Muziek

Gerafeld geluid en klanklandschappen

MUZIEK Machinefabriek

Achter Weleer, de cd van Machinefabriek, schuilt een mooi verhaal. Een paar jaar terug begon Rutger Zuydervelt zijn muziek te verspreiden via cd’tjes ter grootte van een klein bierviltje. Die bracht hij in eigen beheer uit. Toen de fabriek eenmaal op gang was, rolde er bijna maandelijks een nieuw product van de band. Die schijfjes waren gestoken in een kleurrijk hoesje en gevuld met zogenaamde drones (geluidsnevels). Met gitaarpedalen en andere apparatuur rekt Machinefabriek een enkele toon zó ver uit tot de rijke structuur van dat geluid bloot komt te liggen. Feitelijk is dat een ééntonige zoem, maar in de praktijk zijn die geluidsspinsels spannend, intens en beklemmend.
De conjunctuur zat mee. Terwijl de Arnhemmer steeds beter werk afleverde, groeide de populariteit van de drone tot een waar genre binnen de ondergrondse muziek. Zijn eerste langspeler, die in de lente van 2006 uitkwam bij een Engels label, kreeg enkel lovende kritieken en eindigde hoog in allerlei eindejaarlijstjes. Ondertussen rookte de schoorsteen van de fabriek harder dan ooit. Soms verschenen er per maand wel drie werkjes bij verschillende, kleinschalige labels. Op moment van schrijven staat de teller op 48. Het beste van drie jaar noeste geluidsproductie is nu verzameld en verdeeld over twee cd’s.
De enige constante van deze oogst is de rust waarmee de nummers zich ontvouwen. Verder is het een allegaar dat recht doet aan de verschillende kanten van Machinefabriek. Zo is er ingetogen pianospel dat verstilt tegen een achtergrond van ruis en gebrom. Er is een collage van verknipt vioolspel. Er zijn drones te vinden in verschillende diktes, zoals Lief, dat zich uitstrekt over twintig minuten en bijna ongemerkt donker kleurt. Tussendoor staan onschuldige schetsen en probeersels met akoestische instrumenten. Hieperdepiep, goed voor dertien minuten eendimensionale noise, staat wat ongemakkelijk tussen al dat uitgebalanceerde geluidenspel.
Hoewel de concurrentie groot is, heeft Machinefabriek zich in korte tijd ontwikkeld tot een gevestigde naam, althans in de wereld van gerafeld geluid en klanklandschappen. Weinigen kunnen immers in zo’n tempo zoveel goede muziek maken. Er is nog een tweede reden voor zijn – terechte – populariteit, namelijk de speelsheid waarmee Zuydervelt zijn creaties brengt. Veel artiesten uit die hoek geven zichzelf graag een duister en obscuur imago, als ze zich daar al om bekommeren. Zuydervelt doet niet zo moeilijk. De hoesjes zijn vrolijk gekleurd en de nummers hebben kinderlijke titels als Monster, Stotterpiano of Gruis uit het plafond.
Drones eisen de bereidheid om te verdwalen in de geluidenmist. Zulke muziek moet helemaal worden ondergaan, anders is het oersaai. Door de luchtige presentatie van Machinefabriek gaat de deur tot deze klankenpracht net wat makkelijker open.

Machinefabriek, Weleer (Lampse/Baked Goods)