Menno Hurenkamp

Geregeerd door sergeanten

Eerst was er de ontkenning van de machtsgreep door de conservatieven. Toen de boosheid. Als vanzelf volgde nieuwsgierigheid. Al meer dan anderhalf jaar wacht het land nu op uitleg van minister-president Balkenende wat hij bedoelt met waarden en normen. En denk bijvoorbeeld eens aan «Irak», «integratie», «Europa»: de R van rotzooi zit in de dossiers. Wat zou de R van rechts daarover vertellen? Maar de inhoud van het beleid bleef beperkt tot rigoureuze bezuinigingen die een centrumlinks kabinet ook wel voor zijn rekening zou hebben genomen. De enige die zich onderscheidt is de secondant van de minister-president, minister van Justitie Donner die het wetboek als knoet tegen de burgers inzet, in plaats van als schild tussen overheid en burgers.

Balkenende moet zich de consequentie van deze schrale oogst realiseren: elke opvallende daad krijgt automatisch gewicht. Hij doet niet veel behalve bezuinigen, dus wat hij doet zal hij serieus menen. De aanval op de persvrijheid kun dus je interpreteren als een welgemeende autoritaire oprisping.

Jammer dat het een laffe poging was. Allicht dat de premier een wit voetje wilde halen bij het koningshuis nadat hij door Wouter Bos en de pers beschuldigd was van het beschadigen van de Oranjes. Eventjes de oranje geurvlaggen herplanten, moeten de mannenbroeders Donner en Balkenende gedacht hebben. Maar mopperen op een televisieserie die niemand kent? Een discussie met een schrijver of satiricus van naam, met een serieuze en dus gevaarlijke vijand, had Balkenende wél dichter bij de kern van zijn tot nog toe uit gebleven betoog over waarden en normen gebracht. Die kern lijkt tot nu toe niet meer te zijn dan de terugkeer van zijn moraal. Netjes gedrag heeft Balkenende ver gebracht, dus waarom zou het anderen niet ver brengen? Die platte gedachte dient leraren voor de klas noch politieagenten op straat, maar dat deert de premier blijkbaar niet.

Misschien dat hij het bij een slappe aanval hield uit electorale overwegingen. Pim Fortuyn bracht immers een grote kloof tussen gevestigde orde en de man op straat aan het daglicht. En wellicht hoopten Balkenende en Donner dat die man op straat onder andere niet gediend is van goddeloos gekanker op de majesteit. Dat de spot de burgers wordt opgedrongen door een kongsie van media en opiniemakers en dat die burgers blij zouden aanvaarden dat iemand het publiek weer fatsoen dicteert. Dat zou aandoenlijk zijn. De roddelbladen laten zien hoe cynisch de zwijgende meerderheid bij vlagen is.

Ofwel Balkenende wil niet meer vertellen over zijn moraal ofwel hij heeft er niet meer over te vertellen. Zolang deze regering niet eens probéért haar idee van eigen verantwoordelijkheid maatschappelijke inhoud te geven en zich liever richt op het disciplineren van onwelgevallige artiesten kun je maar één conclusie trekken. Balkenende en Donner zijn sergeanten. Ze profileren zich ten koste van ondergeschikten en gaan harder praten als ze niet begrepen worden. Ze tonen diepgang noch overtuigingskracht bij de uitwerking van hun program. Officieren onderscheiden zich door inzicht, soldaten door moed. Sergeanten door met een liniaal langs opgemaakte bedden te lopen.