Geniale potter

Was het De Dageraad die voor de oorlog des zondags in Tuschinski bijeenkwam voor een stichtend doch godloos woord? In elk geval was mijn vader er soms bij. En hij vertelde hoe hij na een indrukwekkende toespraak afknapte toen de spreker naar de loge achter hem kwam om de zijnen trots te vragen: ‘Hoe vonden jullie me?’

Ik ben daar minder calvinistisch in: ijdelheid van de spreker hoeft aan de kwaliteit van zijn woorden niet af te doen (letter noch woord van Mulisch zouden we ernstig kunnen nemen); en achter menige grootse prestatie schuilt geldingsdrang.
De camera liep door toen een uitgeputte Dennis Potter zijn laatste interview had beeindigd. Hij bleek tevreden: ‘I felt OK; at certain points I think I was flying.’ En bevlogen was hij geweest, zoals trouwens in elk publiek optreden dat ik van hem zag; net als in zijn werk. Met Potters zelfbeoordeling zou zelfs mijn strenge vader akkoord zijn gegaan omdat hier de term ijdelheid niet van toepassing was. In het oog van de dood evalueerde een man zijn werk en hij wist dat dat goed en van belang was geweest. Over het werk aan zijn laatste twee tv-spelen (een letterlijke race tegen de klok) zei hij: 'I write with a passion I’ve never felt. I feel I can write anything at the moment. I feel I can fly with it. I feel I can really communicate what I’m about and what I feel and what the world ought to know. I have a vocation, a passion about it; a conviction about it.’
Als het zou lukken de spelen af te krijgen en als BBC en Channel 4 zouden doen wat hij eiste, namelijk elk een spel produceren met in de hoofdrol dezelfde acteur en in de week na de premieres herhalingen op elkaars zender, dan had hij z'n doel bereikt: a fitting memorial. Ter meerdere eer en glorie van Potter? Nee, ter redding en instandhouding van een aantal humane waarden, van elementair fatsoen (zonder de bigotte bijklank van dat woord) zowel op het niveau van twee mensen als op dat van een totale samenleving, uitgedrukt in een fatsoenlijke, zich verantwoordende televisie en geschreven pers, in een waardig politiek debat en bovenal in een sociaal beleid zoals dat na de oorlog onder Labour tot stand was gekomen (National Health Service bijvoorbeeld) en zoals dat is en wordt afgebroken waar ieder bij staat.
Hoe treffend dat Potter zijn grootste dodelijke gezwel Rupert heeft gedoopt! Ware hij niet zo Anglocentrisch geweest, hij had een ander Silvio kunnen noemen.
Het lijkt of ik hier een politicus, een filosoof, een theoloog herdenk. Natuurlijk was Potter eerst en vooral schrijver, en wel van een onderschat, zelfs geminacht genre: televisiedrama. (Trevor Griffith zei in een BBC-In Memoriam dat hij de Shaw van deze tijd zou zijn als televisie net zo werd gewaardeerd als theater; een ander vergeleek zijn betekenis overigens met die van Orwell.) Hij was een groot schrijver die het genre aanzien gaf; schrijver met niet alleen een sterk dramaturgisch talent maar ook een beeldend vermogen waarmee hij regisseurs haast dwingend van visuele mogelijkheden voorzag; schrijver met een drang tot vernieuwing van de vorm, die overigens nooit tot gimmick werd maar ten dienste van de inhoud stond. Maar bovenal een moralist. Een geniale.