Genezen en vergeven

De Canadese indianen worden sinds het begin van de negentiende eeuw systematisch onderdrukt door middel van de ‘kostscholen’. Nog steeds lijden ze eronder. Drugs en alcohol lijken een goede toekomst in de weg te staan.(

HET HAD EVEN goed het stadsdeelkantoor in Amersfoort-Zuid kunnen zijn. We waren al gewaarschuwd. Toen we in Ottawa op het kantoor van de Affiliation of First Nations, een samenwerkingsverband van alle indianenreservaten en -stammen, hadden verteld dat we het reservaat Kanawake gingen bezoeken, zei een medewerkster: ‘De eerste keer dat ik daar kwam, wist ik niet wat ik zag. Ze hebben er asfaltwegen, elektriciteit, gas en telefoon. Kanawake moet het mooiste reservaat zijn dat er is.’
Het ligt dan ook onder de rook van Montreal, en het is bereikbaar, zoals de bewoners ons meermalen verzekeren, voor journalisten en politici.
Kanawake telt achtduizend inwoners. Behalve de voor reservaten zeer goede voorzieningen heeft het dezelfde kenmerken als de woonplaatsen van de rest van de bijna 500.000 indianen in Canada. Het is een gevaarlijke plek om te wonen. Een bocht in de rivier maakt de scheepvaart riskant; Kanawake ligt onder een aanvliegroute van het vliegveld van Montreal en de grond is vervuild.
De enige inwoners van Kanawake die werk hebben, werken in of vanuit het gebouw dat alle gemeentelijke diensten verzorgt: het bevolkingsregister, stadsreiniging, onderhoud en een uitgebreide sociale dienst.
Uit piëteit worden de statistieken niet specifiek voor indianen of reservaten bijgehouden, maar iedereen weet dat hier in Kanawake en elders in de reservaten alcohol en drugsmisbruik, geweld en armoede al generaties lang epidemische vormen hebben aangenomen.
De indianenorganisaties zelf houden wél andere statistieken bij. Zo is de moedersterfte in de reservaten even hoog als onder indianenstammen in Guatemala. Moedersterfte, het aantal vrouwen dat zwangerschap of bevalling niet overleeft, is een goede graadmeter voor armoede en deprivatie. Het is medisch eenvoudig te voorkomen en in de rest van Canada komt het dan ook vrijwel niet voor, net zomin als elders in de westerse wereld. Wat deze cijfers dus zeggen is dat in het land dat steeds weer bij de eerste drie eindigt op de ranglijst van welvarende landen, de sterfte onder moeders even hoog is als onder een gedepriveerde groep mensen in een der armste landen ter wereld. Ook de cijfers over tienerzwangerschappen in de reservaten komen dichter in de buurt van de tien armste landen ter wereld dan van de rijkste drie.
WE PRATEN BIJ de sociale dienst, die wordt geleid door Conny Mclosh, over de programma’s die worden ingezet om deze buurt een beetje op te krikken. Hun eerste zorg is opvang van en hulp aan verslaafden. Dat is niet eenvoudig als het gaat om mensen zonder opleiding, die opgroeiden in een gezin met verslaafde ouders, in een omgeving waar velen verslaafd waren en waar ze nog steeds worden omringd door andere verslaafden.
Mclosh en haar team bevestigen de noodzaak van indiaanse programma’s voor indianen. De reservaatbewoners vertonen een grote resistentie tegen de Canadese maatschappij in het algemeen en de Canadese hulpverlening in het bijzonder. Mclosh: 'Wij proberen terug te gaan naar onze eigen cultuur, rituelen en normen. Dat is essentieel om mensen het gevoel van eigenwaarde terug te geven dat een voorwaarde is voor een ander leven.’ Het hele kantoor zit dan ook op Mohawk-les om mensen die dat willen in hun eigen taal te woord te kunnen staan. Mclosh verwoordt een tendens die in heel Canada aan invloed wint: de first nation-volkeren, zoals de indianen officieel heten, kunnen alleen overleven als ze in staat zijn terug te keren naar hun eigen cultuur, geschiedenis en identiteit.
De beweging is een antwoord op de 'kostscholen’, die een zwarte bladzijde vormen in de geschiedenis van de omgang van de Canadezen met de oorspronkelijke bewoners van het continent. De Canadese regering bood in 1996 haar excuses aan voor het beleid van gedwongen assimilatie via kinderen dat tot ver in de jaren zeventig doorging. Met die excuses kwamen het debat en de waarheidsvinding pas goed op gang. Met verbijsterende uitkomsten.
DE KOSTSCHOLEN vinden hun oorsprong in het begin van de negentiende eeuw. Dan houdt de handel tussen Europeanen en indianen op en begint de (Britse) kolonisatie. De scholen komen tot volle bloei tussen 1880 en 1969; in 1894 worden ze verplicht voor alle indiaanse kinderen. De scholen zijn helse oorden. Al snel na de instelling van de verplichte schoolgang geeft de Canadese regering het beheer en de organisatie van de kostscholen in handen van de kerken. Niemand anders wil het doen voor het bedrag dat de overheid uittrekt. Het gevolg is dat de scholen geen geld hebben om de kinderen behoorlijk te voeden of te kleden. Veel indianen leiden tot aan de Tweede Wereldoorlog nog een nomadisch bestaan, en de scholen dienen dan ook om de kinderen tot boeren en landarbeiders op te leiden. De leerlingen verbouwen hun eigen voedsel en van hun zesde tot hun zestiende doen ze het werk van volwassenen.
De kostscholen zijn vanaf de eerste dag berucht. Ouders verstoppen hun kinderen als aan het begin van het schooljaar de vrachtwagens het reservaat binnenrijden om iedereen onder de zeventien eenvoudig in te laden en meestal honderden kilometers verderop naar een kostschool te brengen. Kinderen lopen weg en overlijden niet zelden aan hun vlucht of aan de straf die ze ondergaan als ze worden teruggebracht.
INDIANEN HEBBEN in de Canadese samenleving geen stem om de schandelijke toestanden aan de orde te stellen, en zonder veel tegenstand kunnen de kostscholen generaties indianen het leven zuur maken. Op de scholen krijgen de kinderen een andere, Engelse naam. Contact met broertjes en zusjes is verboden en wordt streng bestraft, net als het spreken van een indianentaal. Bezoek van ouders wordt ontmoedigd of verboden, of anderszins niet op prijs gesteld. Voor de kostscholen representeren de ouders het achterlijke en verkeerde systeem waaruit de kinderen, desnoods met geweld, moeten worden losgerukt.
Mishandeling is standaard als strafmiddel, of als leermiddel. Kinderen worden invalide, kreupel of dood geslagen zonder dat er een haan naar kraait. In de strenge winters vriezen bij de kinderen ledematen af door gebrek aan kleding en dekens, maar geen inspectierapport dat daarover rept. Ook seksueel geweld door leerkrachten is eerder regel dan uitzondering. Een koninklijke commissie, ingesteld naar aanleiding van de discussie die volgde op de excuses van de regering, houdt al jarenlang hoorzittingen, waarbij nog steeds nieuwe feiten boven tafel komen. Enkele getuigenissen hebben geleid tot rechtszaken waarin de kerken werden veroordeeld tot hoge schadevergoedingen en de daders gevangenisstraffen kregen.
Vandaag de dag zijn de gevolgen van de kostscholen voor de indiaanse gemeenschappen nog steeds desastreus. Generaties lang zijn de kinderen op een leeftijd van vier of vijf weggehaald. Vaak kwamen ze pas terug op hun zestiende, vervreemd van hun familie en van hun stam, de taal niet meer machtig, getraumatiseerd door de kostschool, en zonder identiteit door de rigide assimilatiepolitiek. Doordat ze niet zijn opgegroeid in een gezin en niet zijn opgevoed door ouders, kunnen ze zelf niet in een gezinsverband functioneren. Opgroeien in een disfunctioneel gezin is geen ideale uitvalsbasis; opgroeien in een gemeenschap van uitsluitend disfunctionele gezinnen betekent sociaal gesproken met z'n allen als ratten in de val zitten.
Geweld en seksueel geweld, en even later ook verslaving, worden van generatie op generatie doorgegeven. Daders en slachtoffers zijn niet meer uit elkaar te houden; dat onderscheid heeft alle betekenis verloren. Healing, helen, is het nieuwe indiaanse werkwoord op dit gebied, als een combinatie van genezen en vergeven. Veel zang en dans komt daarbij kijken, en veel, heel veel praten. Conny Mclosh: 'We nodi gen hier ook veel traditionele helers uit die kunnen vertellen over tradities in een ander rechtssysteem. Daarbij ligt de nadruk veel meer op herintegratie van daders in de gemeenschap en genoegdoening van het slachtoffer dan op het verwijderen van daders.’
Dat ligt voor de hand, want de meeste reservaten bevinden zich ver van de bewoonde wereld; mensen kunnen er nauwelijks weg. Dat betekent een volgend dilemma: de reservaten hebben geen economie, geen mogelijkheden, geen toekomst. Waarom zouden mensen daar eigenlijk blijven? Omdat ze ook in de Canadese samenleving hun plek niet vinden, en worden geconfronteerd met stigmatisering en discriminatie. Maar het feit dat de kostscholen voor generaties indianen de eerste, verpletterende, kennismaking waren met de moderne Canadese samenleving, heeft gezorgd voor een diepgewortelde angst voor en een onuitroeibaar wantrouwen tegen diezelfde samenleving. Teruggaan naar oude waarden en normen en naar een eigen cultuur is misschien zinnig, maar het geeft mensen nog geen vaardigheden om zich in deze tijd staande te houden. Jonge indianen raken vaak klem tussen de wens om uit te breken uit de uitzichtloze reservaten en de onmogelijkheid om in de stad een leven op te bouwen.
OP MAANDAGMORGEN houden we een turtle op het kantoor van de First Na tions. Een pow wow (spreek uit pauw-wauw) is een grote formele vergadering, een turtle is een informele bijeenkomst die het midden houdt tussen een praatgroep en een brainstorm.
Het gaat over seksueel geweld en seksualiteit in het algemeen. Jonge indianen vertellen over het gebrek aan voorbeelden. Cecilia, laatste klas van de middelbare school: 'Mijn moeder is verslaafd en mijn vader is een kostschoolslachtoffer (deze dagen in indianenland een woord zo gewoon als een halfje bruin - jvk), niemand in mijn familie heeft de middelbare school afgemaakt, op mijn zusje na. Die heeft een jaar biologie gestudeerd en is toen teruggegaan naar het reservaat. Ze kreeg een kind en nog een kind. Nu leeft ze daar.’
Lea, ouder en verdrietig: 'Ik ben het weekend thuis geweest in het reservaat. Er is niets anders dan drugs, alcohol en geweld, op zaterdagavond moet je het huis zowat barricaderen om veilig te zijn. De kinderen snuiven lijm tot diep in de nacht.’
In de groep en daarbuiten woedt het gevecht om de terminologie van de geschiedenis. In een woedend wetenschappelijk pamflet gaan de onderzoekers van de koninklijke commissie over de kostscholen de geschiedvervalsende redeneringen te lijf waar kerk en staat zich graag op beroepen. Zoals: ze bedoelden het goed met die kostscholen.
De waarheid is, schrijven de onderzoekers, dat we niet weten hoe ze het bedoelden. En sinds wanneer zijn intenties beslissend voor het oordeel over het resultaat? Of een andere redenering: ze wisten niet wat ze deden, er was nauwelijks protest. Laten we het zo zeggen, schrijven de onderzoekers: iedere slavenmaatschappij omvatte een aanzienlijke groep mensen die zeer tegen de slavernij gekant was. We kennen ze als slaven.