Geniale grote jongen

Simon Callow
Orson Welles: Hello Americans
Jonathan Cape/Nilsson & Lamm, 507 blz., £ 25

Het verhaal is onuitstaanbaar: nadat William Randolph Hearst voor maanden oponthoud had gezorgd, kon in mei 1942 de film Citizen Kane eindelijk de bioscopen in. Op een foto van de première in Los Angeles kijkt de dan nog net 25-jarige Orson gespannen en verwachtingsvol de wereld in. Op de achtergrond prijkt zijn naam op de bioscoop. ORSON WELLES, veel groter dan de andere namen. Hij was immers het wonderkind uit het theater en van het roemruchte hoorspel The War of the Worlds, van wie heel, heel veel verwacht werd. Hij had een eigen afdeling bij zijn studio gekregen en grote kredieten om maar te kunnen maken wat hij maken wilde. En die avond loste hij de verwachtingen meer dan in.

Citizen Kane werd spectaculair goed ontvangen. De consensus was groot: deze film was een mijlpaal in de filmgeschiedenis en de maker de meest interessante filmer van het moment. Niet slecht gezien: tot op dit moment staat Citizen Kane op vrijwel elk lijstje in de topvijf. Onuitstaanbaar is het daarom dat na die geslaagde première de film geen financieel succes werd. Niemand ging kijken! Dankzij de beledigde tycoon Hearst schreven de grootste kranten er niet over en was de film lang niet overal te zien. Geen van Welles’ latere films kreeg ooit nog een première.

Onuitstaanbaar is ook dat wij nu weliswaar Citizen Kane in de winkel kunnen aanschaffen, maar dat films als The Stranger, The Lady from Shanghai en MacBeth niet te zien zijn. Zo blijft het fabeltje in stand dat het met Welles na Citizen Kane alleen maar bergafwaarts ging.

In Hello Americans, het tweede deel van wat een driedelige biografie van Welles moet worden, wordt die fabel weerlegd. Simon Callow, die in deel 1 veel kritischer over Welles was, is nu zo overrompeld door zijn onderwerp dat hij er ruim vijfhonderd bladzijden over doet om de periode 1942-1947 te behandelen. En hij moet nog tot 1985! Callow heeft een excuus: de hoeveelheid projecten waarmee Welles die vijf jaar bezig was, gaat het normale verre te boven. Hij maakte The Magnificent Ambersons en de eerder genoemde films, hij acteerde. Politiek was hij actief voor Roosevelt en hij ging de strijd aan met racisten. Maar bovenal begon hij als producer, schrijver en regisseur een onvoorstelbare hoeveelheid projecten, waarvan bijvoorbeeld de verfilmingen van Mein Kampf, Schuld en boete en het leven van Jezus Christus nooit af kwamen. Callow schetst een groot talent dat verzuipt in zijn eigen stroom ideeën. Welles’ privé-leven wordt niet breed uitgemeten, ten faveure van vele zakelijke contacten. Want Welles is de grote jongen die in Brazilië, als onderdeel van een propagandacampagne van de Amerikaanse overheid, het carnaval komt filmen. In wit pak, drinkend, rokend, vrijend en toch doorwerkend, krijgt hij de Brazilianen in zijn ban als ‘deze enorm sympathieke grote jongen die in de straten van onze metropolis te zien is’. Maar: deze film kwam ook niet af.