Toneel: Victor & Majakovski

Geparodieerde parodie

Medium toneel
Majakovski/Oktober door De Warme Winkel

In Victor of de kinderen aan de macht (1928) van Roger Vitrac nemen de kinderen wraak op de grote mensen die ze nooit serieus hebben genomen, een genoegen dat wederzijds is geweest. Victor is vandaag negen geworden, zijn vriendin Esther is iets jonger. De kinderen, die ontkennen ooit kind te zijn geweest, hebben eigenlijk een kloteleven achter de rug. Dus kleineren ze de elkaar bedriegende ouders en volwassenen. Eventueel tot de dood erop volgt. Het stuk hanteert het model van een overspelklucht met klapperende deuren, de taal plakt brokstukken achter elkaar uit de realiteit van encyclopedie, grove seks, krantenfeuilletons en gebeden. Het stuk werd in het interbellum gezien als een parodie op surrealistisch theater, dat als ‘stijl’ weer een pure parodie leek van alle rare capriolen achter een lijst en in kunstlicht die we toneel noemen. Pas na de Tweede Wereldoorlog kreeg het stuk, dat de wonden draagt die door de Eerste zijn toegebracht, de podia die het lijkt te verdienen.

De voorstelling die het spelerscollectief Dood Paard er nu van ten beste geeft, heeft nog het meest weg van een demonstratie luidruchtige verbale acrobatiek in het trappenhuis van Harry Potters Zweinstein – de portrettengalerij speelt mee. Gillis Biesheuvel en Manja Topper excelleren als ouders in sterke vaudeville-nummers. Janneke Remmers speelt een gave titelheld(in).

Majakovski/Oktober door De Warme Winkel neemt een ander meubelstuk van de ‘historische avant-garde’ in een houdgreep: de vlammende futurist onder de Russische dichters, beeldend kunstenaars en toneelschrijvers, Vladimir Majakovski. ‘De boot van de liefde/ sloeg stuk op het bestaan/ Ik sta quitte met het leven/ het heeft geen zin de rekening op te maken/ van de pijn, het ongeluk en de beledigingen.’ Zijn geestverwanten kleden zijn enorme lijf uit, middels een schot door de slapen de Styx der revolutionairen overgestoken. Ze wassen het, ze leggen het af, en maken het gereed voor de begrafenis-happening die wordt ondersteund door een hallucinerend fluisterend geluidsdecor. Men herinnert zich van alles over de tot popster opgelierde kunstenaar, de verering bereikt de rondborstige contouren van een welbewust lelijker dan lelijk gemaakte platitude: er wordt met het nog warme lijk gesold en geneukt en gefrommeld tot het niet meer banaler kan dan het begeleidende zeemanslied van Freddy Quinn. Mooi van lelijkheid. Een jonge gastactrice doet een alleenspraak over romantische toneelvernieuwing, en ze doet dat formidabel, in een spetterend futurisme-Russisch. En dan wordt het langzaam tijd de resten van Majakovski aan de onsterfelijke vergetelheid toe te vertrouwen. Het was Warme Winkel-toneel zoals te verwachten en te voorzien, en toch ook weer nét even anders.

‘Liefde!/ Je was maar een verbeelding/ van mijn koortsbreins/ malende kolder!/ Stop deze vaudeville zotheid/ Ziet/ af leg ik mijn speelgoed maliënkolder/ en mijn/ sublieme Don Quichotheid.’


Victor, t/m 27 januari 2018; doodpaard.nl. Majakovski, t/m 20 december; dewarmewinkel.nl