte nie 'Menswaardigheid kom eerste 'Verdedig demokrasie’ en 'Verandering kom van binne’ De politie heeft een speciale afdeling in het leven geroepen voor haar relaties met de gemeenschap: op veel plekken overlegt de politie in lokale 'vredesfora’ met bewonersorganisaties en partijen als het ANC over strategieën bij betogingen en dergelijke. Enkele maanden geleden zijn twee politiebonden erkend.
En sinds een jaar volgt een groep juristen en agenten de manier waarop men klachten over politioneel wangedrag onderzoekt. Maar nog steeds ziet het grootste gedeelte van de zwarte bevolking de politie, blanke zowel als zwarte agenten, als handlangers van het apartheidsregime. Vorig jaar werden ruim vierduizend gewelddaden gepleegd tegen agenten; 267 werden er gedood, op een totaal personeelsbestand van ruim 110.000. Negentig procent van de slachtoffers was zwart. De gewone politie durft in veel townships niet meer te patrouilleren en laat dat over aan de oproerpolitie. Procedures en publiekscampagnes blijken niet genoeg om de Zuidafrikaanse agenten om te vormen tot respectabele bobbies. Vooral niet als goedbedoelde maatregelen worden tegengewerkt. Advocaat Jan Munnik is aangesteld om in de regio rond Johannesburg en Pretoria op de afhandeling van klachten tegen de politie toe te zien. Hij volgt nu zo'n tweehonderd zaken, maar geen enkele agent is nog voor de rechter gekomen: 'Heel vaak krijg ik geen toegang tot de dossiers. Ik heb te weinig personeel en bovendien mag ik de agenten die me bijstaan niet zelf kiezen.’ Neem de zaak van het Yankee-eskader Eind oktober vorig jaar werden leden van deze onderzoekseenheid ervan beschuldigd arrestanten te martelen. Inderdaad vond de politie in de casspir van deze eenheid gereedschap om elektroshocks toe te dienen De politieleiding ontbond de eenheid en stelde de betrokken agenten op non-actief, maar twee agenten werken al weer, vertelt Munnik. 'De dossiers van deze zaak zijn direct naar het openbaar ministerie gestuurd, zonder dat ik ze te zien kreeg. Heel frustrerend.’ Op dit moment ligt er een voorstel bij de Uitvoerende Overgangsraad om na de verkiezingen een geheel onafhankelijk orgaan de klachten over de politie te laten onderzoeken en Munnik heeft goede hoop dat het voorstel wordt aangenomen. Veel klachten gaan over het optreden van de Afdeling Binnelandse Stabiliteit, de op militaire leest geschoeide oproerpolitie die twee jaar geleden werd opgericht om de gewone politie te ontlasten. De ABS-eenheden schieten nogal snel en mishandelen vaak arrestanten. Een andere klacht is dat ze op eigen initiatief, buiten de lokale politiebureaus om, operaties kunnen uitvoeren in de townships. Hun plotselinge patrouilles hebben op sommige plekken grote schade berokkend aan een net ontloken vertrouwensrelatie tussen publiek en politie. De klachten zijn hem bekend, maar in zijn eenheid is van zoiets geen sprake, zegt kolonel Johan Deyzel (44), commandant van de ABS in de Vaaldriehoek ten zuidoosten van Johannesburg, waaronder zich ook Sebokeng en Sharpeville bevinden. 'De driehonderdvijftig man die onder mij dienen zijn voor negenennegentig procent goede agenten die hun zelfbeheersing weten te bewaren. De handvol die bleef vasthouden aan apartheidsideeen is opgestapt. Als een agent zich misdraagt tegenover het publiek, zal ik hem persoonlijk aanklagen. I don’t take no shit from nobody.’
In het hoofdbureau van de ABS in Vereeniging - dat eruitziet als een militaire basis, met luchtfoto’s en kaarten van de townships en agenten in het gelid voor de briefing - vertelt Deyzel zich te beschouwen als een changing-agent: 'Wij waren de eerste ABS in Zuid-Afrika die besloot elke actie, elke arrestatie te melden bij de lokale politiebureaus, zodat ze goed op de hoogte zijn. Ook waren we de eerste die schadevergoedingen gingen betalen aan huiseigenaren van wie we de deur hadden ingetrapt.’
Deyzel, nu 29 jaar bij de politie, zegt er niet tegenop te zien te moeten samenwerken met MK'ers, leden van het ANC-leger Umkhonto we Sizwe. 'Ik volgde in januari de workshop “politiemanagement in de overgangsperiode” en mijn beste vrienden daar waren getraind als terrorist. Gistermiddag na werktijd had ik nog een lang gesprek met een MK'er. Hij zei me dat ook een ANC-regering zwaar zal blijven leunen op oproerpolitie. Dat blijft gewoon nodig. Als er een crisissituatie is, zullen we zo lang mogelijk praten. Maar als je een AK-47 op je gericht krijgt, dat schiet je terug, om te doden. Gisteren nog werd een agent van me in Sharpville in zijn arm geschoten met een Magnum .357. Ja, een ander patrouillelid heeft de dader direct doodgeschoten.’
Dat de ABS-eenheden na de verkiezingen zullen veranderen of zelfs worden opgeheven, lijkt niettemin onvermijdelijk. Het ANC verzet zich hevig tegen de oproerpolitie, wat er vorig jaar toe leidde dat de eenheden werden teruggetrokken uit beruchte townships als Katlehong en Thokoza, onder Johannesburg. Hier heeft het leger de ordehandhaving overgenomen.
'Het is nu in de mode om de ABS te willen vervangen door het leger, terwijl twintig jaar is gevochten om het leger uit de townships te krijgen’, zegt Janine Rauch. Zij is verbonden aan de Witwatersranduniversiteit en doet onderzoek naar het geweld. 'Maar wat moet ervoor in de plaats komen? Het leger heeft geen bevoegdheden om arrestaties te verrichten en is niet getraind in politiewerk. Het ANC heeft daar geen duidelijk beleid voor ontwikkeld.’
Rauch was actief betrokken bij verschillende gemeenskapspolisie-projecten. Op sommige plekken had de dialoog zeker een gunstig effect op de relatie tussen politie en publiek, vertelt ze. 'Het meest succesvolle project was er een in de Westelijke Kaapprovincie. Het werd twee jaar gezien als het voorbeeld van gemeenschapspolitie, maar sinds kort zijn er problemen, met corrupte agenten geloof ik. Het ANC heeft meteen geroepen dat het leger de politie moet vervangen.’
Vreemd genoeg worden sommige lokale takken van de afdeling gemeenschapsrelaties geleid door ex-leden van de gevreesde en nu opgeheven geheime dienst. 'Dat klinkt misschien raar, maar voor de geheime dienst werden altijd de slimste agenten geselecteerd. Die zeggen nu: we hebben jarenlang alle ANC-documenten moeten bestuderen, we kennen die organisatie als geen ander, daarom zijn wij het meest geschikt om met ze te overleggen. Daar zit iets in. De afdeling in Grahamstown in de Oostelijke Kaapprovincie wordt nu geleid door dezelfde man die in het geheim overheidsgeld doorsluisde naar Inkatha, waarmee een doodseskader werd gefinancierd. Zijn rol werd duidelijk in het Inkathagateschandaal. Onlangs maakte hij kenbaar ergens anders te willen werken, maar de gemeenschap wilde hem niet kwijt!’
Het vertrouwen herwinnen van het publiek is een van de hoofddoelen van de Politie en Gevangenisbewaarders Burgerrechtenbond (Popcru). Eind november is de bond officieel erkend, na een lange strijd waarin de bond herhaaldelijk verdacht werd gemaakt door de blanke politietop. 'Ze beweerden bijvoorbeeld dat wij tijdens een demonstratie voor erkenning van Popcru “dood aan de boeren” hadden geroepen’, vertelt sergeant Mqwathi, algemeen secretaris van de bond. Hij zet zich, geheel pro deo, met tomeloze energie in voor de bond. Na een twaalfurige nachtdienst is hij alweer om negen uur op het Popcru-kantoor in het centrum van Johannesburg, om zes klagende politieagentes te woord te staan. De vrouwen zijn kwaad over een plotseling veranderd rooster, waardoor ze geen acht, maar twaalf uur moeten werken, met diensten die aflopen op tijden dat er geen transport meer is naar de townships. 'De blanke politievrouwen kunnen zo een andere dienst krijgen’, zegt de een. 'En zij krijgen een wagen van de staat, wij moeten zelf voor transport zorgen’, zegt een andere agente. Ze moet twee uur reizen van haar werk naar huis, waar ze voor een zieke moeder en acht kinderen moet zorgen.
Sinds Popcru is toegestaan, zijn er 25.000 leden toegestroomd, vertelt Mqwathi. Bijna alle leden zijn zwart. En hoewel hij benadrukt dat de bond voor iedereen open staat, wordt ze algemeen beschouwd als nauw verwant aan het ANC. Hoewel dit de reden is dat de bond in sommige townships successen heeft geboekt bij het verbeteren van de relatie met de bevolking, motiveerde het de politietop om de Zuidafrikaanse Politiebond SAPU op te richten, een vakbond die vooral blanke leden kent en die zich meer met zaken als lonen en pensioenen bezighoudt.
In het zaaltje van het politiebureau in Newcastle zitten veertig agenten klaar, onder wie zes blanken, voor een voolichtingsbijeenkomst over Popcru. De sfeer is vijandig en de Popcru-delegatie is de hele middag in het defensief. Tozamile T. Twana spreekt de aanwezigen aan met 'comrade’, zoals ook in ANC-kringen gebruikelijk is. Een Zulu-agent vraagt waarom: 'Als ik een collega van me hier comrade noem, snijden ze mijn hals af’, zegt hij, refererend aan de ANC-haat onder Inkatha-leden in Natal. Een blanke agent vraagt of het gerucht waar is dat alle agenten die voor de verkiezingen geen lid worden van de bond, later worden ontslagen.
Op de weg terug becommentarieren Mqwathi en de andere delegatieleden luidkeels de middag. 'Wat een stomme vragen. Alsof wij in de regering komen na de verkiezingen en dan mensen zouden ontslaan.’ Verbolgen is hij ook over de lage opkomst. 'De leiding in Newcastle had een hoop agenten speciale diensten laten draaien, waardoor ze niet konden komen.’
Hoe anders is de vergadering de volgende dag in het Dubepolitiebureau in Soweto, waar Mqwathi wederom acte de presence geeft. Onder een grote plataan op de binnenplaats zijn bijna honderd zwarte agenten samengekomen. De enige blanke gezichten zijn de acht foto’s aan de muur, met als onderschrift: 'Ken jou generaals’. T. Twana begint zijn praatje: 'We willen met de gemeenschap werken, we willen niet lopen in een kogelvrij vest. We willen met de burgers kunnen dansen.’
Verderop in het gebouw zit hoofdinspecteur P.J. Pieters onder een aantal instructieposters met vervaarlijk uitziende 'terroristenbommen’. 'Sien leef 'n laat leef’, is zijn motto, en verder laat hij alles over aan de Heer, ook de uitslag van de verkiezingen: 'We accepteren wat komt.’ Gevraagd naar voorbeelden van gemeenskapspolisie in Soweto, komt hij niet verder dan het feit dat zijn agenten soep en brood brengen naar ouden van dagen. De grootste hervorming 'is dat we Popcru hebben erkend’. Dat laatste zit hem duidelijk niet lekker: 'Er is een tijd van spelen en een tijd van werken. Ik wil niet dat Popcru het gewone politiewerk belemmert.’ Maar ach, hij heeft de bijeenkomst toch maar toegestaan, om onrust te voorkomen.
'Hoe kun je nu de relatie met de gemeenschap verbeteren als de structuur binnen de politie zelf nog voor geen klap is veranderd?’ Sergeant Mpungose, werkzaam op het politiebureau van het Centraal Station van Johannesburg controleert de bagage in een forensentrein op wapens, zijn dagelijkse werk. De patrouille laat alleen de groep 'Haleluja’ zingende gelovigen in een van de coupes ongemoeid.
'Ik wacht nu twee jaar op mijn promotie’, zegt Mpungose. 'Blanke collega’s die gelijk met mij examen deden, zijn al maanden geleden bevorderd.’
Het is een van de grootste restanten van de apartheid binnen het politiekorps: terwijl zestig procent van alle agenten zwart is, zijn praktisch alle hoge posten bezet door blanken. Vrijwel alle zwarte agenten zeggen dat er in feite niets is veranderd. 'Ik moet luisteren naar een blanke, ook als hij een lagere rang heeft’, zegt een agent in Soweto. 'Je waagt je leven voor een hongerloon’, zegt een agente die ook in de treinen patrouilleert, een taak die zelden door blanke agenten wordt uitgevoerd. 'Onze enige hoop is dat na de verkiezingen de organisatie verandert.’
De blanke agenten van de ABS zijn bezorgder over de toekomst, maar kijken evengoed uit naar de verkiezingen. 'Ik kan niet wachten tot eind april: dat niemand meer kan zeggen dat ik een ondemocratisch minderheidsbewind dien’, zegt een ABS-agent. 'Ik hoop echt dat we nooit meer voor politieke doeleinden worden gebruikt. Als de nieuwe regering besluit dat de leden van de Afrikaner Weerstandsbeweging terroristen zijn die wij moeten vervolgen, dan zullen we dat niet doen.’