Gerard & huib

Hij kwam op maandagmorgen mijn kamertje binnen, dat binnenkort zijn kamertje wordt. Het ging over het ja of nee, waarover hij in het weekeinde had nagedacht. Maar hoe kun je nu nee zeggen tegen de leukste betrekking in de Nederlandse journalistiek?

Het werd dus ja. Een welgemeende handdruk bezegelde het feestelijke moment.
Hij is gepokt en gemazeld op de redactie van Vrij Nederland, inmiddels het onofficiële opleidingsinstituut voor hoofdredacteuren van De Groene Amsterdammer. Vijfentwintig jaar heeft hij voor ons zusterblad gewerkt. Hij was daar een memorabele redacteur, altijd open voor nieuwe vormen en gedachten, in sommige opzichten speelser dan de huidige hoofdredacteur van De Groene, die zich niet slechter voor wil doen dan noodzakelijk, maar die meer een specialist op het gebied van de vervolmaking der traditionele journalistieke technieken is.
Ik kwam de man, van wie ik onmogelijk kon bevroeden dat hij mijn opvolger zou worden, de afgelopen jaren een enkele keer tegen. Bijvoorbeeld op die avond dat wij een duolezing hielden in politiek-cultureel centrum De Balie in Amsterdam. Het ging over onze respectieve journalistieke idolen. Hij sprak over de fameuze interviewer Willem Wittkampf (vernieuwer), ik sprak over Kurt Tucholsky (traditionalist) en na afloop, bij de bar, ging het over De Groene, waarvan hij al jarenlang een geëngageerd lezer is en waarover hij een evenzeer verstandige als kritische mening heeft.
Ik spreek dus over Gerard van Westerloo, de man die met ingang van 1 oktober 1997 op de derde etage van het pand Westeinde 16 de declaraties tekent.
Heb ik ooit een betere sparring partner gehad dan Constant Vecht? Dat hij uiteindelijk de kunst boven het journalistiek management zou kiezen, was een hele slag voor De Groene. Het verplichtte ons tot het zoeken naar een directeur die minstens even goed was. De man die het uiteindelijk is geworden, was van begin af aan mijn persoonlijke favoriet. Ook hem ken ik al jaren, met name in de periode dat hij directeur van de cultuurtempel Paradiso was. Wij waren bijvoorbeeld betrokken bij de organisatie van het grote Freud-symposium, waarbij de Weense Toverdokter genadeloos van zijn sokkel werd gelicht - tot mijn spijt, maar dat doet even niet ter zake. Daarnaast organiseerden wij de grote Paradiso-pro-rookmanifestatie (hij rookt shag, ik rook sigaren), waarbij de toehoorder verplicht was, hoe schrijnend de rook de longen ook teisterde, de zaal een avond lang blauw te zetten. Bovenal organiseerden wij de serie Grote Groene Alternatieve Bijbellezingen, waarin God noch Gebod werden gespaard en die, intellectueel gezien, een daverend succes waren. Daarbij bleef de rol van de Paradiso-directeur niet beperkt tot centen tellen, integendeel, bij al die manifestaties kon hij aardig meepraten, om het even of het over de memoires van Zino Davidoff, de Heilig Schrift over Freuds Traumdeutung ging. Ik spreek dus over Huib Schreurs. Een leniger geest, een bekwamer organisator ken ik niet.
Gerard van Westerloo en Huib Schreurs. Het is een koppel waarvan ik de hoogste verwachtingen heb. Jammer dat ik De Groene Amsterdammer al een mensenleven lang in de bus krijg, anders zou ik mij onmiddellijk abonneren.