Gemengde voorschriften

In de winkel heb ik nog een ogenblik mededogen. Die twee kippenpoten, samen achter hun hobbelig raampje in bijpassend matrozenblauw kunststoffen schaaltje laat ik, maar hoe vreselijk ingewikkeld tegen mijn wil, heel even de illusie dat ze nog weg kunnen lopen. Ze hebben de knietjes al licht gebogen. Klaar voor de lange kippenloop.

Ik stel ze gerust, die twee poten. Ook al zijn jullie van verschillende kippen, je zult elkaar nooit meer echt verlaten. Ik eet jullie allebei op. Bijna tegelijk en niet gewoon, maar heel erg netjes. Volgens oude gemengde voorschriften. Zorgvuldig gekozen verdere weefsels gaan mee op reis. De laatste dagen voel ik mij toch al zo aangetrokken tot de venkelknol (is het niet precies, als je dat echt zou willen, een kleine bleke montgolfière?), en groeit de afstand tussen mijzelf en de ui zienderogen. Ik beloof ze ook nog eens gezellig citaatkoken. Van Joyce dit keer. Waar Molly zich voorneemt voor Leopold haar borsten vet te mesten door veel eieren met marsala te eten. De echte sabaion. Hun knietjes knikken meteen instemmend.
Kippenpoot in marsala en nog roder azijn. Gekregen azijn, dat krijgt kip ook niet elke dag. Die zuurzoete smaken, daar komen er steeds maar meer van, ik durf het rustig te voorspellen. Zoet en zuur: lingerie van ongure komaf.
Potentwee wordt zorgzaam in de hete vette olie gelegd. Zonder zout en zonder peper. Eigen schuld. De halve bol nieuwe knoflook op grove wijze uit elkaar plukken. Daarbij. Dan pas dat glas Mollys marsala er overheen. Geen laurier, geen kruidnagel. Moet ook maar eens afgelopen zijn. Een schepje szechuanpeper, dat weer wel.
In onregelmatige ringen en dungesneden de venkel. Als circusgereedschap.
Iets vergeten. De mosterd, maar dat mag en moet later.
Zo eten ze hier hun kippenpoten, aan de tafel met de dunne rode poten gezeten.