Gerard - 62 naar huis

‘In de Advent van het jaar 197*, drie dagen voor Kerstmis, verliet de dichter Hugo Treger in de late namiddag zijn woning aan de -laan in de grote stad A., om te voet in de naburige winkelstraat boodschappen te doen.’ Het is het begin van ‘Bezorgde ouders’. Een begin dat zich min of meer spiegelt aan het begin van ‘De avonden’. Het boek, dat in 1988 verschijnt, is opgedragen aan Hanny Michaelis, de enige vrouw met wie Gerard Reve ooit getrouwd is geweest.

De cirkel is zich aan het sluiten. Een tentoonstelling in 1993 over Gerard noemt hij ‘Op weg naar huis’. Gerard is nu op weg naar huis.
Ik beeindig nu deze artikelenreeks over Gerard Reve.
Enkele dagen voor kerstmis, zittend in de grote stad A. Wanneer ik naar links loop, ben ik binnen vijf minuten in de Van Hallstraat, waar Gerard geboren is. Als ik schuin doorsteek naar rechts ben ik in de Eerste Rozendwarsstraat, de woning die Gerard op 18 februari 1966 spoorslags moest verlaten. 'Overal waar ik ben is Gerard’, heet een liedje dat verkocht wordt in het muziekantiquariaat bij mij in de straat.
Ik zou dit laatste artikel willen gebruiken om nog wat zaken uit te leggen - en om een paar dingen te vragen, want in het afgelopen jaar heb ik heel wat brieven gekregen over Gerard.
Veel Groene-lezers hebben zich buitengewoon geergerd - tot opzeggingen aan toe - aan het feit dat ik 'Gerards racisme verdedig’. Dat verdedig ik niet, ik geloof alleen dat Gerard geen racist is; ik vermoed dat hij het wel heerlijk vindt om over 'rumbonen’, en 'woudapen’ te schrijven - passages die hij volgens mij gierend van de pret verzint - in het besef dat wij ons eraan ergeren. Ik zeg dat Gerard onder meer geen racist is omdat hij het zelf herhaalde malen ontkent. Een lezer schreef mij: 'U moet daaraan geen waarde hechten. Uit andere uitspraken blijkt dat hij wel een racist is.’ Maar waarom zou ik aan de ene tekst van Gerard wel waarde moeten hechten en aan de andere niet?
Een andere lezer vroeg mij waarom ik zo weinig geschreven heb over de invloeden van Reve. Ik heb gemeld dat Gerard beinvloed is door Toergenjev, Tsjechov, Celine, Schopenhauer, Flaubert et cetera - althans, deze schrijvers noemt hij zelf. Maar, indachtig de filosofieen van broer Karel, is het met 'invloed’ eigenaardig gesteld. Karel schrijft over de invloed van de ene schrijver op de andere schrijver: 'Daar is erg veel over geschreven, waarbij in het voorbijgaan moge worden opgemerkt dat een heel belangrijke literaire invloed, de “negatieve”, zo weinig ter sprake komt: een goede schrijver, die uit zichzelf misschien geneigd zou zijn romans a la Toergenjev te schrijven, laat dat wel uit zijn hoofd als hij de romans van Toergenjev gelezen heeft. Daar komt nog het volgende bij: een goede schrijver stijgt eigenlijk boven alle invloed uit. Zeker, Poesjkin is beinvloed door Voltaire, Chamfort, Karamzin, Walter Scott, Marlinski - maar uit die invloeden is iets ontstaan wat geheel uniek is. Het is natuurlijk leuk om te zien dat bepaalde zinsneden van Poesjkin regelrecht uit Marlinski komen, maar Poesjkins verhalen zijn oneindig veel beter dan die van Marlinski. Die invloed zou ook uit Joh. C. Kievit kunnen komen als Poesjkin die toevalig gelezen had. Kennis van al die invloeden verschaft ons geen enkele informatie over de kwaliteit van Poesjkins proza.’
Precies! En dit geldt mutatis mutandis tevens voor Gerard. Lezer A. Peeters maakte mij attent op het feit dat ik buiten beschouwing heb gelaten dat Gerards proza eveneens in ruime mate door de bijbel is beinvloed. Mag ik u er dan op attent maken dat de bijbel ook in grote mate beinvloed is door Gerard Reve? Ik verwijs hiervoor naar de brieven die Gerard schreef aan professor W. K. Grossouw. Laatstgenoemde kwam met enkele vertaalproblemen in de bijbel bij Gerard en Gerard maakte er keurig Nederlands van. (Zie 'Brieven aan geschoolde arbeiders’, 1985.)
Voorbeeldje. Grossouw vertaalt uit de bijbel: 'Daarom, zoals door een mens de zonde de wereld is binnengetreden…’ Gerard schrijft: 'Ik zou zeggen: “Zodoende is, door een mens, de zonde in de wereld gekomen.”.’ En zo gaat het vele bladzijden lang door met verbeteringen, die Grossouw allemaal heeft overgenomen.
Andere mensen vroegen me waarom ik zo weinig schreef over de overeenkomsten in het werk tussen Karel en Gerard. Er zou vooral een overeenkomst in stijl zijn. Ook hier weer het probleem: wat moet ik ermee? Er zijn zeker zinswendingen aan te geven bij Karel die van Gerard afkomstig zouden kunnen zijn. Maar hoe die twee elkaar hebben beinvloed en hoe dat precies ging, is iets wat nimmer met grote zekerheid valt vast te stellen. En als het al vast te stellen zou zijn, zou het weer niets vertellen over de kwaliteit van het proza van Gerard en Karel. Natuurlijk denk ik: zou hun vader op beiden van invloed zijn geweest? Dan ga je Vanter lezen, en inderdaad stuit je dan op zinswendingen die je mogelijk ook zou kunnen aantreffen bij Karel en Gerard. Maar dat een zoon is beinvloed door zijn vader - en ook zijn moeder - is een stelling die niet nader behoeft te worden bewezen.
Vervolgens vroegen enkele lezers mij of ik 'precies’ kon zeggen wanneer Gerard nu het communisme vaarwel zei. Nee, dat kan ik niet. Wel weten we door een brief aan de Vrije Katheder dat Gerard in 1945 nog de negatieve aspecten van de trotzkistenprocessen nuanceerde. Hij schreef, althans volgens Fennigje van den Burg (Amsterdam, 1983), aan de redactie van de Vrije Katheder dat in de communistische pers best eens aandacht besteed mocht worden aan de negatieve aspecten van de 'gematigde, linkse dictatuur’ in de Sovjetunie, in plaats van daarover alleen maar 'kolder’ te verkopen of informatie te verstrekken die 'even onbetrouwbaar, stompzinnig en lachwekkend’ was als die van de vijanden van de Sovjetunie. Gerard twijfelde, onder meer op grond van 'onbevooroordeelde’ getuigenissen, niet aan de schuld van de beklaagden.
Een jaar later was Gerard communist af. Maar waar precies het breekpunt ligt, weten we niet.
Tot zover mijn bijdragen over Gerard in De Groene.
Volgend jaar komt er weer een boek van Gerard - misschien verschijnen er zelfs twee boeken. Het zou aardig zijn als dan ook het eerste deel van een poging tot biografie zou verschijnen. (Einde)