Gerard - 23 - het huwelijksleven

Nu Gerard Reve schrijver is en trouwen wil, wil hij niets liever dan dat huis aan de Jozef Israelskade verlaten. En wel zo spoedig mogelijk, al was het maar om samen met zijn Hanny te kunnen zijn.

Via kennissen bij Het Parool, oud-communisten die bij het verzet hebben gezeten, kan Gerard een piepklein kamertje betrekken in Het Nieuwe Suikerhofje aan de Prinsengracht. Een hofje met historie. Precies waar Gerard zat, zaten in de oorlog onderduikers vanverzetsgroep CS6 (Correllistraat 6) die enkele executies hebben gepleegd. Het hofje werd onlangs bekend omdat zich daar een deel van het boekenweekverhaal van W.F. Hermans ‘In de mist van het schimmenrijk’ heeft afgespeeld.
Hanny Michaelis herinnert zich:'Gerard had toen net het besluit genomen om uit huis te gaan. Rijkelijk laat, dunkt mij. Hij had net een kamer gekregen op het Suikerhofje op de Prinsengracht. Ik ben er later weer eens langsgekomen en dan dacht ik: o ja, daar heb je dat poortje je moest een poortje in en daarachter had je dan een binnenplaatsje, daar lagen al die huisjes aan. Ik ben heel vaak op dat Suikerhofje geweest. Het was een erg klein, donker hol met een bedstee, waar hij niet in sliep, want hij sliep altijd bij mij.’
Later zouden aan het hofje ook de acteur Dick ('boze buurman’) Swidde en de journalist Oege van der Wal de latere chef van Het Vrije Volk, editie Groningen wonen.
Als Gerard en Hanny zijn getrouwd, betrekken zij Galerij 14. Gerard moet beginnen met alles te verbouwen. Dat zal hij trouwens in al zijn huizen doen.
Het huwelijk. Hoe was dat? Het is jammer dat Hanny noch Gerard er een toneelstuk van hebben gemaakt. Het had een humoristisch drama kunnen worden, ondanks het weinige wat er over hun echtverbintenis bekend is. Hanny Michaelis praat nooit meer over Gerard. Maar in 1969, dertien jaar na de ontbinding van het huwelijk, vertelt ze aan Bibeb: 'Ik had natuurlijk veel beter niet getrouwd kunnen zijn met iemand als Gerard. Maar het is niet toevallig dat we aan elkaar zijn blijven hangen. Het was een soort kinderhuwelijk. Een verlenging van de kindertijd. Volwassen worden kwam daarna.’
Vlak voor het huwelijk was Gerard gestopt met het consulteren van dokter Schuurman, zijn psychiater. Maar na een paar maanden gaat hij toch weer. Gerard probeerde Hanny regelmatig over te halen eveneens naar een psychiater te gaan: 'Jij moet ook, je bent hartstikke gek.’ Ze ging en zou er vier jaar blijven.
Gerard moet in die tijd een ontzettende treiteraar zijn geweest. Direct nadat ze waren getrouwd zei hij tegen Hanny: 'Zo, de overgang staat voor de deur.’ Als Hanny zich ’s-avonds uitkleedde, heette het: 'Bah, kan je niet achter een scherm gaan staan?’ Of hij zei: 'Hee, wat heb jij op je billen? Allemaal vieze zweren en puisten. Ja, dat kan jij niet zien.’ Als het licht in huis was uitgevallen, ging Gerard griezelige geluiden maken om Hanny aan het schrikken te maken, waarna hij zei: 'Als je dat bij mij doet, trap ik je de trap af.’
Toch zegt Hanny dat Gerard tijdens het huwelijk vrij rustig was. Meestal hield hij tijdens een ruzie zijn arm op en zei tegen Hanny: 'Sla maar op m'n bovenarm.’ Als Hanny dan begon te slaan, zei Gerard: 'Net een mug die over m'n arm loopt.’ Ze heeft hem een keer een blauw oog geslagen, per ongeluk, toen hij in de keuken een ei stond te bakken. Gerard was er trots op en ging aan iedereen vertellen: 'Kijk, dat heeft Hanny gedaan.’
Het kwam ook wel voor dat Gerard een zak suikerbeesten voor haar meenam. 'Ik dacht, wat is dat hartelijk en ik begin meteen zo'n beestje te eten. Ik zeg, wat smaakt dat raar. Altijd zei hij: “Voor Hanny moet het vijf gulden per ons kosten anders lust ze het niet.” Maar nu zei hij: “Die hele zak kost vijf cent, is van de kar gevallen in de Albert Cuyp.”
Op een keer kwam de jonge echtgenoot thuis met kuitjes die moesten worden gebakken. 'Nu weet ik toevallig dat ze naar vis moeten ruiken als ze gebakken zijn en ze roken niet naar vis. Ik denk, ik zal ze es proberen bij de kat. De kat snuffelt eraan en draait haar kop weg. Zie je wel, zeg ik, ze lust het niet. Nee, zegt hij, het is ook een beetje bedorven, maar wat hindert dat?’
Op zaterdag was er altijd ruzie. 'Vrijdag, ruziedag, zondag’, zo telde Gerard de dagen van de week. Iedere zaterdagavond gingen ze naar De Kring, waar ze tot diep in de nacht bleven. Daar dansten Hanny en Gerard ook wel met elkaar. Gerard had dansles gehad. 'Hij danste als een beer, leidde je met ijzeren greep, had van die zware schoenen aan.’
'Hanny heeft altijd wat, als we naar de schouwburg gaan krijgt ze de maand’,zei Gerard vaak. Of: 'Ze is altijd ziek, een lui luxe vrouwtje, japonnetjes, hoedjes.’ Toen de psychiater tegen Hanny had gezegd dat ze een sterk innerlijk leven had, zei Gerard: 'Ja, een sterk innerlijk gebakjesleven.’
Hij bestookte haar met 'practical jokes’. Hanny: 'Op een avond bij Van Oorschot, waar hij al om half acht naar toe was, want te laat komen vond hij te artistiek, dacht ik: wat hangt hier een rare sfeer. Bleek dat Gerard verteld had dat bij mij een bijnier moest worden weggenomen.’
Politiek is Gerard in die tijd nog links. Hoewel Hanny vertelt dat hij op een gegeven moment bezeten was van angst voor het communisme. Volgens haar hebben daar de Russische inval in Hongarije en Arthur Koestlers boek 'De yogi en de commissaris’ aan bijgedragen.
Tijdens het huwelijk toont hij een grote interesse voor de joodse mystiek en overweegt een overstap naar het jodendom.
Hij doet het niet.
En dan op een dag komt Hanny thuis en ziet ze Gerard op de grond liggen met z'n broek op de knieen, zuigend aan een ei.
Hij blijkt homoseksueel. Wanneer was dat precies? We weten het niet. In Brieven aan Josine M. noemt Gerard het jaar 1950 als het jaar waarin hij zijn grote liefde ontdekte (Wimie?). Waren er daarvoor jongens geweest? Vanaf wanneer wist Gerard precies dat hij de herenliefde prefereerde? Hij heeft er nooit over geschreven. Is het proces geleidelijk gegaan? Was het iets waarvoor hij zich schaamde? Heeft psychiater Schuurman het nooit ontdekt of geweten? Of heeft die juist gezorgd voor de 'coming out’?
Hoe dan ook, voor Hanny was het een schok. Ze probeert compromissen met Gerard te sluiten; hij mag de jongen thuis ontvangen. Hanny vertelt het ook aan moeder Van het Reve. Hanny: 'Ik was als de dood. Ze wist nauwelijks dat die mensen bestonden. Maar ze reageerde heel rustig, reusachtig wijs. Ze zei: als hij maar gelukkig wordt.’ (Wordt vervolgd)