Gerard - 60/lieve jongens

Gerard richt zich tot de mensen in de zaal en zegt: ‘Zoals u weet zing en dans ik graag voor mijn geliefd publiek. Dus u mag nu vragen stellen.’
Niemand durft. Dan vraagt iemand: ‘Mijnheer Reve, wat zijn arbeiders?’
Gerard: ‘Dat zijn mensen die in de ziektewet of in de overbrugging lopen.’

Vraag: ‘Mijnheer Reve, wat is literatuur?’
Gerard: 'Literatuur, dat is iets heel moois.’
Vraag: 'Waarom probeert u uw lezers een “Mussert of Moskou”- keuze aan te praten?’
Gerard: 'Ik kies zelf voor Rome.’
Vraag: 'Wat betekent persvrijheid voor u?’
Gerard geeft uitgebreid antwoord, maar maakt opeens een wending en zegt: 'Ik begrijp wel waarom Mulisch en zijn vrienden zo voor regimes zonder persvrijheid en vrijheid van meningsuiting zijn. Wat heb je aan dat soort vrijheden als je zelf niks te zeggen of te schrijven hebt.’
Het is de avond van de zestiende februari 1973. Gerard houdt zijn boek 'Lieve jongens’ ten doop in De Seinpost in de Scheveningse Seinpoststraat. Twee avonden lang zou hij, 'de schrijver van geheel ons volk’, honderden mensen vermaken door voor te lezen uit 'Lieve jongens’ en nieuwe gedichten voor te dragen. (Daaronder een gedicht dat Woelrat gemaakt zou hebben op vijfjarige leeftijd: 'Onze kat ligt in de zon/ hij dacht kom ik ga eens jongen/ hij probeerde het/ en het gong.’ En uiteraard werd ook het nieuwste werk van Mulisch poetisch gehekeld: 'Het gaat over een zeepbel die uiteenspat - de kritici noemen het sterk autobiografisch.’)
Gerard stond achter een katheder waarover men voor deze gelegenheid een diepzwart lijkkleed had gedrapeerd; achter hem een decor van schapenwolkjes.
Het voorlezen uit 'Lieve jongens’ was een enorm succes, vooral de nadien klassiek geworden passage van 'De wind in het wijnglas’. Verschillende critici (Donkers, Zaal) meldden dat ze 'tranen in hun ogen van het lachen’ hadden gekregen. Veel lezers vonden het echter kinderachtig.
Zo ook Parool-lezer Kees Lakeman.
Gerard klimt bij zulke gelegenheden altijd meteen in de pen: 'In uw rubriek “Maar meneer” van 1 maart jongstleden, die mij door een buitenlandse inspectiereis eerst heden onder ogen kwam, schrijft de heer Kees Lakeman over een passage in mijn jongste liefdesroman en Nederlands meest verkochte boek “Lieve jongens” ( ingenaaid f10,-, gebonden f19,50): “Wat een kinderachtig geklets, hoe die wind werd opgevangen in een glas etc. Dat deden we vroeger op school toen ik 12 was.” Mag ik vragen wat voor school dat wel was?’
Rond de Amsterdamse dorpspomp leest men het verhaal toch vooral vanwege de 'oude maar dove Albert S’ en ene 'Freddie L’ die in het boek voorkomen, want dat zijn portretten van Gerrit Komrij en Charles Hofman, de vriend van Gerrit Komrij. Gerard blijkt een tijd tevergeefs achter de vriend van Komrij te hebben aangelopen. Komrij was in 1973 een gevreesd criticus in Vrij Nederland.
Ten tijde van de verschijning van 'Lieve jongens’ woonde Gerard in Weert bij zijn vriend Guus van Bladel. Hij woonde naast de Zusters van de Liefde op de Nieuwe Markt in een fraai huis met twee riante slaapkamers en een badkamer, plus een grote woonkamer. De televisie stond hoog voor de bank. In de kamer hing een schilderij van 'Gerard in de oorlog’, en verder stonden er her en der wat Mariabeelden.
Guus van Bladel was destijds personeelswerker bij de Hoechst- fabrieken. Tussen hem en Gerard was een zuiver vriendschappelijk contact; Gerard had bij Guus een pied a terre in Nederland: 'Dat adres heeft niets met de liefde te maken, maar alleen met stilte, konsentraatsie & werk’, schrijft hij aan Josine Meyer; en inderdaad, ter verhoging van zijn 'konsentraatsie’ had Gerard het grote raam dat uitkeek op de markt matwit geschilderd zodat hij niet afgeleid zou worden. Slechts door een klein 'schietgat’ van vijf bij tien centimeter kon hij door het raam kijken.
Guus van Bladel heeft zich al die jaren een goede vriend betoond; hij bezorgt Gerard spullen, hij helpt met het verbouwen van de bus van Gerard, hij bewaakt de post, en als de burgemeester van Weert aan Gerard wil laten weten dat het Hare Majesteit de Koningin behaagt om hem tot ridder te slaan, mag Guus dit bericht aan Gerard meedelen.
Guus had een soort bloedziekte, waardoor hij in een warm land moest zijn, althans zo gaat het verhaal. Hij verhuisde naar Singapore. Daar gaat hij in 1978 drugs bestrijden en junks opvangen. In 1981 ontstaat er een vorm van verwijdering tussen de twee wanneer Guus brieven van Gerard verkoopt aan Johan Polak.
In Singapore gaat het goed met Guus van Bladel. In 1993 wordt hij zelfs een nationale bekendheid als hij de in Singapore wegens drugssmokkel ter dood veroordeelde Nederlandse ingenieur Van Damme tot het einde toe mag begeleiden.
Van Bladel moet nog in het bezit zijn van veel reviana. Het blijkt namelijk dat Guus ook bijzonder goede contacten had met mevrouw Jo de Jonge, de nog levende stiefmoeder van Gerard, de tweede vrouw van Gerard Vanter. Van Bladel heeft van mevrouw De Jonge veel parafernalia van Gerard gekregen, plus enkele bijzondere boeken, waaronder een zeer bijzondere eerste druk van 'De avonden’. Het valt te hopen dat deze collectie eens beschreven wordt en ter beschikking komt van de Reve- liefhebbers.
'Het lieve leven’ wordt een gigantisch verkoopsucces. Gerard wordt weer door alle kranten geinterviewd. Nieuw is zijn liefde voor 'Steen en beton’. In juni 1973 schrijft hij een groot serieus artikel in Het Parool over het aankopen van grond, waarin hij onder meer zegt: 'Resumerend: aankoop van een stukje grond als eigen domein in het buitenland, mits tegen een redelijke prijs, is niet bij voorbaat zinloos, maar men late wel de volgende overwegingen gelden: Hoe oud ben ik? Hoeveel weken vakantie heb ik per jaar? Welke is, in jaren, volgens de statistiek, mijn nog te verwachten levensduur? Weinigen realiseren zich dat: indien men dan, 50 jaar oud, in het buitenland een huis laat bouwen van bijvoorbeeld f75.000,- waar men in totaal 3,5 week ’s jaars in verblijft, zulk een verblijf alleen aan afschrijving, rente en aflossing, de eigenaar al op f400 per dag komt te staan: voor aanzienlijk minder dan dat bedrag vliegt u waarschijnlijk met uw gehele gezin overal heen, waarbij eten, slapen, bewassing en strandgeneugten in de prijs begrepen zijn.’
(Wordt vervolgd)