19 juli 1922 – 21 oktober 2012

George McGovern

Als presidentskandidaat wilde George McGovern een einde aan de oorlog, amnestie voor dienstweigeraars en een lagere defensiebegroting. Nixon had dan ook geen enkele moeite om hem weg te zetten als een gevaarlijke radicaal.

‘Come home America’ was het thema waarmee George McGovern in 1972 de presidentsverkiezingen inging. De Democraat appelleerde aan het verzet tegen de oorlog in Vietnam en al raakte hij daarbij een snaar, voor het overige zag de gemiddelde Amerikaan zijn partij niet als thuis. Zoals een aan Nixon gelieerde journalist hem wegzette: McGovern vertegenwoordigde de partij van ‘amnesty, abortion and acid’. Terwijl Nixon steeds maar weer vrede beloofde, zou McGovern als president binnen negentig dagen alle troepen terugtrekken uit Vietnam. Die kans kreeg hij niet want hij verloor kansloos van de man die als een grote zwarte wolk boven de Amerikaanse politiek blijft hangen, Richard Nixon. Als McGovern ergens voor herinnerd moet worden, dan is het voor deze moedige strijd, op het donquichottige af, tegen een zinloze en veel te lang durende oorlog en tegen een president die zijn macht voortdurend oprekte.

McGovern wist wat oorlog was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij piloot van een bommenwerper en werd hij gedecoreerd voor tientallen gevaarlijke vluchten. McGovern was geen wereldvreemde peacenik, een slappe dweil of een onpatriottische zeurpiet. Dat hij toch zo werd afgeschilderd en dat het beeld beklijfde, vertelt veel over de karaktervernietiging die deel is van de Amerikaanse politiek.

Na de oorlog studeerde McGovern met hulp van de GI Bill voor veteranen, de meest succesvolle sociale wetgeving die de VS ooit gekend hebben. Hij werd professor in geschiedenis aan de Universiteit van South Dakota en promoveerde in 1953. In 1962 werd McGovern gekozen tot senator voor South Dakota. In Washington vertegenwoordigde hij de progressieve vleugel, een steunpilaar voor de Great Society-wetgeving van Lyndon Johnson. Maar hij was een criticus van diens oorlog in Vietnam. Met Mark Hatfield, een progressieve Republikein, probeerde McGovern langs wetgevende weg de oorlog te beëindigen. Zonder succes. Wat hem wél lukte was de hervorming van het systeem van nominaties in de Democratische Partij dat werd gedomineerd door partijbaronnen. In 1968 had dat voor de Democraten desastreus uitgepakt toen Hubert Humphrey de kandidaat werd na de moord op Robert Kennedy. De conventie in Chicago werd toen een puinhoop en Humphrey verloor nipt de verkiezingen van Nixon. Een nieuw systeem van voorverkiezingen en caucuses, partijvergaderingen op lokaal niveau, moest tot een breder gesteunde kandidaat leiden.

McGovern was in 1972 de eerste die ervan profiteerde door middel van een grass roots campaign waarin veel latere politici voor het eerst actief werden: Bill en Hillary Clinton, Gary Hart en anderen. McGovern troefde front runner Ed Muskie af die in New Hampshire slachtoffer werd van een smeurcampagne van Nixon – wat leidde tot de beroemde ‘tranen’ van Muskie, waarschijnlijk sneeuwvlokken. McGoverns program­ma was een einde aan de oorlog, amnestie voor dienstweigeraars, een lagere defensiebegroting en het vervangen van de ­gebureaucratiseerde verzorgingsstaat­arrangementen door wat je een minimum inkomen zou mogen noemen. De Nixon-campagne had geen moeite om McGovern neer te zetten als een gevaarlijke radicaal omringd door hippies. Het was de eerste maar zeker niet de laatste keer dat de cultuuroorlogen werden gestreden die het resultaat waren van de jaren zestig.

Op de Democratische conventie in Miami regende het protesten over het nieuwe systeem. Bovendien weigerden prominente politici, onder wie Ted Kennedy, om als running mate te fungeren. Pas om twee uur ’s nachts kwam McGovern toe aan zijn acceptatiespeech met het ‘come home America’-thema, te laat natuurlijk om veel mensen te bereiken. Een paar weken later bleek vice-presidentskandidaat senator Thomas Eagleton elektroshockbehandelingen te hebben ondergaan wegens klinische depressie. Hij werd vervangen door Sargent Shriver, zwager van John F. Kennedy. McGoverns campagne was toen al onherstelbaar beschadigd.

Hij verloor kansloos. Het land wilde wel een einde aan de oorlog maar vertrouwde McGovern niet en liet zich in slaap wiegen door de leugens van Nixon en Kissinger. McGovern was te links voor een door Nixon opgejuind Amerika. Dat de inbraak in Watergate door Nixons loodgietersbende leidde tot diens val gaf McGovern weinig voldoening, hij kwalificeerde de inbraak als ‘het soort van actie dat je verwacht onder Hitler’.

Op het nippertje redde hij zijn Senaatszetel in 1974, maar in 1980 was hij een van de vele progressieve senatoren die sneuvelden in de Reagan-revolutie. Zoals zo vaak bij landelijke politici had hij het contact met zijn achterban en zijn landelijke staat verloren. Toen McGovern zich in 1984 nog eens in een presidentiële campagne stortte werd hij enigszins meewarig begroet. Maar bevrijd van serieuze kansen kon hij zich opwerpen als het geweten van de Democratische Partij.

In zijn latere jaren hield McGovern lezingen, investeerde in een hotel, schreef memoires en werd in 1991 voorzitter van de Middle East Policy Council. In 1994 publiceerde hij een ontroerend boek over de alcohol- en drugsverslaving en dood van zijn dochter Teresa. President Clinton benoemde hem in 1998 tot ambassadeur bij de UN Organisations for Food and Agriculture in Rome, waarmee McGovern een oude liefde oppakte: de bestrijding van wereldhonger. Toen de populaire historicus Stephen Ambrose in 2001 een boek schreef over McGoverns oorlogsgeschiedenis, The Wild Blue, kon hij nog éénmaal glanzen in positieve populariteit. De peacenik-kandidaat bleek een oorlogsheld.

Uiteraard was McGovern een tegenstander van de oorlog in Irak en in 2008 riep hij op om Bush en Cheney te impeachen. ‘Nixon was bad, these guys were worse’, was de onderkop van zijn artikel. Zo kwam hij met zijn laatste publieke actie toch weer terecht bij zijn aartsvijand: Richard Nixon en de duistere machten die deze president had losgemaakt. McGovern kwam er nooit overheen, net zo min als het land.