H.J.A. Hofland

George W. Bush als logo

Door deel te nemen aan de vredesoperatie van de Navo in Afghanistan heeft Nederland zich opnieuw als een pion laten betrekken in een mondiale escalatie. En zoals gebruikelijk wordt dat in Den Haag langzaam en te laat ontdekt. In het begin zag het er nog relatief gemakkelijk uit. Weliswaar deugde de gouverneur van onze provincie Uruzgan niet, maar minister Bot ging naar Kaboel en kreeg van president Karzai de toezegging dat dit heerschap zou worden vervangen. Onze mannen stonden gereed om de harde klus te klaren.
Een paar maanden later zijn we onaangenaam verrast over wat er in Afghanistan gebeurt. Nederlandse kwartiermakers zijn door de Taliban beschoten. Sinds het kabinet zijn besluit tot het sturen van dit detachement heeft genomen, is de toestand in heel Afghanistan gestaag achteruit gegaan. Vermoed wordt dat de Taliban bezig zijn met de voorbereiding van een voorjaarsoffensief. Onze opperbevelhebber, generaal Dick Berlijn, sluit niet uit dat in Uruzgan meer mankracht en materieel moet worden ingezet dan was voorzien. Maar Jaap de Hoop Scheffer, secretaris-generaal van de Navo, vindt dat nog niet nodig. De Navo is daar sterk genoeg.

Intussen is in Kaboel een Amerikaanse militaire vrachtauto op een file ingereden. Veertien doden. Uitbarsting van verbittering bij de bevolking. Amerikaanse deskundigen zijn tot de conclusie gekomen dat de papaverteelt sinds de bevrijding in 2001 een groter probleem is geworden. Niemand heeft er een oplossing voor, maar behalve de oorlog tegen het terrorisme moet ook the war on drugs verder gaan. Dit alles gebeurt vijf jaar nadat het land was bevrijd, de vrouwen hun sluiers afrukten en in Kaboel weer werd gevoetbald.

De Navo is in Afghanistan om de Amerikanen zo veel mogelijk van deze verplichting te ontlasten, en en passant de Taliban opnieuw te verslaan. Niettemin blijft Afghanistan in laatste aanleg een Amerikaanse verantwoordelijkheid. Het land is een sector van het front, dat sinds 9/11 steeds langer is geworden. In plaats van zich te bepalen tot één probleem en dat eerst op te lossen – zoals ook de grote krijgskundige Carl von Clausewitz leert – heeft de Amerikaanse oorlogsleiding na het verslaan van de Taliban zich op zijn lievelingsprobleem, Saddam Hoessein, geworpen, en Afghanistan vrijwel aan zijn lot overgelaten.

Het heeft zin ons nog eens te herinneren in welke euforie dat gebeurde. De neoconservatieve praatjes over de Europeanen van Venus en de Amerikanen van Mars zijn ook in Nederland in brede kring geloofd. Erger was het dat het uitzicht op de wonderwereld dat Bush, Rice, Rumsfeld en Wolfowitz ons voortoverden ook in Nederland door leidende politici en opiniemakers als een goddelijke openbaring werd beschouwd. Na de Tweede Wereldoorlog waren Duitsland en Japan meteen aan de wederopbouw begonnen en dat was geweldig goed gelukt, zei mevrouw Rice. Zo zou het ook in Irak gaan, mede dankzij het geld van de olie dat de Irakezen zelf verdienden. Zo zou het land vanzelf een welvarende democratie worden, lichtend voorbeeld voor het hele Midden-Oosten.

Let wel, het is nog maar drie jaar geleden dat deze sprookjes de grondslag waren voor de westerse politiek. Vandaag is Irak een onoplosbare chaos van armoede en geweld. Iran maakt misschien een atoombom, dreigt nu met het oliewapen en onttrekt zich aan de invloed van de hele internationale gemeenschap. Het Palestijnse conflict is in een uitzichtloze fase. Sinds de Taliban voor de eerste keer werden verslagen is de situatie aan alle fronten slechter geworden, niet alleen voor de Amerikanen maar voor het Westen in zijn geheel. Daarbij komen dan nog de schandalen, van Abu Ghraib tot Haditha, die meer afbreuk hebben gedaan aan het Amerikaanse imago dan wij hier beseffen. Herinneren we ons dat aan het begin van de operatie in Irak het er voor de Amerikaanse strijdkrachten vooral ook om zou gaan de hearts and minds van de bevolking te winnen. Nu, na het bekend worden van de moordpartij in Haditha, heeft het opperbevel een herscholing normen en waarden aangekondigd.

Geen zinnig mens kan bezwaar hebben tegen het sturen van troepen om een land van een dictatuur te bevrijden, zeker niet als het om beroepssoldaten gaat, die weten welke risico’s ze door hun keuze kunnen lopen. Maar er zijn een paar voorwaarden. Het krijgsplan moet deugen, de opperbevelhebber moet de grenzen van zijn mogelijkheden kennen, hij mag zijn troepen nooit in situaties brengen waarin ze zich zonder enige noodzaak moeten opofferen, louter omdat er geen andere keuze is. In het grote krijgsplan van president Bush gebeurt het tegendeel, met een dusdanige regelmaat dat zijn naam tot een logo is geworden.

Het Nederlandse detachement gaat naar Uruzgan in Navo-verband. De meeste Nederlandse soldaten zijn vriendelijke mensen die liever bruggen en scholen bouwen dan schieten. Ik ben bang dat deze mooie eigenschappen niet aan de Taliban en de papavertelers zijn besteed. Er is op het ogenblik een groeiende kans dat niet alleen de Nederlanders maar de Navo daar in zijn geheel zal worden meegezogen in de spiraal van het bushisme. Dat zal ons dan verrassen, maar we hadden het kunnen weten als we beter hadden opgelet: op wat er over de grens aan de gang is. We willen wel graag meedoen, maar deze oplettendheid raakt in ons interessante landje steeds verder uit de mode.