DE COMEBACK VAN KERNENERGIE

Gered door de reactor?

Kernenergie heeft een spectaculaire comeback gemaakt. Vanwege de hoge olieprijs en klimaatzorgen worden overal ter wereld reactoren gebouwd, gepland of langer opengehouden. Maar hoe zit het met de ‘oude’ bezwaren tegen kernenergie?

DE GEMEENTE BORSELE, de provincie Zeeland en energiebedrijven Essent en Delta staan in de startblokken voor de bouw van Nederlands tweede kernreactor. Waar de toekomstscenario’s van het plaatsje een paar jaar geleden nog moesten leunen op het beschermde dorpsgezicht en attracties als korenmolen De Hoop en Verwachting wacht Borsele opeens weer een stralende toekomst rond kernenergie. Omdat het huidige kabinet niet wil beslissen, blijft de vergunningaanvraag voor de reactor waarschijnlijk nog even uit, maar het lijkt al vast te staan dat er een tweede Nederlandse reactor komt. Kernenergie krijgt namelijk plotselinge steun uit allerlei hoeken: van politieke partijen en adviescommissies tot buitenlandexperts en milieuactivisten.
Het is een wereldwijd fenomeen. ‘Kernenergie is de enige grootschalige betaalbare energiebron die de uitstoot van broeikasgassen omlaag kan brengen’, schreef Greenpeace-oprichter Patrick Moore in een opinieartikel dat in vele landen werd afgedrukt. Toonaangevende medeactivisten, zoals de grondlegger van de Gaia-theorie James Lovelock, Al Gore en voormalig Friends of the Earth-directeur Hugh Montefiore, volgden Moore’s voorbeeld. Een ander steuntje in de rug voor kernenergie waren de verhoogde instabiliteit van het Midden-Oosten en verdragen tegen de uitstoot van broeikasgassen, zoals het Kyoto-Protocol en de EU-emissiehandel. En niets kon een groter geschenk zijn voor de nucleaire industrie dan de recente prijsexplosie van olie en gas.
Het gevolg is een radicale comeback van een recent nog wegkwijnende industrietak. Twintig jaar lang kwamen er nauwelijks kernenergiecentrales bij. Een reeks landen had zijn civiele nucleaire industrie op een doodlopend spoor gezet, er werd wereldwijd nauwelijks meer in kernenergieonderzoek geïnvesteerd en opleidingen voor reactorpersoneel moesten vechten om studenten. Maar sinds kort wordt er gebouwd aan meer dan dertig nieuwe kerncentrales, is besloten tot de bouw van ruim zestig andere en liggen er nog eens zo’n 170 voorstellen op tafel, wat een toename van het huidige aantal kerncentrales met zestig procent betekent als alle plannen doorgaan.
Natuurlijk lopen de Aziatische groeiers mee in de rij: China en India mikken de komende decennia elk op de opening van twee nieuwe centrales per jaar. Ook de energieverslaafde en zwaar door de energiecrisis geraakte Verenigde Staten zijn na dertig jaar zonder nieuwe kerncentrale volledig omgeslagen: de Amerikanen werken aan dertig nieuwe projecten, al hebben de VS volgens Bush’ minister voor energie ‘niet dertig, maar 130 of 230 nieuwe [kerncentrales] nodig’. Opmerkelijker is de comeback van kernenergie in Oost-Europa, waar EU-leden Brussel smeken om hun roestende sovjetcentrales langer open te mogen houden of die met Europees geld willen vervangen voor nieuwe. Andere landen in de regio werken aan grote plannen; zelfs Oekraïne overweegt net twintig jaar na de ramp in Tsjernobyl de bouw van ruim een dozijn nieuwe centrales. Ook de hele bovenrand van Afrika, niet echt ’s werelds meest stabiele regio, denkt na over kernenergie. Spekkoper is Frankrijk, het enige land dat de afgelopen kwarteeuw structureel in kernenergie heeft geïnvesteerd en dat de kennis van staatsbedrijf Areva te gelde maakt.
De bezwaren waarmee kernenergie recent nog terzijde werd geschoven in landen als België en Duitsland klinken inmiddels oud en achterhaald. Nu het atoomgevaar is weggeëbd, klimaatverandering als veel groter probleem is ontdekt en ruim twee miljard mensen zich opmaken om ons consumptiepatroon over te nemen, moeten de morele bezwaren wijken voor praktische behoeften. Jammer genoeg ligt het echter niet zo eenvoudig. De belangrijkste bezwaren tegen kernenergie zijn niet alleen moreel, maar juist ook praktisch van aard.

Over de hele wereld werken nucleaire instituten, leveranciers en organisaties aan pro-nucleaire toekomstscenario’s. De positiefste die nu voorhanden zijn, zijn afkomstig van de tekentafels van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) en de Amerikaanse topuniversiteit MIT. Zij willen er in de komende dertig jaar wereldwijd meer dan duizend kerncentrales bij. Omdat de bouw van elk exemplaar zo’n tien jaar duurt, bevelen zij een waar bouwoffensief aan dat liefst vandaag nog een aanvang neemt. In dat bouwoffensief moeten de huidige 440 kerncentrales bijna allemaal worden vervangen wegens ouderdom en moet worden doorgebouwd tot een totaal van ruim 1300 stuks – driemaal zoveel als nu.
Maar hoe drastisch zo’n scenario ook klinkt, het aandeel kernenergie in de totale energieproductie in de wereld zou daarmee slechts stijgen van zo’n zes procent (nu) naar negen à tien procent. Tot 2050 zal de vraag naar energie naar verwachting namelijk verdubbelen, maar zal de productie dat waarschijnlijk niet bij kunnen houden. Verdubbelt de energievraag inderdaad, dan zal het aantal kerncentrales ook moeten verdubbelen om zelfs maar het kernenergieaandeel in de energieproductie gelijk te houden. Om de rol van kernenergie te laten groeien, is de bouw nodig van duizenden nieuwe kerncentrales. De praktische problemen bij de snelle aanbouw daarvan zijn voorspelbaar en enorm.
Maar niet alleen de groeiende vraag naar energie, ook ons consumptiepatroon maakt het onmogelijk dat een nucleaire toekomst onze redding wordt. Aan energie geven we het meest uit aan verwarming (gas) en mobiliteit (olie). Hetzelfde geldt op wereldschaal: elektriciteit maakt slechts een magere zestien procent uit van het wereldwijde energieverbruik, gas een kwart en olie een derde. Zelfs als alle elektriciteit ter wereld uit kernenergie komt, zou er nog een oplossing moeten komen voor vijf zesde van de energiebehoefte, oftewel het leeuwendeel dat we nu verkrijgen uit het opstoken van brandstoffen die opraken en ons milieu verwoesten. De dreigende energiecrisis, simpel gezegd, is veel te groot voor een redding door de reactor.
Om die reden geloven energie-experts over het algemeen niet in één oplossing, maar in een reeks van maatregelen als uitkomst. Kernenergie kan niet meer zijn dan één van die maatregelen. Een ander deel van de oplossing zou zijn om verwarming en transport op (groene) elektriciteit te laten lopen. Daarom ook maken toekomstbeloften als de elektrische auto klimaatactivisten zo enthousiast. Maar voor een omschakeling van olie naar elektriciteit is een grote technologische sprong nodig op energiegebied, en daarvoor zijn de vooruitzichten uitgesproken slecht: door de spotgoedkope olie heeft niemand de afgelopen decennia daarin voldoende geïnvesteerd. Redding door innovatie gaat dus veel tijd kosten, als die al komt.
Het is vooral door dat doffe toekomstplaatje dat kernenergie weer wat glans terug lijkt te krijgen. Er moet veel meer energie komen, die betaalbaar en milieuvriendelijk moet zijn. En omdat het ons niet lukt om minder te consumeren en snel te innoveren, grijpen we tijdelijk maar terug op de reactor. Dat is een logisch verhaal en er zit mogelijk niet veel anders op. Maar de kernenergiehype drijft de andere kant op: naar het bagatelliseren van de nadelen van kernenergie en het overdrijven van de mogelijkheden. En dat is even riskant als dom, want kernenergie is minder goedkoop, minder voorradig, minder milieuvriendelijk en gevaarlijker dan voorstanders ons willen doen geloven.
Wat de voorraad betreft: kernenergie komt uit uranium en daar is nog veel van. Maar met uranium gaat het net als met olie. Waar de olie bij wijze van spreken uit de grond spoot, werden de eerste bronnen gebouwd; daar waar de uraniumconcentraties het hoogst en het gemakkelijkst bereikbaar waren, werden de eerste grote mijnen aangelegd. Daarvan zijn er al een paar leeg en de uitputting van meer grote mijnen is in zicht. Elf landen zijn ook al door hun (kleine) voorraden heen. Het heeft geleid tot een variant op Peak Oil, de nu algemeen geaccepteerde theorie dat de olieproductie in de wereld een plafond zal bereiken en daarna zal dalen. De branchevereniging World Nuclear Association ziet Peak Uranium al binnen tien jaar naderen, al kan een groeiende vraag leiden tot hogere prijzen en de opening van nieuwe mijnen.
Overigens is die prijsstijging ook zonder Peak Uranium al een feit. Jarenlang kostte uranium minder dan tien dollar per pond, maar vanaf 2005 steeg de prijs, tot 138 dollar vorig jaar. Sindsdien is de prijs weer gehalveerd, maar volgens veel analisten tijdelijk. ‘De tijd van goedkoop uranium komt niet meer terug’, zei de splijtstofexpert van het bedrijf dat de centrale in Borsele bezit in NRC Handelsblad.
Het schaarser worden van uranium zal ook betekenen dat de wereld niet meer alleen kan leunen op export uit stabiele landen. Canada en Australië hebben de grootste voorraden, maar als die uitgeput raken, profiteren ongemakkelijke landen van de onvermijdelijke prijsstijging, zoals Niger, Kazachstan, Algerije en Oezbekistan.
Een tweede valse belofte van kernenergie is de prijs. Adepten stellen het opwekken van kernenergie soms voor als het bijna gratis een enorme hoeveelheid energie trekken uit een klein klompje metaal. Dat is nonsens. Kernenergie leunt op een hele industriële keten, met onder meer mijnen, transport, bewerking van erts, veel opwerking, veel beveiliging en opslag van verbruikte staven als kosten. Het Amerikaanse Electrical Power Research Institute stelt de kostprijs van kernenergie op 6,5 dollarcent per kilowattuur, tegenover vijf cent voor kolen. En die kostprijs gaat nog stijgen: vanwege de grote prijsstijging van materialen als beton, staal en koper worden de bouwkosten van een nieuwe generatie kerncentrales in de VS twee tot vier maal zo hoog geschat als aanvankelijk werd gedacht.
De hele industriële keten waar kernenergie op leunt, maakt haar ook minder milieuvriendelijk dan uitgesproken voorstanders vaak doen geloven. Wel is de uitstoot van schadelijke gassen veel lager dan bij de verbranding van fossiele brandstoffen, maar dat komt deels omdat nu nog puur uraniumerts voorhanden is. Als straks armer uraniumerts moet worden gebruikt, daalt de milieuwinst van kernenergie, stijgt de prijs en stijgt de hoeveelheid energie die nodig is om energie uit uranium te winnen – de marges worden dan klein.
Ten slotte is kernenergie meer dan een beetje gevaarlijk. Er zijn natuurlijk gevaren tijdens het splijtingsproces, door een ongeluk of een aanslag. Bovendien blijft in elke in kerncentrales gebruikte uraniumstaaf een beetje gemengd plutonium achter. Daaruit kan plutonium-239 gemaakt worden, waarvan slechts zes tot tien kilo voldoende is om een kernbom te maken. Wereldwijd wordt er nu al zeventig ton plutonium per jaar geproduceerd, terwijl tweeduizend ton ligt opgeslagen. In Franse kerncentrales alleen al wordt wekelijks genoeg plutonium aangemaakt voor tien atoomwapens, en de delen daarvan leggen samen zo’n duizend kilometer over de weg af in beveiligde konvooien. Al dat plutonium creëert een continu en groeiend veiligheidsrisico – en verhoudt zich slecht met de bewezen intenties van terroristen.
De vraag is ook waar al dat kernafval, inclusief het plutonium, naartoe moet. ‘We moeten het op een diepte van drie meter begraven, om het volledig onschadelijk te maken’, meende de Duitse Nobelprijswinnaar Werner Heisenberg nog in 1955. Destijds rekende men erop dat technologische vooruitgang het afvalprobleem snel kon doen verdwijnen. Maar we zijn nauwelijks een steek verder, met als gevolg dat er nog nergens ter wereld een werkelijke eindbestemming voor kernafval is gecreëerd. Er wordt wel op veel plaatsen gebouwd aan tijdelijke opslag. In Tsjernobyl bijvoorbeeld, waar met Europees geld een opslag is gebouwd voor tweeënhalf miljoen ton radioactief afval. Omdat de puinhoop van Tsjernobyl zelf minder dan tweehonderdduizend ton omvat, laat het zich raden wat er met de rest van de ruimte gaat gebeuren.
Zulke doodskisten – in Tsjernobyl, onder bergen, in mijnen – zullen volgende generaties tot in lengte van dagen moeten gaan beheren, als een soort doorgeschoven rente voor onze energieconsumptie van nu. De halfwaardetijd van sommige radioactieve stoffen in kernafval loopt in de tienduizenden jaren.
Een aantal aangekondigde verbeteringen beloven van kernenergie een minder lelijke tussenoplossing voor de klimaat- en energieproblemen te maken. De mooiste plannen komen samen in het Generation IV International Forum (officiële afkorting: GIF). In het initiatief, met uiteenlopende leden als Euratom, Zuid-Afrika, Brazilië, de VS, China en Rusland, wordt op internationaal niveau samengewerkt aan radicaal nieuwe kernreactortypen. Het ideaal is een reactor die in een ‘broedproces’ meer brandstof aanmaakt dan erin gestopt wordt, waar geen plutonium uitkomt en waarbij de kernreactie vanzelf doodloopt als de temperatuur te hoog wordt. De voorgestelde ontwerpen dragen namen als de ‘gesmolten-zoutreactor’, de ‘gesmolten-loodgekoelde snelle reactor’ en de ‘kiezelbedreactor’, waarvan een prototype gaat draaien in Zuid-Afrika. Andere beloften voor de toekomst zijn de ‘nucleaire batterij’, die na gebruik weer bij Toshiba kan worden ingeleverd, en mobiele en kleine centrales die snel een rampgebied als het overstroomde New Orleans ingevaren kunnen worden.
Het probleem is alleen dat zulke toekomstbeloften al eerder zijn gedaan en dat ze steeds weinig opleverden. In de jaren tachtig werden al kweekreactoren gebouwd, maar die bleken erg duur en werden voortdurend door fouten geplaagd. Zo werd in Kalkar, bij de Nederlands-Duitse grens, een reactor gebouwd die plutonium moest aanmaken. Er was al zeven miljard mark in het project gestoken, toen de ramp in Tsjernobyl zich voltrok en het publiek zich begon te roeren. Het complex is nu een pretpark.
Op lange termijn zal maar één vorm van innovatie helpen, en dat is niet innovatie in kernenergie. Jaarlijks valt er ruim meer zonne-energie op de wereld dan de kettingreactie van alle nucleaire brandstoffen op aarde samen aan energie kan leveren, en daar ligt de sleutel tot de oplossing van de klimaat- en energieproblemen. Het is een conclusie die tot voor kort door een kleine groep milieuactivisten werd uitgedragen, maar die nu ook door olie-experts, energieconsultants en grondstofeconomen is overgenomen. En het verhaal van kernenergie versterkt dat. Met klimaatverandering en de energiecrisis voor ons moeten alle middelen worden ingezet die kunnen helpen. Maar in het geval van kernenergie wel zo kort en beperkt als mogelijk is.