Gerard 42 - bulle

In 1965 leerde Gerard Reve Frans Pannekoek wat beter kennen. Ze hadden elkaar wel eens gezien op de feesten die Fritzi Harmsen van der Beek organiseerde. Het was ook de dichteres geweest die Frans Pannekoek had geholpen aan zijn bijnaam ‘Bulle van der Knaak’. ‘Omdat’, vertelde Pannekoek, ‘ik nooit centen heb en knaak een fijn woord vond.’ Bulle van der K., zou ook Gerard hem noemen.

Frans Pannekoek was een kunstenaar die etsen maakte. Een man met een ‘goedmoedige varkenskop’. Het is moeilijk te zeggen wat Gerard in hem aantrok. Misschien was het begrip voor het lijden van de 'kunstbroeder’, misschien was het waardering voor het artistieke vakmanschap van Pannekoek. Hoe dan ook, hij vatte een warme vriendschap voor hem op. Ze waren echte drinkebroers in het vaak eenzame Friesland. Gerard vond het prettig met Frans te praten - diens verhalen waren vaak van een nog 'verrukkelijker treurigheid’ dan de zijne. Toch was hun verhouding eigenaardig omdat van begin af aan duidelijk was dat Gerard eigenlijk niets van Frans’ bohemienachtige gedrag en gebrek aan discipline moest hebben.
'Jouw noodlot is nu eenmaal, dat de “totaal” levende mens je in het bijzonder aantrekt. Totaal leven en werken (dat wil zeggen iets voortbrengen), is volgens mij niet te combineren. Wie iets tot stand wil brengen, moet, althans uiterlijk, als een oppassende kleinburger leven’, schreef Gerard hem in 1968 bij wijze van zoveelste waarschuwing.
Want leven als een kleinburger deed Frans Lodewijk Pannekoek bepaald niet. Hij deed een beetje in auto’s waarvan er vele rond zijn erf in Pingjum geparkeerd stonden. Verder handelde hij in paarden, daarvan was hij een hartstochtelijk liefhebber. Gerard schrijft overigens dat hij nooit heeft gemerkt 'dat hij zulk een rijdier met zelfs maar een bescheiden winst verkocht’.
Als er desondanks toch iets van geld overbleef, nam Frans Gerard mee naar illegale gokhuizen in Belgie. Gerard vond dat in het begin wel interessant, de sfeer van 'alles of niets’ leek hem iets voor een verhaal of een boek. Maar het gelukloze gokken vond Gerard uiteindelijk toch weerzinwekkend. Hij werd er bang van en vond het als de zuinige kleinburger wel heel erg zonde van het geld.
'Het was mijn wereld niet, moest ik op den duur vaststellen, steeds opnieuw terdege beseffend dat mijn moeder mijn frequenteren van dit soort lichtzinnige milieus, van vooral dubieuze vrouwen met veel te lage decolletes en veel te korte minirokjes, nooit zoude hebben goedgekeurd’, schreef Gerard in het voorwoord in 'Brieven aan Frans P’.
De vriendschappelijke verhouding met Pannekoek was aanleiding voor een van de grappigste, onbedoelde mystificaties. Om Frans Pannekoek te helpen en uit oprechte bewondering voor zijn werk werd besloten een boek te maken met een tekst van Gerard en enige etsen (van Pannekoek). Het werd de 'Veertien Etsen Van Frans Lodewijk Pannekoek Voor Arbeiders Verklaard Door Gerard Kornelis Van Het Reve’. Het verhaal 'De Kunst’ behelst een literair verslag van een ontmoeting tussen schrijver en etser waarbij het een en ander wordt gedronken en veel over kunst wordt gesproken - een perfect portret van Bulle van der Knaak, maar ook van Gerard zelf. Het is het verhaal met de beroemde passage: 'Terwijl ik de volgende fles opentrok, viel mij opeens weer het bezoek van dat artistieke wijf in gedachten, dat indertijd met een cineast of fotograaf was meegekomen; dat op karton schilderde, “heel goed verkocht maar er nooit moeite voor deed” en dat, naar ik me nu weer woordelijk herinnerde, uit ons keukenraam naar huis en erf van onze buren had geloerd en gevraagd had: “Wonen daar ook mensjes?” “Ze moesten een brandende poppewagen je kutwerk binnenrijden”, had ik toen wel gedacht, maar om God weet welke laffe reden niet gezegd.’
Het boek verschijnt en er volgt zelfs een tentoonstelling van het werk van Pannekoek die door Gerard wordt geopend. Tijdens die opening, waarbij Pannekoek niet aanwezig is, zegt Gerard dat 'Frans Pannekoek het de mensen, die iets in hem zagen, nooit makkelijk heeft gemaakt’. Pannekoek is nu eenmaal een van die kunstenaars 'die zichzelf en hun kunst maar al te vaak op noodlottige wijze in de weg staan: het is bij wijze van spreken een Godswonder, dat allebei zijn oren er nog aan zitten, en een heel groot geluk, dat hij niet in het bezit is van een revolver.’
Hij vertelt het krankzinnige verhaal hoe hij, na een stormschade, in het atelier van Pannekoek ongeveer zeshonderd etsen 'dobberend’ aantrof. 'Ik nam ze mee naar huis, droogde ze aan wasknijpers en besloot ze, met of zonder goedkeurig en met of zonder ruzie, te gaan verkopen. Natuurlijk had Frans achteraf weer van alles te kankeren, en natuurlijk was er van alles verkocht, dat nooit verkocht had mogen worden.’ Dan, in februari 1968, aangewakkerd door het weekblad Propria Cures, wordt plotseling gesuggereerd dat Gerard Reve en Frans Pannekoek een en dezelfde persoon zijn. Deze suggestie circuleert vervolgens in Vrij Nedeland, De Tijd, Het Vrije Volk, Het Nieuwsblad van het Zuiden, het Brabants Dagblad en het Eindhovens Dagblad. Het Vrije Volk van 2 februari 1968: 'Frans Lodewijk Pannekoek, schilder, en Gerard Kornelis van het Reve, schrijver, zijn een en dezelfde persoon. Van het Reve zelf heeft het tegenover ons niet tegengesproken. Wie nog mocht twijfelen aan de herkomst van de etsen en schilderijen, moest worden overtuigd door een fotoreportage waarop Van het Reve en 'Pannekoek’ beiden staan afgebeeld. Een van deze foto’s heeft ter gelegenheid van de opening in Het Vrije Volk gestaan. De man naast Van het Reve was niet Pannekoek, maar een van des schrijvers vrienden.’
Het wordt steeds vermakelijker. De Brabant Pers vroeg rechtstreeks aan de schrijver of hij Pannekoek was of niet. Ja, zei Gerard. Hij moest vervolgens voor de televisie bewijzen dat hij Pannekoek niet zou zijn: hij tekende op verzoek een boerderij, een boompje, een molen, een stuk kaas en een beest met penis, iets tussen een hond en een ezel. 'De tv-tekening van G.K. van het Reve. Opvallend in dit kunstwerk, duidelijk geinspireerd op de ruimte rond Van het Reve’s woonplaats Greonterp, is de stand van de molenwieken. Ze staan dwars op de windrichting’, constateerde een tv-recensent.
De vriendschap tussen 'Bulle’ en Gerard zou echter niet blijvend zijn.
(wordt vervolgd)