Gerechtigheid

Joy van Mijke de Jong werd verkozen tot beste film op het Nederlands Film Festival. De jury roemde de ‘liefde voor de cinema’ die de film uitstraalde. Het was me al eerder opgevallen dat men in de filmwereld het woord 'cinema’ inzet als een kwaliteitskenmerk op zich. Regisseuse Nanouk Leopold kreeg een paar jaar geleden een gouden kalf voor Guernsey, en toen had ze het in haar dankwoord over 'de cinema hoog houden’, als ik het me goed herinner zelfs 'ware cinema’. Ze sprak in ieder geval alsof ze een missie had.
Cinema. Het moet net zoiets zijn als literatuur, en dan is een film weer meer een boek. Als u begrijpt wat ik bedoel.Na het Gouden Kalf voor Joy brak de hel los, zeker wel een hele avond lang. De producent van Tirza en Majesteit voelde zich zwaar gepasseerd, en noemde de jury 'blind en doof’. En de regisseur van Oorlogswinter vond dat Joy nooit genomineerd had mogen worden voor de categorie 'beste film’. Reden: nog geen tweeduizend bezoekers hadden de moeite genomen een kaartje te kopen voor deze film.
Jaren geleden vroeg een concurrerend weekblad een aantal literaire critici een lijstje met Nederlandse schrijversnamen van de laatste tien jaar aan te leveren. Ik denk niet dat het om de 'beste’ schrijvers ging, het zal wel meer omfloerst zijn uitgedrukt, iets in de trant van 'die er het meest toe doen’, of die ooit het Boekenweekgeschenk moeten gaan schrijven. Na publicatie van de lijstjes werd ik door verschillende mensen gevraagd of er soms een vergissing was gemaakt, en mijn naam bij het verkeerde lijstje was gezet. Want ik had ook Ronald Giphart en Jessica Durlacher erbij staan.
Ik weet niet meer wat mijn complete lijst was, maar ik weet wel dat ik eindeloos heb zitten twijfelen, en uiteindelijk steeds meer bij schrijvers uitkwam die tenminste een publiek hadden veroverd. Onder het mom: je kunt wel hoge literatuur bedrijven, maar als geen hond je boek wil lezen, wat koop je er dan voor. Dat veel mensen je boek willen lezen zonder dat ze een pistool op hun slaap gericht krijgen, vind ik een literaire kwaliteit op zich, en iets dergelijks lijkt me voor een film te gelden.
Aan de andere kant…
'Ik haat dat enerzijds, anderzijds’, zei Hedda van Gennep zoveel jaar geleden tegen Bibeb. Ik heb me sindsdien altijd in goed gezelschap gevoeld met mijn getwijfel. Aan de andere kant dus: van een jury mag je verwachten dat zij oog heeft voor zoiets ingewikkelds als intrinsieke kwaliteit, even los van alle tamtam die bekende namen of usual suspects toch al met zich meebrengen. En dan kan er zomaar een kleinood worden opgedoken dat tot dan toe over het hoofd was gezien door het grote publiek.
Ik hoop altijd dat het zo werkt, met jury’s. Het heeft te maken met een onuitroeibaar verlangen naar gerechtigheid, op welk vlak dan ook.
Van Franca Treurs Dorsvloer vol confetti, verschenen in oktober 2009, zijn inmiddels honderdduizend exemplaren verkocht. Het afgelopen jaar werd dit boek genomineerd voor zo'n beetje iedere literaire prijs die er te vergeven is in Nederland. Ako, Academica Debutanten, NS Publieksprijs, Anton Wachter, noem maar op. Maar toen helemaal in het begin van het jaar de longlist van de Libris Literatuurprijs bekend werd gemaakt, stond zij daar niet bij. Evenmin was ze genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs, die rond dezelfde tijd haar nominaties bekendmaakte. Ik had het daar een tijdje nadien over met een redacteur van haar uitgeverij.
'Dat was nog te vroeg’, zei hij.
'Hoe bedoel je?’ vroeg ik.
'Zij zagen het nog niet’, en hij glimlachte, even zelfverzekerd als sfinxachtig.
Die glimlach bleef dagen hinderlijk in mijn hoofd hangen - wat denkt hij dat jury’s doen, zich zand in de ogen laten strooien door de waan van de dag of zo? - maar de tijd heeft hem gelijk gegeven. Van een debutant transformeerde Treur binnen een jaar tot gedoodverfde winnaar. Waarmee nieuwe mechanismes in werking treden. Ze wordt overal voor genomineerd, maar wint de prijs niet.
Hetzelfde gebeurde een paar jaar geleden met Joe Speedboot van Tommy Wieringa. De jury van de Anton Wachterprijs heeft Maartje Wortel uitverkoren. Wie? Inderdaad. Wat dat dan is? Ik denk om soortgelijke redenen als waarom Joy werd verkozen tot beste film, en niet Komt een vrouw bij de dokter of De gelukkige huisvrouw. Het heeft met smaak te maken, de smaak van fijnproevers, en het verlangen eigenzinnig te zijn, en onvoorspelbaar. Een nominatie kan wat dat betreft evenzeer te vroeg als te laat zijn beslag krijgen. Enerzijds irritant, anderzijds…
Voor de zekerheid sla ik het Bibeb-interview met Hedda van Gennep er nog even op na. Wat blijkt? Ze is niet in gevecht met zichzelf, maar heeft écht een hekel aan twijfelaars. Hoe kan ik iets zó verkeerd hebben onthouden? Slapjanussen vindt ze het, allemaal.