Gerammel met sabels

In Syrië is bij het referendum over de nieuwe grondwet iets meer dan de helft van de kiezers verschenen en daarvan heeft 89 procent voor gestemd. Zijn daarmee de problemen opgelost, is de burgeroorlog afgelopen? Nee. Is daarmee het dilemma van het Westen, al dan niet ingrijpen, verdwenen? Ook niet. Zal er na de eerste beelden van de voortgezette moordpartij opnieuw uit de internationale gemeenschap, van humanitaire kant druk worden uitgeoefend om militair te interveniëren? Niet onwaarschijnlijk. Zou dat de oplossing brengen? Nee.

Niet veel langer dan een jaar na het begin van de Arabische lente heeft het Westen wel enige reden tot tevredenheid. In Tunesië en Libië is de revolutie min of meer geconsolideerd, dat moet in Egypte nog gebeuren maar met horten en stoten lijkt het er toch de goede kant op te gaan. Syrië met zijn niet te stuiten burgeroorlog is nu het acute probleem en min of meer op de achtergrond dreigt voortdurend het vooruitzicht dat Iran erin zal slagen een kernwapen te maken. Maar één gevaar hebben we tot dusver weten te vermijden. Nergens heeft het Westen zich met grondtroepen in de strijd gemengd. Daardoor is er geen situatie als in Irak of Afghanistan ontstaan. We hebben ons niet in een oorlog gemengd zonder te weten hoe we ons weer uit die complexe situatie zouden kunnen losmaken. Er vallen geen gesneuvelden te betreuren, en de non-interventie heeft ons gigantische kapitalen bespaard.
‘Het Westen is geen zelfmoordbrigade’, schreef A.L. Constandse in 1956 in het Algemeen Handelsblad, nadat Amerika bij de Hongaarse opstand afzijdig was gebleven en had geweigerd de Brits-Franse invasie in Egypte te steunen. Dat heeft hem toen de woede van het moralistische Nederlandse publiek op de hals gehaald. Hij had wel gelijk. En meer dan een halve eeuw later blijven de moralisten hun zegje doen. Maar onverminderd blijft politiek de kunst van het mogelijke. Op het ogenblik bewijzen onze leidende politici dat ze in ieder geval in het Midden-Oosten hun grenzen kennen. Om te beginnen dus geen inmenging in de chaos van Syrië. Die afzijdigheid blijft onbevredigend, om het bescheiden te zeggen. Avond aan avond zien we op televisie de doden en gewonden, woedende en wanhopige burgers en de puinhopen van Syrische steden. Volgens bescheiden schattingen zijn er nu omstreeks zesduizend slachtoffers. Maar hoe onmenselijk dit ook mag klinken, alles is beter dan de volgende uitzichtloze interventie.
In principe, en niet verder, valt de situatie in Syrië enigszins te vergelijken met die in Spanje tijdens de burgeroorlog. Ook buitenlandse belangen vechten daar hun tegenstellingen uit. Voor Iran is het regime van Assad een van de betrouwbaarste bondgenoten. Het zou dus vooral in het belang van Israël zijn als de president ten val kwam. Maar wie volgt hem op? Ik heb geen artikel van een Syrië-kenner gelezen waarin daarop een duidelijk antwoord werd gegeven. Het is niet uitgesloten dat Israël na Assad een nog gevaarlijker vijand zou krijgen. Buurland Turkije heeft er wegens de aanwassende stroom vluchtelingen vooral belang bij dat het geweld zo snel mogelijk ophoudt. Maar van Turkse inmenging is geen sprake. Ongeacht de gecompliceerdheid is het om humanitaire redenen van belang dat aan deze burgeroorlog zo vlug mogelijk een eind komt, maar niemand weet hoe dat moet worden bevorderd.
Dan het andere dringende probleem in de regio: het Iraanse kernwapen, misschien in verregaande staat van wording. Mutatis mutandis geldt hier hetzelfde dilemma als ten aanzien van Syrië. Nu met een preventieve aanval ingrijpen, of de zaak laten sudderen tot het misschien te laat is en kernmacht Iran de verhoudingen in de regio radicaal zal veranderen? Het is een publiek geheim dat Israël al een paar jaar geleden alle voorbereiding tot zo'n aanval heeft getroffen en dat deze Amerikaanse regering er onvoorwaardelijk tegen is. Maar in Israël groeit het verlangen naar een radicale oplossing. Die zou geen vrede brengen.
In de Koude Oorlog hebben we bijna veertig jaar met de kernwapenwedloop geleefd. Dat de bom toen niet is gebruikt, danken we aan het besef van de wereldleiders dat een kernoorlog tot wederzijdse vernietiging zou leiden. In het strategisch denken is toen het begrip contingency planning ontwikkeld, de techniek om je de politieke ontwikkeling naar de allerslechtste situatie voor te stellen. On Escalation: Metaphors and Scenarios heet het leerzame boek van Herman Kahn waarin hij de 44 stappen naar de catastrofe heeft beschreven. Dergelijke literatuur bestaat over het Midden-Oosten niet. Dat heeft zijn eigen oorzaken. De situatie is oneindig veel gecompliceerder. Westerse verbeeldingskracht schiet vaak te kort. Maar dit laat onverlet dat de kernbom een onbruikbaar wapen blijft en nu in het geval van Iran tot zelfmoord van de natie zou leiden als het bewind zo gek zou zijn daarmee Israël aan te vallen. De verhoudingen in de regio blijven zorgwekkend. The Economist wijdt er deze week zes pagina’s aan. Samengevat: een pleidooi voor sancties, tegen oorlog. Een gerammel met sabels kan zijn nut hebben, maar sabels zijn scherp en tweesnijdend, is de conclusie. Mooi uitgedrukt.