Commentaar: Slavernij

Gerammel aan de tralies

De herdenking van de afschaffing van de slavernij had dit jaar extra feestelijk kunnen zijn. Eindelijk werd in het Amsterdamse Oosterpark het Slavernijmonument onthuld. Maar het liep mis. Zó mis dat het monument van Erwin de Vries juist aan kracht won. Zijn verbeelding van de slavernij — «Verleden Heden Toekomst» — werd onthuld onder gerammel aan de tralies.

In de motregen waren honderden mensen naar het Oosterpark getogen. De ingang aan de zuidkant was met dranghekken afgezet en bij de smalle doorgang stonden drie zware kale mannen in zwarte pakken. Overal wemelde het van de politiemensen: men zei dat de koningin werd verwacht.

Dwars over het grasveld liep als een Chris to-kunstwerk een meer dan menshoge schutting van zwart landbouwplastic. Op één punt was een doorgang, ook bewaakt door zware kale mannen in zwarte pakken. Al ver voor de plechtigheid begon, stond hier een groep mensen te soebatten, sommigen in tranen. Maar de zware mannen waren nors en zwijgzaam. Steeds meer mensen stuitten op het hoge hek, waarachter zij de hoogwaardigheidsbekleders vermoedden. Achter het hek verrees een rij partytenten. Koks van de cateraar en ME’ers kwamen verbaasd op het rumoer af .

De verschijning van de geüniformeerde mannen maakte kalme mensen achter de hekken pas echt tot heethoofden. De samenzangen veranderden in gejoel. Sommige feestgangers koelden hun woede op het zwarte plastic. De mensen duwden, floten, krijsten. Toen het gejoel doordrong tot de officiële samenkomst moet op menig uitgestreken gezicht een frons zijn verschenen.

Opeens joegen in de struiken bij het hek gehelmde ruiters op rennende mensen. Camera’s kwamen op de rellen af als meeuwen op vissen in een net. En het hek ging om.

Tijdens de bijeenkomst werd méér onthuld dan het Slavernijmonument alleen. De bezoekers legden de kloof bloot tussen elite en volk. Ze pikten het niet om tijdens hun eigen feest in de regen te moeten staan. Het volk moest zich vermaken met eigen zang en dans terwijl een groep uitverkorenen zich in een afgescheiden deel liet onderhouden. Dat leek verdacht veel op de aloude koloniale praktijk van segregatie. De minister voor Integratiebeleid bleek nauwelijks op de hoogte van de gebruiken onder de eerste generaties Nederlandse nazaten van slaven, die een zekere reparatie vragen. En het leek hem ook weinig te interesseren. Ieder mocht met vlaggen en feestkleding pronken, maar buiten beeld, in de eigen kraal.

De onthulling onthulde ook dat de politie en de mannen in de zwarte pakken collegiaal samenwerkten, en dat de autoriteiten marionetten waren van het party bureau. Het volksfeest werd een opstand waarbij ook de koningin besmeurd raakte: op het NOS-Journaal was te zien hoe zij onder boegeroep wegreed. En dat terwijl Beatrix al sinds zij een meisje was bij veel Surinamers en Antillianen geliefd is.

Wie had de hekken geplaatst? Bij navraag door journalisten bleek dat het ministerie betaalde, dat de gemeente «faciliteerde» en dat de hofhouding zweeg. Het platform Slavernijverleden had het werk uitbesteed, en het partybureau was blij met de klus. Teken des tijds: uit verklaringen bleek dat het partybureau de schutting had neergezet; niet vanwege de veiligheid van de koningin, maar om de zwaar verzekerde licht- en geluidsinstallaties te beschermen. Na afloop kregen de genodigden achter het hek een officieel boekje over het Slavernijmonument. Ingevoegd vonden zij een ferme promotiefolder van het organisatiebureau. Met prijsindicaties en al.