Gerard - 59/kees schuurman psychiater

In de jaren zeventig bloeit ook de Reve-cultuur hevig. Aan de universiteiten studeren de tweede en derde generatie ‘Avonden- lezers’ en men blijft versteld staan van de kracht van het boek. Alleen Willem Frrederik Hermans heeft met ‘De donkere kamer van Damocles’ een vergelijkbaar indrukwekkend boek geschreven dat het langer uithoudt dan een generatie.

In 1973 verschijnt ‘Kort Revier - Gerard Reve en zijn medeburgers’, samengesteld door Klaus Beekman en Mia Meijer. Het boek bevat het materiaal op basis waarvan de receptiegeschiedenis van Reve geschreven zou kunnen worden en het is uiterst smaakvol gedaan. De Reve- liefhebber wordt op het spoor gebracht van allerlei nieuwe Reve- feitjes.
Uit de grote hoeveelheid interviews die de auteur in die tijd geeft - hij is ongetwijfeld de meest geinterviewde schrijver die Nederland ooit heeft gekend, al beweert hij voortdurend dat hij eigenlijk een hekel heeft aan interviews - komt ook steeds meer autobiografisch materiaal naar voren. Er is een persoon die hij daarbij voortdurend met name noemt als iemand die een positieve invloed op hem heeft gehad, en dat is zijn psychiater, C. J. Schuurman, die hij vlak na de oorlog bezocht.
Deze C. J. Schuurman was zelf een auteur; zijn boeken worden tot op de dag van vandaag in bepaalde kringen (New Age) nog vaak gebruikt. Hij schreef onder andere: 'Perspectief der ziel’, 'Grondpatronen van de psychische ontsporing’, 'De taal van het onbewuste zieleleven’, 'De ziel als brandpunt van het scheppingsproces’, 'De medemens en wij’, 'Ik luister en antwoord’, 'Psychologie, godsdienst en religie’, 'Op zoek naar de mens’, 'Stem uit de diepte’. Een lijst met titels waartussen er een paar zitten die zo uit Gerards brein hadden kunnen komen.
Kees Schuurman studeerde medicijnen in Leiden. Aanvankelijk was hij bacterioloog, en hij werkte aan het instituut van Louis Pasteur. Hij ging in 1932 naar Nederlands Indie en werd benoemd tot lector aan de Medische Hogeschool in Batavia. In 1936 keerde hij terug en ging psychiatrie studeren. Dit gebeurde op grond van - zoals hij in zijn autobiografie 'Uit mijn leven’ opmerkt - 'een paranormale ervaring in de trein van Cheribon naar Batavia’: 'Het was alsof ineens de hele coupe vervuld was van een groot licht en iemand mij duidelijk maakte (zei?), dat ik een roeping had.’
In die tijd experimenteerde Kees ook al met astrologie. Op grond van zijn astrologische kennis voorspelde Kees de dood van zijn vader, die hij even daarna ook 'voelt’ maar niet ziet. 'Ik wist wel dat hij ongeveer een meter boven de grond zweefde.’ De 'psychische hygiene’ gaat Kees aan het hart.
Hij heeft zelf echter ook een vervelende kwaal, namelijk 'een fysieke afwijking’ aan zijn penis: 'Deze afwijking was zo storend, dat ik reeds vanaf mijn vijftiende jaar bij elke erectie en pollutie zoveel pijn had, dat ik niet begreep, hoe anderen zoveel plezier konden hebben in een sexueel contact.’
Kees, die in 1925 getrouwd was, besluit zich in 1936 aan zijn kwaal te laten opereren. 'Het is, geloof ik, typerend voor het intensieve geestelijke contact tussen Ada en mij, dat de onmogelijkheid om tot een coitus te komen volstrekt geen probleem voor ons vormde. We hadden veel speels contact en maakten er geen probleem van, mede omdat we toch geen van beiden kinderen wilden hebben.’
Kees komt vervolgens in aanraking met Krishnamurti en 'doorschouwt’ het 'ik’. Vrouw Ada gaat schilderen, Kees verdiept zich meer en meer in de psychiatrie. Hij gaat in Amsterdam wonen aan de Reynier Vinkeleskade.
Nadat een vriendin hem het verhaal van Sinbad de Zeeman had verteld, bezint hij zich op de symboolwerking van sprookjes in onze cultuur. Het wordt het boek 'Er was eens… er is nog’, ('geschreven bij een acculampje in de hongerwinter’), dat nog steeds regelmatig wordt herdrukt.
In die tijd komt Gerard bij hem. Kees is dan alweer verder en bestudeert 'het dag- en nachtbewustzijn’. Juist in de periode dat Gerard bij hem is, zijn dromen het voornaamste studieobject van Kees Schuurman. Hij ventileert zijn theorieen in het boek 'De taal van het onbewuste zieleleven’. Hierin komen fantasie, invallen, intuitieve ontdekkingen, ervaringen van kunstenaars, dromen en mythen ter sprake.
Het zou best kunnen dat ook Gerard op een of andere manier in dit boek voorkomt. Belangrijk vindt Kees zijn ontdekking 'dat ieder mens wel in zijn ik-proces een kleine ontsporing doormaakt, maar dat deze ontsporingen bij een kleiner aantal mensen zodanige proporties aannemen, dat ook misdaad en krankzinnigheid vanuit dit gezichtspunt kunnen worden begrepen.’
Van Kees leerde Gerard dat 'neurotici een stap verder zijn’ dan normale mensen. Dat zij in een innerlijk conflict zijn geraakt, dat zij niet zelf kunnen oplossen, betekent dat zij door het leven worden uitgenodigd door te stoten naar een ruimer niveau van bewuszijn.
Op zijn 81ste jaar wordt Kees weer veliefd en trouwt hij in het ziekenhuis, waar hij ligt om een zware hartoperatie te ondergaan. Zijn nieuwe vrouw schrijft op de laatste bladzij van zijn autobiografie: 'Deze hartoperatie heeft niet meer kunnen plaatsvinden. Kees overleed kort ervoor op 18 november aan de gevolgen van een hartinfarct. Zijn laatste woorden waren: “Het Ik- bewustzijn wordt doorbroken, het begint…” ’
Het is moeilijk aan te geven wat precies de invloed is geweest van Schuurman op Reve. Als de schrijver het heeft over zijn 'psychoterapeutische behandeling’ tegen Josine Meijer, zegt hij: 'Er is niets afgebroken of onvoltooid gelaten, tenminste niet volgens mij. Evenmin als de kunst, of de religie, kan de psychiatrie mensen veranderen. Men kan, door elk van de drie, zichzelf ontdekken. Kort gezegd: de ellende is niet dat de mensen problemen hebben, maar dat ze ze hebben zonder dat ze precies weten wat de probleemstelling is. Zoals de religie niets grijpbaars of nuttigs zegt over het wezen van God, maakt zij de problematiek van de relaatsie mens-God, doormiddel van simbolische voorstellingen aanschouwelijk. Dr. Schuurman heeft mij het werken en schrijven mogelijk gemaakt, en door zijn, alweer volgens mij, wel degelijk voltooide behandeling, heb ik de moed gevonden mijzelf te ontdekken.’
Hij schreef ook: 'Je weet niet wat een ontredderd stuurloos wrak ik was voor Schuurman zijn behandeling. Vergeleken bij toen, ben ik een onwankelbaar, sterk, volkomen aangepast en evenwichtig mens. Of Freud dichter bij de waarheid is dan Jung doet weinig terzake, zo lang ik aan Jung onnoemlijk veel heb en aan Freud niets. Freud heeft het vuile werk gedaan, en Jung zet er de kroon op en gaat met de meeste roem strijken - dat zie ik ook wel. Maar wat heeft een kunstenaar of een religieus mens aan Freud? Ik zoek niet naar wetenschappelijke werkelijkheid, maar naar formuleringen, die het woordloze en onzegbare de eer en de plaats geven die het toekomt. En ding weet ik zeker: dat ik door Schuurmans behandeling schrijf en durf te schrijven.’
Schuurman was weg van Jung, kende een grote waarde toe aan astrologie en religie en heeft veel overeenkomsten met Gerard. (Toen Gerard Hanny Michaelis ontmoette - in die tijd liep hij bij de psychiater - maakte hij trouwens melding van bijna dezelfde kwaal aan de penis als Kees Schuurman had.) Gerard vond in hem iemand die naar hem luisterde en die hem begreep, omdat hij 'net zo’ was.
(wordt vervolgd)