Inspiratie — over de grens!

Gepassioneerde impuls

‘Tot hoever strekt zich het begrip wetenschapper uit? Als je muziek maakt, zit je altijd tussen de polen van “je intuïtie volgen” en “proberen geleerd te zijn”. Als ik een stuk muziek te lijf ga, ben ik mijn eigen amateurwetenschapper. Het maakt verschil of je een stuk doet dat heel bekend is, of juist nieuw. Gek genoeg is een nieuwe compositie makkelijker. Dan is er geen historische ballast. Ik heb honderden eerste uitvoeringen van moderne muziek gedaan. Je moet je eerst vertrouwd maken met het handschrift. Ligt het me? Resoneert het? Boeit het me?

Als ik oudere opnames beluister, gaat het me meer om de gepassioneerde impuls dan om de perfectie. Bij een bestaand werk moet je eerst door de herkenning waden, door de geaccepteerde manier van spelen. Eerst door een soort koelcel, dan door een soort braakliggend terrein. Nu heb ik dat bijvoorbeeld met een vrij bekend symfonisch gedicht van Richard Strauss, Tot und Verklärung. Maar ik ben ook bezig met Wagners Ring des Nibelungen, gebaseerd op mythen en volkslegenden. Soms grijp ik naar een literatuurwetenschapper. Als ik Verdi’s Traviata doe, lees ik La dame aux camélias. Bij het instuderen van Brittens Owen Wingrave, een antimilitaristische opera, lees ik het korte verhaal van Henry James.

De helft van de muziekuitgaven heeft een kritisch voorwoord, met goed historisch onderzoek, waarin verschillende versies worden vergeleken. Je moet zoveel mogelijk weten, ook de anekdotes. “Je begint met een mysterie”, zei Boulez. “Je weet nog niet wat het voor gaat stellen, je duikt erin, en uiteindelijk wordt het weer een mysterie.” Zo is het.’ (MD)


Ed Spanjaard is dirigent