KUNST

Genieën!

Caravaggio

In het Rembrandthuis te Amsterdam is een schilderij te zien dat misschien door Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) is geschilderd. Althans, zo denken veel kenners erover; het museum en de schrijvers van de bijgaande publicatie zijn ervan overtuigd dat het om een echte gaat, en niet zomaar een echte, maar zelfs Caravaggio’s ‘laatste schilderij’, dat eeuwenlang zoek was en pas in 1976 boven water kwam. Nu hangt dat hier, precies vierhonderd jaar na de dood van de kunstenaar, een 'wereldprimeur’. Waarom in het Rembrandthuis? Omdat Rembrandt zich in zijn jonge jaren zou hebben laten beïnvloeden door het dramatische licht-donkerspel dat de Nederlandse navolgers van de Italiaan in het noorden hadden geïntroduceerd. Dat maakt hem, volgens het persbericht, tot Caravaggio’s 'ware artistieke erfgenaam’.
In 2006 toonde het Rijksmuseum al eens een grote 'confrontatie’ tussen de twee 'genieën’. Bij die gelegenheid schreef (in dit blad) de Nederlandse Caravaggio-deskundige Bert Treffers over de ronkende pretenties die aan de tentoonstelling ten grondslag lagen. Treffers had buskruit in zijn pen. Waar de folder sprak over 'de krachtige verbeelding van sterke emoties, dramatisch licht en opzienbarend realisme’, dat de twee kunstenaars tot 'de twee grote genieën van de barokke schilderkunst’ maakte, daar schreef Treffers furieus: 'Krachtig en sterk! Twee subjectieven! Het kan niet op! Dat belooft wat! Als men mij zou vragen wat Rembrandt en Caravaggio met elkaar gemeen hebben, zou ik zeggen: niets! Rembrandt gaf te veel geld uit; Caravaggio smeet het over de balk. Dát hebben beide kunstenaars gemeen! Verder: helemaal niets!! Het publiek wil genieën en die zullen ze krijgen ook. Het genie Rembrandt! Het genie Caravaggio! Naast elkaar in eenzelfde ruimte!’
Het is grappig dat dezelfde Treffers, inmiddels gepensioneerd, zijn autoriteit nu inzet in een spektakel met precies dezelfde uitgangspunten - die zin over die sterke emoties et cetera is door het Rembrandthuis letterlijk in het publiciteitsmateriaal overgenomen.
Het schilderij toont een naakte jonge man in een rode mantel, leunend op een kei, ergens in een onherbergzaam gebied. Een kleine kruisstaf op de grond identificeert hem als Johannes de Doper. Ten tijde van Caravaggio’s dood zouden er nog drie schilderijen in zijn bezit geweest zijn, een Magdalena en twee Johannessen; één Johannes hangt in de Galleria Borghese, de andere twee waren eeuwenlang spoorloos. Is dit dus die andere? En is het een Caravaggio? Het lijkt mij een kopie, of een kopie van een kopie. Het is een zwak gezicht, ik vind die schaduwen schematisch en ongevoelig, er gebeurt niks mee. Die jongen lijkt me, zoals hij daar ligt, eerder een negentiende-eeuwse figuur dan een zeventiende-eeuwse. Er mist ook iets van een connectie met zijn geest, een gedachte die de kijker zou kunnen aanspreken, iets over de Doper en diens jeugd, de verwachting van iets, een zekere onrust. Maar luister niet naar mij, ik ben geen deskundige.
Het museum ook niet echt, althans niet inzake Caravaggio. Het blijft dus een riskante praktijk, dit soort tentoonstellingen. Het museum heeft een naam en het leent die, door de presentatie, voor de bestendiging van de toeschrijving. Het publiek wordt doofgetoeterd met de sexy mythologie van de schilder, met die 'wereldprimeur’ en die 'krachtige verbeelding van sterke emoties’ waar Treffers zich ooit zo terecht kwaad over maakte. Musea hebben de reuring nodig, dat is begrijpelijk, maar die belangen kunnen de nuance gaan overheersen. Eerder dit jaar verloor een eerbiedwaardige conservator in een Nederlands museum op een haar na zijn baan, omdat hij openlijk had betwijfeld of een toeschrijving van een schilderij aldaar aan Rembrandt wel hout sneed. Daar was, kunsthistorisch gezien, reden toe, maar ja, het museum had zijn persbericht al de deur uit gedaan: een Rembrandt ontdekt! Wereldprimeur!! Krachtige verbeelding van sterke emoties!!

De laatste Caravaggio, Museum Het Rembrandthuis Amsterdam, t/m 13 februari; www.rembrandthuis.nl. Publicatie: De laatste Caravaggio, onder redactie van Bert Treffers en Guus van den Hout, Waanders, 72 blz., € 19,95