Leven & kunst

Geobsedeerd door alledaagsheid

Niki de Saint Phalle was de enige vrouw die deelnam aan de beroemde tentoonstelling Dylaby (1962) in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Dit najaar heeft Jean Tinguely, haar partner in crime, daar een soloshow. Hun gezamenlijke werk wordt niet alleen gekenmerkt door de tegenstelling man-vrouw, de kunst van De Saint Phalle werd gevoed door haar persoonlijke én maatschappelijke leven.

Het komende seizoen staat in het teken van kunst die put uit het dagelijks leven. In de recente literatuur dient een nieuw type kunstenaars zich aan. Hun aandacht reikt nauwelijks verder dan de mensen en de dingen om hen heen. De betekenis van hun kunst ligt daar waar geen mens die zou zoeken – thuis, op de werkvloer of op straat.

Wat deze fictieve kunstenaars met échte kunstenaars delen is een obsessie met alledaagsheid en zichtbaarheid. Erik van Lieshout verbleef op een onbewoond eiland midden in een Duits meer. De kunstenaar wilde loskomen van de maatschappij, maar had er geen rekening mee gehouden hoe zichtbaar hij zou zijn, in z’n eentje op een eiland.

Ook Josef Koudelka fotografeerde wat er om hem heen gebeurde, toen plots zijn leven samenviel met een grotere geschiedenis. Datzelfde gold voor Bertolt Brecht, en zijn toneelstukken. Nu wordt zelfs in Duitsland de controversiële vraag opgeworpen of de DDR het ook zonder de komst van Brecht zo lang had kunnen volhouden.

De documentaires van de zussen Femke en Ilse van Velzen mengen zich daadwerkelijk met het dagelijks leven. In Oost-Congo keken al meer dan twee miljoen mensen naar hun films, in mobiele bioscopen.