De biodiversiteitstop in Montreal herinnerde mij eraan dat er op de planeet nu meer spullen zijn dan biomassa. Alle bomen, grassen, vissen, bacteria en andere levensvormen samen wegen minder dan wat er aan gefabriceerde dingen bestaat, blijkt uit een artikel in Scientific American. De auteurs schatten dat de curve van biomassa, die daalt sinds we begonnen met landbouw en bevolkingsgroei, in 2020 de opgaande trend van onze spullen kruiste. Die stijgt explosief door industriële revolutie en massaconsumptie. Het is een schatting; het kan ook gisteren zijn geweest of morgen gaan gebeuren. We beleven dus ongeveer nu een unicum in de geschiedenis van mens en planeet. Onze spullen wegen zwaarder dan het leven − letterlijk. Een mijlpaal in de strijd tussen biomassa en massaproductie.

Een veelzeggende illustratie is de groei van de jaarlijkse autoproductie, die bedroeg in 1950 tien miljoen auto’s. In 1960: twintig miljoen, in 1980 veertig, in 2010 zeventig, in 2016 negentig en nu meer dan honderd miljoen auto’s per jaar.

Soms heb je een haakje nodig. Een aansprekende gebeurtenis of een feit om een complexe werke-lijkheid mee te vangen. Dit is mijn haakje voor het antropoceen. Wat betekent het hier en nu? Dit: meer spullen dan natuur – and counting.

Ons antwoord op deze trend is klimaat- en biodiversiteitstoppen beleggen, CO2-uitstoot beprijzen, elektrische auto’s maken en groene financiering klaarzetten. Het zijn misschien oplossingen, maar wat is eigenlijk de oorzaak? Waarom bedekken we de aarde met dode spullen zodat het leven zelf in het gedrang komt? Waarom accumuleren we zoveel? Het is een klassieke vraag in de economie, die in het antropoceen nieuwe urgentie gekregen heeft. En in deze tijd van het jaar, na Black Friday en Sinterklaas en met Kerstmis in aantocht, is het in ieder geval een actuele kwestie.

Het naïeve antwoord is: omdat het in onze maatschappij voorziet in behoeften – aan voeding, kleding, transport, comfort, alles wat het leven materieel aangenamer maakt. Maar denk even aan de mondiale productie van honderd miljoen auto’s, ieder jaar weer. Een deel ervan is het spreekwoordelijke eerste autootje voor een opkomende middenklasse in de minder rijke landen. Maar ook elders blijft men kopen, terwijl op ons welvaartsniveau meer spullen niet gelukkiger maken, blijkt uit onderzoek. Maar ook bij ons groeit het aantal auto’s door, van 6,3 miljoen in 2000 naar 9 miljoen nu. Dat voorziet niet meer in een mobiliteitsbehoefte maar in − ja, in wat? Of denk aan voedsel en kleding. We eten steeds meer en leven er korter door, we kopen steeds meer kleding en gooien er bergen van weg. Hier is iets anders aan de hand.

Waarom bedekken we de aarde met dode spullen?

Je hoort vaak dat onze genen of de oudste delen van ons brein geprogrammeerd werden in tijden van honger en schaarste, zodat we niet af te remmen zijn. Een onbevredigende verklaring, omdat overproductie niet altijd al de condition humaine was − het is een historisch begrensde trend in de laatste paar honderd jaar van industrieel kapitalisme.

De logica van dat systeem suggereert een ander antwoord, in het spoor van Keynes, Kalecki en Marx, de systeemdenkers van het kapitalisme. Zonder stijgende consumptie, was hun analyse, stagneren de winsten en hapert het economisch systeem.

Of misschien ligt de verklaring niet alleen in het systeem, maar ook in ons. Dat is wat psychoanalytici zoals Lacan, en in zijn spoor de Canadese hoogleraar McGowan, voorstellen. De mens ervaart een fundamenteel gemis, stelt hij. Het kapitalisme is een waardensysteem waarin bezit van spullen de belofte in zich draagt dat gemis op te heffen − totdat de feitelijke aankoop gedaan wordt. Het bezit van de zaak blijkt teleurstellend, de jacht op de volgende aankoop wordt geopend.

Het zijn verklaringen die niet tot pasklare oplossingen leiden, zoals een top in Montreal of CO2-beprijzing. Ze werpen nieuwe vragen op. Hoe kunnen bedrijven winst maken zonder zoveel te produceren? Misschien doordat we gaan betalen voor diensten en ervaringen waar weinig fysieke productie en energiegebruik mee gemoeid is. En vooral: hoe kunnen we beter leren leven met ons gemis, zodat we niet zoveel spullen nodig hebben om het te verdringen?

Reageren? Bezemer@groene.nl