Gerard 58 - de grote gerard reve-show

‘Ik zou wel eens van het leven willen genieten. Na een voltooid boek gaan reizen, het geld dat ik heb verdiend in weelde omzetten. Maar ik walg van weelde en luxe. Ik ben een echte calvinist, een echte puritein. Het is tenminste nog een godsgeluk dat ik niet doopsgezind of vrijzinnig hervormd ben geworden, maar katholiek. Dat was een vlaag van gezond verstand’, zegt Gerard Reve tegen Elsevier na het verschijnen van ‘De taal der liefde’.

Gerard gaat niet reizen, maar schrijven. Hij heeft een periode waarin hij het weer ziet zitten. Er zijn twee pijlers waarop zijn schrijverschap rust en die zijn stabiel: zijn brieven, die een schat aan materiaal bevatten, maar zelf ook materiaal zijn, en zijn levensbeschouwing.
Na ‘De taal der liefde’, dat in 1971 verscheen, volgen de boeken en boekjes elkaar snel op. In 1972 verschijnt 'Onze vrienden of een uitgever in de bocht - Een gelegenheidsuitgave’, in 1973 'Lieve jongens’ - volgens velen op dat moment het beste boek van de schrijver. In datzelfde jaar komt er een uitgave van het vers 'Credo’, en de dichtbundel 'Het zingend hart’. In 1974 verschijnt het brievenboek 'Het lieve leven’, in 1975 gevolgd door 'Ik had hem lief’. In datzelfde jaart verschijnt ook weer een echt prozaboek, 'De circusjongen’.
Als Gerard het manuscript van 'De circusjongen’ af heeft, licht Johan Polak alle kranten in, die daar weer trouw een bericht van maken. 'Het is het langste boek dat ik ooit geschreven heb, en ook het mooiste. Het is mijn levensroman. Zestigduizend woorden groot en verdeeld in dertien hoofdstukken.’
Maar de recensenten zijn minder tevreden. Carel Peeters van Vrij Nederland vindt Reves werk steeds slechter worden. Hij zegt dat Gerards 'fantasie begint te krimpen’. En: 'Reve heeft zich niet voldoende gerealiseerd dat de introductie van het symbolisme in zijn werk ook gevaren met zich meebrengt: het obsessieve symbolisme van de Meedogenloze Jongen is een psychologisch uiterste, een vorm van een reeks gevoelens en affecties. De symboolwaarde van deze fictieve figuur blijft alleen levend en gehandhaafd als hij steeds anders wordt gepresenteerd, zodat de lezer steeds opnieuw overtuigd wordt van de noodzaak van dit beeld.’
Maar Gerards populariteit neemt toe. Debet hieraan is ook de Grote Gerard Reve-show in 1974. Regisseur Rob Touber was al vanaf 1970 Gerard aan het bewerken om aan een televisieshow mee te werken. Touber: 'Je ziet wel eens programma’s waarin moderne auteurs voorlezen uit eigen werk - de haren waaiend in de wind. En dat is altijd stomvervelend. Reve heeft een middeleeuws gevoel voor dramatiek en met al zijn serieusheid en zijn echtheid is ieder woord dat-ie zegt toch berekend op effect. Dat sprak me verschrikkelijk aan.’
Touber schrijft aan Johan Polak dat hij met Gerard een show wil maken, maar Polak wil Gerard eerst laten schrijven en houdt het contact af.
Later neemt Touber zelf contact op met Gerard. Touber: 'We hebben erg lang met elkaar over de show gepraat. Ten slotte zei-ie: “ik heb informaties over je ingewonnen en iedereen zegt dat je goed bent. Maar dat is niet belangrijk. Ik heb ’t ook gevraagd aan de bakker en de melkboer en de man van de viskar op de markt en die zeiden ook dat je goed bent - en dat vind ik van meer belang omdat die m'n boeken nog niet gekocht hebben.” ’
De aankondiging van de show wekt al veel hilariteit.
'De show, drie kwartier lang, is opgebouwd rond bestaand werk van Reve, aangevuld met enkele gloednieuwe schetsen voor een heer. Gedichten van de meester zijn op muziek gezet door Ruud Bos en worden ten gehore gebracht door Adele Bloemendaal en Gerard Cox. Een monoloog over zijn alcoholisme wordt gelardeerd met drinkliederen uit befaamde operettes. En samen met Adele danst Reve een tango op de wijze van het Engelse revuelied Mad about the boy.’
Bijna elke krant stuurt een verslaggever naar de opnamen. En Gerard zegt bijna tegen elke verslaggever hetzelfde: 'Touber is een bewonderaar van mijn werk en het is voor hem een hele eer dat hij deze show mag maken. Hij wil dat ik de vreemdste dingen doe in dit programma - een pas de deux, een conference, van een trap aflopen en ga zo maar door. Maar ik doe niets wat mijn moeder niet zou goedkeuren. Er wordt door schrijvers nogal neergekeken op dit soort werk, maar dat is onzin. Als ik zou kunnen koorddansen, zou ik dat ook doen, maar ik ben er helaas te oud voor. Koorddansen is veel moeilijker dan schrijven.’
Gerard heeft er zin in en geniet van alle aandacht: 'Dit wordt het eerste literaire programma in de wereldgeschiedenis van West- Europa dat niet vervelend is, maar de mensen wil amuseren. Ik wil daar van harte aan meewerken: ik word alleen bang van het grote professionalisme dat mij hier omringt. Ik moet mij aanpassen. Per slot van rekening ben ik geen acteur, maar een aansteller.’
In de Televizier wordt een interview gepubliceerd dat Gerard met zichzelf maakte over de Grote Gerard Reve-show. Hij gaat in op zijn verhouding tot regisseur Touber, bij wie hij tijdens de opnamen woonde: 'Het enige is, dat Rob mij in bed wil hebben en dat kan ik niet. Ik bedoel, ik vind het een schat van een jongen, als mens, maar lichamelijk boezemt hij mij afkeer in. Hij probeert het wel, telkens, maar ik zeg: neen, Rob. Het bed is er niet bij. Als ik naar bed ga, dan gaat de deur van de logeerkamer aan de binnenkant op slot, zo is dat. Gelukkig is hij zo druk met ons eroties passiespel, dat hij de paragraaf met de kleine lettertjes in mijn contract niet eens gelezen heeft, terwijl ieder kind toch weet, dat je die eerst moet lezen! Want daar staat in, dat ik de regisseur tot volle bevrediging moet brengen.’
Kleine relletjes tot de uitzending van het programma doen Gerard in het nieuws blijven. Paul van ’t Veer verwijt Gerard dat hij Joop den Uyl een 'vieze, kale uilebal’ genoemd zou hebben. 'Dat vieze verzint hij’, schrijft Gerard, 'ik heb de door God over ons gestelde minister-president nimmer vies genoemd. Bij het verder vertellen maakt men er kennelijk zelf graag iets bij. Zo heet het bijvoorbeeld van mij, dat ik het met een ezel zou doen, of houden. Ik was toen nog erg jong, en het gaat niet aan, iemand zoiets zijn gehele verdere leven te blijven nahouden. (Die ezel is later trouwens keurig met een andere ezel getrouwd.) Stemt allen op de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.’
(wordt vervolgd)