Genoeg te zien

Als ik zeg dat volgens mij Van gewest tot gewest de Nipkov-schijf moet krijgen en dat ik op zondagmiddag nooit vóór De Plantage de televisie aanzette tot Ger Poppelaars en Ton Koopman hun prachtreeks over de Bach-cantates begonnen, dan weet de lezer dat ik een hopeloos reactionaire televisierecensent ben. Meer het type van ‘eeuwig gaat voor ogenblik’ uit de stal van eerwaarde Bodar dan iemand die past in het nietsverhullende, felrealistische, op de huid van de tijd geschreven rapportagewerk van Bernadette de Wit - om twee willekeurige tijdgenoten te noemen. Over die tegenstelling straks.

Eerst dient gezegd dat het geklaag dat er voor ‘ons soort mensen’ niks op de tv zou zijn, onmiddellijk van overheidswege dient te worden verboden. Alleen al op de vaderlandse publieke netten was er de afgelopen week een programma over interieurarchitectuur; een over Buñuel; genoemde Bach; Van Os over de onkuise non van Haarlem die, in haar tiet geknepen door een kerkelijke autoriteit, zo onbevlekt als Maria bleek; Reiziger in muziek; een oratorium van Frank Martin; een Egyptische speelfilm; Groentemans Plantage (nu ook met keurmerk van de Volkskrant); een speelfilm uit 'de jonge Engelse cinema’; Turks voor beginners; een portret van jazz-trompettist Roy Hargrove; een documentaire over het Victoria & Albertmuseum; over de val van Constantinopel; over Rietveld en zijn stoel; over de componist Micha Hamel; over de Tienanmin-revolutie van 1989, gezien door het oog van een Chinese schrijfster; Zeeman en kornuiten over boeken; 100 jaar Nederlandse cinema; Kitty Courbois over acteren; Panorama vrijdag. En dan heb ik niet eens de prachtige, deels daagse, kindertelevisie genoemd, documentaires die niet over kunst gaan, klassiekers als Laurel & Hardy en All in the Family, een beschaafd spel als Per seconde wijzer, nette praatprogramma’s als dat van Sonja Barend en intellectueel goedgekeurd drama als Pleidooi. En maar zeuren dat televisie triviaal is; en vooral niet kijken naar wat niet triviaal is.
Goed, op Van gewest tot gewest kwam ik door een daarin recent geportretteerde postbode die als wijk de Biesbosch heeft: vier klanten per boot of schaats - nagenoeg een fulltimebaan. Hetzelfde verlangen overviel me als ooit op Vlieland, toen ik ervan droomde daar hoofd der Lagere School te worden (nog niet wetend dat Vlieland een oord van haat, stembusbedrog en vendetta is). Los van die PTT'er, wat is Gewest een verrukkelijk programma. Tikje historisch, tikje sociologisch, tikje kunstzinnig, zelden oubollig en prachtspiegel van wat je de aardige kant van mens en wereld kunt noemen. Dit in tegenstelling - en zo kwam ik op Bernadette (de Wit, wel te verstaan) - tot VPRO’s tv-dramareeks Goede daden bij daglicht. Zo een titel is een programma: bij de VPRO dient 'goed’ gelezen als 'kwaad’ en 'daglicht’ als 'holst van de nacht’. De jonge auteurs borrelen over van seks, drugs, r&r, geweld en dood. De produktie waarin jonge, van geld en goede smaak voorziene ouders hun baby, die door z'n gewenste komst het leven toch net iets minder feestelijk maakt dan voorheen, in een rieten mandje te water doen gaan is verreweg de zachtaardigste van de reeks (en verreweg de beste, als je mij vraagt). Verder wordt er veel in kruisen gegrepen en getrapt, godsliederlijk gevloekt en geslagen en is het eenzaamheid troef. Maar er valt meer over te zeggen. Later wellicht.