Geniaal of te korte beentjes? muziek

In zijn boek over de geïmproviseerde muziek in Nederland, New Dutch Swing, signaleert de Amerikaanse journalist Kevin Whitehead een typisch Nederlandse voorliefde voor ‘obscure jazzarrangeurs zoals Bob Graettinger’ - hier te lande ‘(gepromoveerd tot Robert F.) Graettinger’.

Obscuur was Graettinger ontegenzeglijk als je afgaat op de beschrijving die de saxofonist Art Pepper in 1948 van hem gaf: ‘Hij zag eruit als een levend skelet (…) een muzikale zombie’. Dat klopt: Graettinger ging er prat op dat hij niet sliep ('Sleep in the grave’, zo luidde zijn motto). Graettinger, die in 1957, nog geen 35 jaar oud, aan kanker overleed, is een protégé van Werner Herbers, de bezielende kracht achter de Ebony Band. Na eerst entartete componisten zoals Erwin Schulhoff en Stefan Wolpe onder zijn hoede te hebben genomen, probeert hij nu het werk van het buitenbeentje Graettinger een plaats in de geschiedenis te geven. Een paar jaar geleden verscheen de cd City of Glass, het levenswerk van Graettinger. Onlangs kwam een cd uit met niet eerder op de plaat gezet en gedeeltelijk zelfs niet eerder uitgevoerd werk van de Amerikaanse componist/arrangeur - het resultaat van onvermoeibaar speurwerk in archieven en het geduldig speelklaar maken van onvolledige partituren. Al bij zijn leven was Graettinger, die werd ontdekt door bandleider Stan Kenton, uiterst omstreden. Sommigen vonden hem een prutser, anderen beschouwden hem juist als een genie. Zelf meende hij dat hij 'boven de boomgrens, waar niets groeit’ verkeerde. Het grappige is dat voor beide opvattingen wel wat te zeggen is. Niet zo geslaagd bijvoorbeeld is de 'Suite for string trio and windquartet’, het stuk dat het meest tegen het zogenaamde modern-klassieke idioom aanleunt. Voor de individuele instrumenten schreef Graettinger soepele, virtuoze partijen, die echter gedwarsboomd worden door moeizame, stroeve harmonieën. Daardoor wordt deze suite een richtingloos borduursel dat het ene idee aan het andere rijgt. De grillige fantasie van Graettinger komt beter tot zijn recht in arrangementen van bestaande stukken, waarbij al een zeker kader aanwezig is. 'Loverman’ is zo'n stuk. Claron McFadden zingt een tamelijk conventionele song, lekker jazzy, terwijl op de achtergrond de meest vreemde dingen gebeuren. Alsof het orkest af en toe even een eigen feestje bouwt. Het zijn de details die Graettinger in het traditionele big-bandidioom aanbrengt, die opmerkelijk zijn. Vreemde sprongen in de blazerssectie, een massief dichtgecomponeerd klankweefsel of stemmen die alle kanten uitschieten, zoals in 'Molshoaro’. Een prachtig voorbeeld is het arrangement dat hij maakte van 'I Only Have Eyes For You’. Het begint met een troebel openingsakkoord dat harmonisch gezien alle kanten op kan. Pas na een kleine minuut beginnen zich enige contouren af te tekenen, maar zelfs dat blijkt een quasi-zekerheid als even later het stuur opnieuw omgegooid wordt. Net als het relaxte, zwoele ritme dat plotseling wieltjes ondergebonden krijgt en met hoge vaart wegspuit. Abrupte maatwisselingen, plotselinge sfeerveranderingen, een onverwacht slot, onstuimige uitbarstingen in het koper, harmonisch ambivalente passages en akkoorden die zich met het geweld van een atoom lijken te splijten - de bruisende muziek van Graettinger is onvoorspelbaar en tegendraads. Vaak lijkt hij op vele gedachten tegelijk te hinken en zo veel mogelijk daarvan in de partituur te verwezenlijken. Of dat nu zo geniaal is, is de vraag, maar intrigerend is zijn muziek beslist. Daarvan getuigen ook de luide kreten van instemming die het publiek op deze live-cd laat horen. + Ze was de heldin van de Nieuwjaarsmatinee in het Concertgebouw: Esma Redzepova, bijgenaamd de Zigeunerkoningin. De gepassioneerde liederen van de roma zijn ook te vinden op de dubbel-cd Esma, Queen of the Gypsies. Twijfelachtiger zijn de Macedonische liederen waarin Redzepova zich tot een Oost-Europese Zangeres zonder naam ontpopt. (Worldconnection 43005). + Het Nederlands Blazersensemble viert de zestigste verjaardag van Louis Andriessen met een uitvoering van De Stijl. Amsterdam (21/1), Eindhoven (22/1), Utrecht (24/1) en Rotterdam (25/1). Tevens werk van Michael Nyman en Darius Milhaud.