Gerard - gezond leven 50

Op 9 december 1970 verschijnt er een brief in Het Parool: ‘Naar aanleiding van de uitlating, door Gerard Kornelis van het Reve zijn Geleerde Broer in uw veelgelezen dagblad van zaterdag jongstleden gedaan, volgens welke Gerard zuinig zou zijn, achten wij het onze plicht, u mededeling te doen van het volgende: Verleden jaar heeft Gerard voor ons ergens in Zuidwest-Europa een berg gekocht, compleet met kasteel, arendsnest en bron. Vorige maand kocht hij voor ons een dure auto. Het is zijn verlangen dat wij beiden, hoe kostbaar ook, onberispelijk gekleed gaan.

Tijdens de Zesdaagse Oorlog offerde hij van zijn wel zeer beperkte inkomen tweeduizend gulden voor de Collectieve Israel Actie en dit jaar heeft hij voor “Gods Volk”, zoals hij het noemt, wederom een groot offer gereserveerd. Hij heeft ons pottenbakkersbedrijf vrijwel volledig gefinancierd en gisteren heeft hij voor ons de bouw aanbesteed van een nieuwe 16 kwadraats BM. Intussen bereidt hij zich voor op een bedevaart, derde klas per trein naar Lourdes, omdat hij zichzelve een “zwak, slecht en zondig” mens acht.
Greonterp, Huize Het Gras.’
Was getekend: ‘W. B. Albada (Teigetje), H. L. van Manen (Woelrat), Niks aan de hand/ Voor God en de Kunst! Gerard Kornelis Franciscus Markies van het Reve.’
Hij schrijft weer. Het oorspronkelijke plan een boekje te maken met de brieven van wanhoop die hij vanuit zijn landgoed naar Tijger en Woelrat stuurde, heeft hij laten varen.
Gerards leven blijft uiteraard ingewikkeld, met die menage a trois. 'Ik wil min of meer voorgoed naar ons landgoed vertrekken, de Jongens echter willen in Friesland blijven’, schrijft hij aan Josine Meijer. En ook de verhouding met Geert van Oorschot en Johan Polak - de laatste probeert zijn schrijven zo veel mogelijk te stimuleren en zweept hem op een bijdrage te leveren aan het literaire tijdschrift Soma - verloopt niet zonder morren. 'Ik heb je altijd willen vragen’, schrijft Gerard aan Josine Meijer, 'waarom ik nooit, nooit, nooit tot zaken ben kunnen komen - en zo ja, dan altijd sof - met de uitgever Joh. B. W. Polak. Zijn sterren zijn volgens zijn ouders 12 Nov 1928 Amsterdam 01.50 uur (& volgens zeer apocrieve beweringen van onbetrouwbare familieleden 02.10 uur).’
De zware instortingen lijkt Gerard eind 1970 te boven te zijn gekomen. Hij heeft in de herfst van dat jaar nog twee aanvallen van razernij gehad, maar weet hoe het komt. Hij is dan ook voorlopig gestopt met drinken en heeft zich toegelegd op het eigenhandig bouwen van een huis op het Geheime Landgoed. Maar het 'ernstige gesprek’ dat Geert van Oorschot met hem wil hebben, ontloopt hij. 'Hij is erg kwaad, omdat ik bij Johan B. W. Polak een brievenboek uitgeef. Hij mag rustig kwaad zijn.“
De brief aan Het Parool klopt overigens wel. Gerard meldt aan iedereen die het maar horen wil dat hij 'Willem & Henk elk voor een onverdeeld derde gedeelte mede- eigenaars (heeft) gemaakt van Huize Het Gras’.
Gerard haalt ondertussen ook zijn rijbewijs - het verplicht hem niet alleen die bedevaart naar Lourdes te ondernemen, maar ook een schrijn voor de Moeder Gods te bouwen in de muur van de Grote Salon.
Er speelt zich in die tijd (eind 1970) nog een niet onkomische affaire af. De Duitse televisie maakte een programma over de Nederlandse literatuur en kon uiteraard niet om Reve heen. Ze lieten wat gevaarloze opnamen zien uit de Helige Hart-kerk, maar over het ingewikkelde erotische leven van de schrijver wordt verder gezwegen, want het was een wel zeer keurige uitzending. Dan vertelt de programmamaker plotseling dat Gerard 'Die Abende’ in een 'Zuchthaus’ had geschreven, omdat hij als millitair ontucht zou heben bedreven met een Javaanse 'Bube’.
'Ik schrok wakker uit mijn toestand van half dromen, half waken’, schreef Nico Scheepmaker in zijn Hopper-column in de Volkskrant. 'Wat zeggen ze nou!? werd hier even tussen neus en lippen nieuws gemaakt? Heeft Gerardje dat altijd verborgen weten te houden? Maar nee, dat moet toch allemaal onzin zijn, hij zat na de oorlog bij Het Parool en hij is toch nooit in Indonesie geweest.’
Het wordt uitgezocht. Het is simpeler dan men vermoedt: de Duitsers hebben de gemystificeerde biografie die in het speciale, geheel aan Reve gewijde Dialoog- nummer stond, werkelijk serieus genomen.
Dan besluiten Gerard, Willem en Henk om Huize Het Gras en het Zomerpaleis te verkopen. Ze zullen zich in Veenendaal vestigen bij de moeder van Henk. Het huis telt vijf kamers plus een stenen schuur, een goedkoop huurhuis, en dat spreekt Gerard ook wel aan. De moeder van Henk - op dat moment 62 - is dolblij dat ze weer inwoning krijgt, want dan is ze niet alleen.
'We kunnen ons eindelijk ontplooien, & ik moet wel aan mijn boek voortwerken. Henk zijn moeder zorgt nu voor ons. Als de kwade jaren voor haar komen, moeten wij voor haar zorgen. Zo stellen wij het ons voor.’
En Gerard voelt dat het goed met hem gaat. Als het nummer van Soma verschijnt met zijn verhaal 'Gezond leven’, schrijft hij aan Josine Meijer: 'Ik bevind mij op een zeer ingrijpend keerpunt.’ Hij beschrijft dan zijn abstinentieverschijnselen toen hij stopte met alcohol: de pijnen in zijn handen en armen, zijn onvermogen om iets te eten en zijn diepe depressies.
Het feit dat er na vijf jaar weer een boek lijkt aan te komen, zijn menage a trois en zijn verhuizing naar Veenendaal zijn voor de pers weer aanleiding om met hem te spreken. Hij vertelt dat hij een boek wil maken over zijn Indische jaren 'kort na de oorlog op Sumatra met de mariniers. Ik heb daar eigenlijk niets meegemaakt, behalve die prachtige natuur en die lieve mensen. Ik was daar in het begin van '46 tot midden '47. Geen dag ziek geweest. Mensen vragen wel eens naar mijn bronnen, maar het zijn gewoon mijn eigen bronnen. We zijn daar geland, maar de zware artillerie is nooit het binnenland ingekomen. Half in het moeras gezakt, en dan zag je uit de vizieren geraniums groeien. Er werd geweldig gekankerd. Iedereen was diep ongelukkig als ze niet die verschrikkelijke aardappelpuree in blik uit Nederland konden vreten. En verder was je aangewezen op de whisky, en dan die duizenden kratten met lauwe, jonge jenever. Iets verschrikkelijks, een geweldige verwoesting. Erger dan de syfilis onder de Indianen. En dat heb ik allemaal beschreven. ’'Staatsgreep majoors” gaat dat heten.’
(Wordt vervolgd)