Gemengde gevoelens

HET VONNIS over Geert Wilders kan niet anders dan gemengde gevoelens oproepen. Opluchting, dat de zaak voorbij is. Instemming, dat een politicus in Nederland niet veroordeeld wordt voor zijn opinies. Vraagtekens, over de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. En ook verbazing, over de redenering en motivering van de rechtbank.

Eerst maar de opluchting. Niemand leek tevreden met de zaak, iedereen had een probleem. Van de oppositiepartijen die Wilders zagen groeien in zijn rol als martelaar van het vrije woord, het Openbaar Ministerie dat gedwongen werd te vervolgen, de gewraakte en getergde rechters in een mediaproces, tot Wilders zelf. Want het mag gezegd, als politicus terechtstaan vanwege je uitlatingen moet een onplezierige ervaring zijn.
Dan de instemming. Nederland is tolerant en dus mag je alles zeggen, is de positieve draai aan het vonnis. Om je opinie word je niet licht veroordeeld, het belang van het publieke debat gaat boven gevoeligheden. Dat is terecht. De grens voor een strafrechtelijke vervolging moet discriminatie en het aanzetten tot geweld zijn. Belediging hoort eigenlijk niet thuis in het strafrecht en haat zaaien kan beter vallen onder oproepen tot geweld, dat is directer en duidelijker.
Maar tegelijk ook het dubbele gevoel: het knaagt ergens dat sommige uitspraken van Wilders (en dus in de toekomst ook anderen) kennelijk inmiddels toelaatbaar zijn. Inmiddels, want in een andere context in een andere tijd waren ze dat niet. Tegenwoordig mag je, dat weten we nu, dus zeggen ‘de grenzen dicht, geen islamieten meer Nederland in, veel moslims Nederland uit’. Dat heeft misschien, aldus de rechter, een ‘discriminatoir karakter’ en er wordt wel degelijk ‘onderscheid gemaakt tussen moslims en niet-moslims’. Maar het mag. Net als ‘er is een strijd gaande en we moeten ons verdedigen’. Dat laatste is dan, volgens de rechter, op de grens omdat het wat opruiend aandoet.
En dat leidt toch ook weer tot verbazing, over de motivering van de rechters. Ze hebben erg hun best gedaan om Wilders vrij te spreken. Door middel van een cirkelredenering: u heeft die uitspraken gedaan, die zijn wel op de grens, maar u deed dat in de context van een maatschappelijk debat en dus mag het. Tja. Het maatschappelijk debat dat Wilders zelf geëntameerd had. Of door middel van een gekunsteld onderscheid tussen geloof en gelovigen: u wilt veel moslims Nederland uit, maar daarmee doelt u eigenlijk op de islam. En dus mag u het zeggen. Tja. Het is toch lastig moslim te zijn zonder de islam aan te hangen.
Zo bezien is iedereen opgelucht maar niemand veel wijzer. De grenzen voor de vrijheid van meningsuiting zijn ruim, dat weten we nu en dat is goed. Maar waar ze liggen, en vooral waarom ze daar getrokken worden, is door het vonnis en de motivatie daarbij niet duidelijker geworden.