Genrefouten

Kerstin Ekman, Zwart water. Uit het Zweeds vertaald door Mariyet Senders, uitg. Bert Bakker, 376 blz., \f39,90.
Peter Hoeg, Smilla’s gevoel voor sneeuw. Uit het Deens vertaald door Gerard Crys, uitg. Meulenhoff, 429 blz., \f49,50.
Twee dikke turven, beide uit het hoge Noorden, de ene uit Denemarken, de andere uit Zweden, en beide boeken hebben iets met misdaad van doen - Kerstin Ekman heeft voor Zwart water onder meer de prijs voor de beste misdaadroman van Zweden gekregen en het wereldwijde succes van Smilla’s gevoel voor sneeuw van de Deen Peter Hoeg is voor een groot deel te danken aan het feit dat het boek als een thriller wordt geafficheerd.

Dat beide romans voor mijn gevoel te dik zijn, komt niet omdat ze over een misdaad gaan - de helft van de wereldliteratuur draait daar om - maar omdat ze meer willen zijn dan een eenvoudig misdaadverhaal en tegelijkertijd zich conformeren aan de regels van het genre. Dat is dubbelop.
Voor Ekman is de bloederige moord op twee kampeerders in een tentje aan het water in Noord- Zweden alleen maar een aanleiding om de diverse personen die in de betreffende midzomernacht in de buurt waren, te volgen. Allemaal hebben ze een reden om niet te vertellen waar ze waren. Gewoonlijk is er dan een speurder die uitzoekt wie het wel heeft gedaan. Dat werk wordt hier door de roman verricht; de bloederige moord en het vervolg erop, achttien jaar later, blijken eerder een ongeluk dan handelingen met voorbedachten rade. Alles in die even sombere als drassige uithoek van Zweden hangt van misverstanden aan elkaar en als gaandeweg blijkt dat het misverstand veelal het gevolg is van gestoorde contacten en gevoelsarmoede, krijgt de lezer tot overmaat van ramp de moraal ook nog letterlijk opgedist. De waarheid is dat ieder van ons het gedaan had kunnen hebben. Geef Ekman maar eens ongelijk.
De boodschap had in een telegram gekund, nu is dat een telegram van bijna vierhonderd pagina’s. Ekman hakt namelijk elke zin in mootjes. ‘Het was een gebeurtenis. Een gebeurtenis bij een water. Zoals alles hier.’ De lezer weet dan nog van niks. Exact driehonderd pagina’s later. Vele personen, relaties en cliches verder. Weet hij. Nog minder: 'De gebeurtenis - tien, twintig krachtige messteken - kwam voort uit het niets. Uit het duister dat ons volgt.’
Ook de roman van Peter Hoeg ontleent zijn spanning aan het genre. Terwijl Ekman doet alsof het om een misdaad gaat maar ze het eigenlijk over het troebele grondsop van de menselijke ziel wil hebben (hoe houdt zij haar boek toch zo verdomde clean?), volgt Hoeg tot ongeveer halverwege de regels van het geleende genre. Tot daar is het boek echt spannend.
Smilla, een alleenstaande vrouw van tegen de veertig, kan het niet hebben dat wanneer een jongetje met wie zij bevriend is van een dak valt, dit als een ongelukje wordt afgedaan. Iets aan de schoenafdruk in de sneeuw op het dak brengt haar op een spoor. Dat leidt uiteindelijk naar een misdaad op wereldformaat en Smilla is er de persoon niet naar om op te geven.
Beide aspecten - de ontdekking dat er achter iets kleins (altijd) iets groters zit, dat is de handeling, en het portret van de onverwoestbare, agressieve Smilla die meer geschikt is voor sneeuw en ijs en getallen dan voor mensen - kosten veel ruimte. Hierin lijkt Hoeg een beetje op Jef Geeraerts. De literator moet bewijzen dat hij het genre niet onderschat en zich goed heeft gedocumenteerd; het gevolg is dat hij geen materiaal heeft durven weggooien. Halverwege verzandt de handeling in een onmogelijke schaalvergroting en het portret van Smilla in een replica van haar mythische moeder, de jager.
Hoeg schrijft goddank geen psychologische roman, maar dat moet hij afkopen met een eindeloze hoeveelheid feitelijke details. Prachtig wat je allemaal over sneeuw en ijs leert. Had Hoeg maar liever twee boeken geschreven: een misdaadverhaal en een portret. Hij kan het allebei, maar tezamen wrikt het. Ook Hoeg wilde nog iets anders: laten zien hoe het bureaucratische Denemarken reageert op een andere cultuur, die van de 'provincie’ Groenland. Van alles is hem iets gelukt.
Als Ekman omkomt in een teveel van hetzelfde, dan Hoeg in een teveel van het goede. Maar Hoeg kan schrijven - vergeet de vergelijking dus maar.