Ted Morgan, Literary Outlaw. The Life and Times of William S. Burroughs. Uitg. Pimlico, 660 blz., 322,50 bij Scheltema Holkema Vermeulen in Amsterdam
Vier jaar lang sprak Ted Morgan dagelijks met zijn onderwerp, de Amerikaanse schrijver William S. Burroughs. Daarnaast interviewde hij veel betrokkenen. Morgan kon dan ook heel dicht bij zijn onderwerp blijven en paste voor Literary Outlaw de gewaagde truc toe van het vertellen door middel van ‘innerlijke’ stemmen. Hij bereikt hiermee een grote intensiteit. Ik moest blijven lezen tot het ochtendgloren. Na afloop kon ik concluderen: het is een van de wonderen van deze tijd dat William Seward Burroughs II, geboren 5 februari 1914, nog onder ons is.

De bekende Burroughs-affaires vind je in dit adembenemende boek terug, zoals de moord ‘per ongeluk’ op zijn vrouw, het lukrake ontstaan van de even omstreden als fascinerende cut up-methode (Burroughs was de eerste schrijver die diep in de ervaring van het 'zap-bewustzijn’ doordrong), zijn verslavingen, het asielverblijf in 'vrije zones’ als Tanger en Mexico City, de confrontaties en vriendschappen met andere 'Beat’-schrijvers als Jack Kerouac, Allen Ginsberg, Gregory Corso, de geregisseerde ontmoetingen tegen wil en dank met beroemde bewonderaars als Mick Jagger. Maar ook minder bekende zaken, zoals het tragische en korte leven van zijn enige zoon en zijn intensieve bemoeienis met Scientology, waarmee hij, bezeten als hij was door sekten, samenzweringen en de dwaalwegen van het onbewuste, een haat-liefderelatie onderhield. De stoïcijnse Burroughs is bij dit alles als het oog van de orkaan: windstil.
Terecht kiest Morgan de scheidslijn tussen de officiële schrijverswereld en de tegencultuur als leidraad. Nog steeds neemt Burroughs in de literaire geschiedschrijving een marginale plaats in. Wie ooit de moeite heeft genomen een profetisch meesterwerk als Naked Lunch goed te lezen, weet dat dit wegzetten van het genie Burroughs alleen maar gebaseerd kan zijn op een schandelijk vooroordeel. Burroughs, zo ongeveer de vleesgeworden 'underground’ (en daarom het idool van alle popsterren tot aan Kurt Cobain), hield zich liever op in de voor hem zo inspirerende onderbuik van de samenleving dan in literaire kringetjes. De prijs die hij daarvoor betaalde was een niet-aflatende stroom aan negatieve recensies en de jarenlange uitsluiting van de prestigieuze American Academy and Institute of Arts and Letters, waarvan zo ongeveer iedere Amerikaanse schrijver van naam lid was.