General Motors als symbool

New York – Een maand of vijf geleden, toen Barack Obama de verkiezingen had gewonnen, heerste hier een stemming van opgewonden optimisme. Euforie. De overtuiging dat de natie zich eindelijk had bevrijd uit de doodlopende steeg. Aan het begin van deze week heeft het Witte Huis het hoofd van General Motors, Rick Wagonar, gevraagd te vertrekken, wat gelijk staat aan ontslag. Binnen twee maanden moet er een plan tot herstructurering komen. Een faillissement van de autogigant wordt niet uitgesloten. Chrysler wordt verzocht binnen dertig dagen met Fiat te fuseren, als het nog aanspraak wil maken op overheidssteun.
GM misschien failliet! De fabrikant van de gigantische trucks waarin onze bevrijders arriveerden, van de Chevrolets, de Buicks, de Cadillacs, de meest begerenswaardige auto’s ter wereld. We hebben al leren leven met de ramp van Irak. We weten dat meer dan acht jaar na het begin van de vijandelijkheden er nog steeds gezocht wordt naar een oplossing voor Afghanistan. Het bewind van Obama zoekt naar een manier om de veelvoudige problematiek van het Midden-Oosten te beteugelen. Aan die uitzichtloosheid waren we al gewend. Obama’s montere energie heeft de wereld weer enige hoop gegeven. Maar als iets het verval van Amerika symboliseert, dan is het deze desolate toestand van zijn auto-industrie. ‘Tanend Amerika, het verdwaalde rolmodel’, is de kop van Paul Krugmans column in The New York Times van maandag. Dit vat de nieuwe waarheid samen.
Beseffen de Amerikanen het zelf? Het afgelopen jaar zijn miljoenen mensen hun baan kwijtgeraakt en misschien wegens een niet meer aflosbare hypotheek ook hun huis. Er zijn een paar demonstraties in Wall Street geweest, directeuren van de American Insurance Group hebben het verzoek gekregen zichzelf op te hangen. Een nieuwe presentator van Fox News, Glenn Beck, is binnen een paar maanden beroemd geworden door alles onder woorden te brengen wat de Obama-haters tegen elkaar zeggen of bloggen. Binnen een paar maanden kan hij rekenen op 2,3 miljoen kijkers per uitzending. Zo iemand moeten we in Nederland hebben voor Wakker Nederland. Dan zijn we meteen van al die klachten af dat links het in de media voor het zeggen heeft.
Obama blijft populair maar tegelijkertijd groeit het protest tegen de deplorabele toestand in het algemeen. Dat is voelbaar. De vraag is dan hoe het komt dat het geen zichtbare gevolgen heeft, op straat, in demonstraties van de bekende woedende menigte die ‘het niet meer pikt’, die met de politie vecht en beeltenissen van de vervloekte leiders ophangt of verbrandt. Dit hele ooit vertrouwde repertoire.
Het is het volgende voorlopige saldo van wat we in de vorige eeuw de individualisering noemden. Toen was het een luxe die samenhing met een gebrek aan noodzaak tot solidariteit. Het proletariaat bestond al lang niet meer. Het onderscheid tussen de klassen vervaagde of verdween in een nieuwe algemene cultuur van entertainment en consumentisme. Even heeft het erop geleken dat de aanval van 11 september 2001 tot een herleving van de nationale eenheid zou leiden. Maar als dat al het geval is geweest, dan is die snel vervaagd. De Amerikaanse samenleving, werd in Washington verzekerd, leefde mee met haar dappere soldaten overzee. Maar tegelijkertijd werden de oorlogen op een afstand gehouden, doodskisten met soldaten erin mochten niet op de televisie worden vertoond, terwijl de regering telkens weer verzekerde dat er nieuwe ‘benchmarks’ waren bereikt.
De crisis raakt nu de Amerikanen in hun persoonlijk leven. Maar intussen hebben de ontevredenen ook nieuwe methoden gevonden om hun protest te laten horen. In de ‘talk radio’ en op hun blogs kunnen ze hun hart luchten. Hier zijn de bloggers op z’n minst even uitgesproken als in Nederland. Met deze vormen van communicatie is een nieuwe fase van de individualisering bereikt. Bloggers gaan niet de straat op, ze zitten zich thuis op te winden aan hun toetsenbord. Onder deze omstandigheden, schrijft Sudhir Venkatesh, hoogleraar sociologie aan Columbia University, kunnen een wijdverbreide woede en collectieve passiviteit naast elkaar bestaan: ‘Het gebrek aan directe actie zou een teken kunnen zijn dat de burgers niet meer wezenlijk geïnteresseerd zijn in het wel en wee van de natie; het sociaal contract is aangetast.’
Venkatesh doet onorthodoxe aanbevelingen. Woede hoeft niet te leiden tot een er op los bloggen of rellen veroorzaken. Een gerechtvaardigde woede kan ook geweldloze demonstraties veroorzaken, burgerlijke ongehoorzaamheid. En als het daartoe zou komen, herstellen we misschien het openbare leven, in die zin dat we weer redelijk met elkaar praten, in plaats van ons te gedragen als schuimbekkende huismussen. Ik help het hem wensen. Eerst eens zien hoe het publiek op de G-20 reageert in Londen.