Genieten met de ogen

Vincent van Gogh en Luc Tuymans toveren uit de smurrie van de verf gekleurd licht te voorschijn.

DE KAMER IN het schilderij Silent Music is leeg, dat wil zeggen niet gewoon bewoond. Luc Tuymans, heb ik ergens gelezen, noemt het roze en blauw, die de toon van het werk bepalen, typische kleuren van een kinderkamer – maar dan een die proper door een volwassene voor het kind is ingericht. De kleine moet in die vreemde, koele omgeving dan maar zijn eigen ruimte zien te maken. Een kind zo behandelen is eigenlijk deerniswekkend. Dat de schilder de inhoudelijke atmosfeer van het schilderij zo beschrijft en er een gevoelig tafereel van maakt, moet hij weten. Toen ik het werk zag (in 1993, nog nieuw en mooi raadselachtig) dacht ik eerder aan een zojuist gekuiste kamer in een vlekkeloos ziekenhuis. Want de sterkste indruk maakten de dunne, steriele kleuren. Lichtblauw en roze en een door oker getemperd lichtgrijs op een vloer van donkergrijs met een ondertoon van bruin – vooral ook in die voorzichtig geordende samenstelling waren die bijzonder. Bleek is niet het juiste woord voor die kleuren. Eerder is het dat de warmte eruit is weggetrokken. Tuymans noemt roze en blauw dan wel typisch voor een kinderkamer, maar die kleuren mooi vol en zoet als suikerwerk. In Silent Music echter zijn ze, zoals de titel aangeeft, door bijmenging van dun gelig grijs (lijkt me) roerloos gemaakt.

Indertijd heb ik niet gedacht aan Van Goghs beroemde schilderij van zijn Slaapkamer in Arles. Van de drie versies is de eerste van oktober 1888 (hier afgebeeld) de meest rustige, de twee latere versies (september 1898) zijn veel roeriger geschilderd met de kleuren luider en sterker. Maar als ik het schilderij van Tuymans nu met dat van Vincent vergelijk, begint mij eindelijk te dagen wat er aan Silent Music zo ontroerend mooi is: de gedempte toon namelijk van het koele licht. Vooreerst, misschien, lijkt het schilderij een informele, welhaast impressionistische waarneming van een rustig hoekje. Het kan echter zijn dat er, als een tussenstap naar het bepalen van de compositie, gebruik gemaakt is van een foto. Er zit in die compositie ook iets precies en straks dat ik vooral associeer met het punctuele vastleggen van de mise-en-scène door de mechanische camera. In ieder geval is het zo dat in de loop van de twintigste eeuw verbeelding en figuratie in de schilderkunst onomkeerbaar, en in toenemende mate, door de fotografie zijn beroerd. Daarnaast was ook de strenge aanwezigheid van abstracte kunst onontkoombaar.

In de tijd van Van Gogh was dat anders. Zijn Slaapkamer laat dan ook een heel ander soort van waarneming zien. Hij zag eerst de plek, zijn kamer, en toen daarin de dingen, zoals je die zou beschrijven in een brief, een voor een, en zo werden ze ook geschilderd. Het bed, de stoel links, het tafeltje bij het raam, de andere stoel – tegelijkertijd de houten vloer, het raam, de dingen aan de wand. Als al die dingen, apart als ding, geschilderd zijn is de kamer compleet: de ruimte is wat de dingen samen arrangeren.

In het schilderij van Tuymans zien we, om te beginnen, geen raam. De ruimte daar, zonder diepe hoek, is vlak. Vandaar de abstracte stemming in het interieur. Van Gogh liet door het raam (met luiken half toe) het zonlicht binnen dat dan, rondglijdend, het volume van de dingen aanzet. Tuymans heeft echter eerst een vlakverdeling op het doek geprojecteerd, en daarin werden de meubels ingepast. Hun uitgekiende ordening is door geometrie getekend. Onder het bed zien we een donkere driehoek. Zelfs met het zwakke licht had je daar moeten zien hoe de roze muur de zwartbruine vloer raakt. Dat zou echter het gestage ritme van de vormopbouw hebben gestoord en de abstracte zorgvuldigheid.

Maar terug nu naar de kleuren. Wat schilders eigenlijk altijd doen (Rembrandt, Van Gogh, Tuymans) is op een of andere manier uit de smurrie van de verf gekleurd licht te voorschijn toveren rondom een motief dat alles kan zijn. Het is mooi om te zien hoe Van Gogh een stoel kon tekenen, maar het echte wonder van zijn schilderij is het warme gouden licht dat daar straalt en weerkaatst en rondglijdt – in gang gezet door de overdaad aan tonen geel en geelbruin die, onbeschrijflijk, door de ruimte stralen. Zo ook heeft Tuymans een kamer geschilderd waarin de matte, vlakke kleuren het licht zo grijzig temperen dat de kamer een lege hoek lijkt in een poppenhuis, een model van een kamer, maar onvergetelijk door het vreemde licht dat ijl is maar toch niet helemaal kunstmatig, hoewel misschien van tl-buizen. Toen Tuymans na het ontwerp ervan met het schilderij verderging, maakte zich dat gekleurde licht in de verfopbreng geleidelijk kenbaar. Het begon zacht te glanzen. Dat heeft hem toen niet meer losgelaten. Zo werd dat fluwelen licht tenslotte Silent Music – om met de ogen te genieten.

PS Een tentoonstelling van Tuymans is tot in mei te zien in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Het zou mooi zijn de schilderijen van Van Gogh en Tuymans, die tot de collectie van twee aanpalende musea behoren, ooit eens samen te zien hangen