Gerhard schröder

HIJ HEEFT DE stralende glimlach van John Kennedy, de blauwe ogen van Paul Newman en de aangenaam asymmetrische trekken van Harrison Ford. Hij grossiert in flitsende oneliners en weet elk gehoor om zijn vingers te winden. Hij houdt van snelle auto’s, dure wijnen en Cubaanse sigaren. Een jaar geleden trad hij voor de vierde maal in het huwelijk. Zijn kersverse echtgenote, een slanke blondine, is twintig jaar jonger dan hij.

Een verwende beau uit een hooggelegen vorstendom? De nieuwe James Bond? Nee, de minister-president van het weinig tot de verbeelding sprekende West-Duitse Bundesland Niedersachsen, deelstaat van schrale veengronden en inkrimpende industrieën. Gerhard Fritz Kurt Schröder heet hij, Gerd voor intimi. Hij meet slechts 1,72 meter, weegt niettemin 78 kilo, eet graag een Bratwurst en drinkt liever nog dan wijn een groot glas bier.
Als de enquêtes gelijk krijgen, gaat Duitsland op zondag 27 september massaal op deze uitzonderlijke doorsnee-Duitser stemmen. Eind augustus had 55 procent van de kiesgerechtigden een voorkeur voor de SPD-bondskanselierskandidaat. Dat was vijf procent minder dan in juni dit jaar, maar desondanks was zijn aanhang nog altijd twee keer zo groot als die van Kohl.
Daarmee lijkt Schröder het dan eindelijk te winnen van de man die sinds 1982 al vijf andere SPD'ers het nakijken gaf. Hans-Jochen Vogel was te oud, Johannes Rau te braaf, Oskar Lafontaine te radicaal en Rudolf Scharping te saai. Zoals Der Spiegel al in september 1995 voorspelde: ‘De SPD heeft charismatische Egozentriker nodig als ze de verkiezingen wil winnen.’ De partij zelf mag de wat al te gelikte verkiezingscampagne van Schröder dan met gekromde tenen volgen, 'het volk’ ziet in deze onorthodoxe sociaal-democraat de man die Duitsland over het dode punt heen kan helpen.
GERHARD SCHÖRDER kwam op 7 april 1944 ter wereld in een dorpje in Westfalen. Vlak na zijn geboorte sneuvelde zijn vader, kermisarbeider, als soldaat in Roemenië. Zijn moeder verdiende de kost als schoonmaakster. Gerd ging al jong werken, maar haalde in de avonduren zijn middelbare-schooldiploma. Zo kon hij op zijn tweeëntwintigste rechten gaan studeren.
Arbeiderskind Schröder had zijn studieboeken amper uitgepakt of de eerste studentenprotesten staken de kop op. Hij hield zich verre van de academische solidariteitsbetuigingen aan het adres van De Arbeider. Als zijn studieprogramma het toeliet, feestte hij liever dan dat hij bij fabriekspoorten postte. 'Graag had ik bij de 68'ers gehoord’, zei hij in 1996 in een interview met Stern, 'maar ik kon het emotioneel gewoon niet. Anders dan de anderen wist ik wat werken was.’
Wel was hij lid van de SPD, al sinds 1963. En al ging hij na zijn studie eerst als advocaat werken, zijn politieke ambities waren groot. De overlevering wil dat hij ooit ’s nachts, in dronkenschap, aan het hek rond de Bonner kanselarij rammelde en 'Ich will hier rein’ riep. Schröder heeft het verhaal nooit ontkend, glimlacht slechts als men hem ermee confronteert. Dat hij uitgesproken eerzuchtig is, spreekt hij evenmin tegen. Gevraagd naar de drijfveren achter zijn sociale klim zei hij in bovengenoemd interview: 'Je weet hoe het er beneden uitziet, en daarom vecht je ervoor om boven te blijven. Dat maakt soms bovenmatig hard en ongeduldig.’
In 1978 werd Schröder voorzitter van de Jonge Socialisten. Twee jaar later nam hij plaats in de Bundestag. In 1986 volgde zijn eerste poging om op een lager niveau de hoogste positie te bereiken; hij deed een gooi naar het premierschap in Niedersachsen. Deze eerste poging mislukte, hij belandde er als oppositieleider in de Landtag, maar oplettende toeschouwers was het al duidelijk dat der Gerd geen eendagsvlieg was. En zijn vrouw Hiltrud evenmin.
Hiltrud was sinds 1984 zijn derde echtgenote en ze bleek tijdens die eerste verkiezingscampagne een goede running mate. Lang voor Bill en Hillary Clinton zich als politiek duo aan de kiezers verkochten, poseerden Gerd en Hiltrud samen op verkiezingsaffiches. Hij in pak, zij in een gezellig vestje. Een vooraankondiging van de rolverdeling waarmee ze later hoge ogen zouden gooien.
Hun eerste poging de kanselarij in Hannover te veroveren, mislukte zoals gezegd. Vier jaar later, in 1990, scoorde het stel beter. Terwijl de CDU van Wiedervereinigungs-held Kohl elders triomfen vierde, kwam in Niedersachsen een rood-groene coalitie onder Schröders leiding tot stand. Weer vier jaar later slaagde hij er zelfs in de absolute meerderheid te veroveren. Een verbijsterende prestatie, die door velen mede op conto van 'Hillary’ werd geschreven. Samen hadden ze als droompaar voor fotografen geposeerd, samen waren ze in televisieshows verschenen. En terwijl Gerhard zich vanuit zijn sociaal-democratische verlangen om noodlijdende bedrijven open te houden tot een 'Genosse der Bosse’ (kameraad van de werkgevers) had ontwikkeld, had Hiltrud zich over het groene gebeuren ontfermd. Ze pleitte voor paddenoversteekplaatsen en tegen diertransporten en ze verschilde op milieugebied openlijk van mening met haar man.
IN MAART 1996 kwam er onverwacht een eind aan deze politieke privé-idylle. De roddelbladen stonden er vol van, maar het bleef onduidelijk wat er eerder was geweest - de verwijdering tussen Gerd en Hiltrud of de liefde tussen Gerd en de 32-jarige Doris Köpf. Een jaar later pas, toen de strijd om de boedelverdeling hoog opliep, verweet Hiltrud haar ex in interviews machtswellust en opportunisme. 'Ecologie is uit, dus doet hij er niet meer aan’, sputterde ze.
Groen was Schröders regeringsbeleid inderdaad niet meer te noemen. Zo mocht Mercedes aan de Eems een testbaan aanleggen, kreeg een Noors energiebedrijf toestemming voor een gaspijp door de Waddenzee en kon een Oostfriese scheepswerf ondanks protesten van natuurbeschermers uitbreiden in het veen. Gerd kraamde sinds kort ook alarmerende borreltafelpraat uit over buitenlanders, voegde de voormalige first lady daaraan toe. Geen woord over het feit dat hij in haar tijd ook al fragwürdige uitspraken had gedaan - 'Het probleem van de SPD is dat ze zich te veel om de terzijde geschovenen bekommert’, zei hij bijvoorbeeld eind 1995 tegen de media.
Uit interviews met zijn nieuwe liefde kwam tezelfdertijd een heel andere Gerd naar voren. Voor ze hem in november 1995 had leren kennen op de SPD-partijdag in Mannheim had ze Gerd een vervelende klier gevonden, zo liet Köpf eind 1997 aan Stern weten; maar toen ze hem die dag in haar hoedanigheid van journaliste kritisch interviewde over de felheid waarmee hij zich altijd afzette tegen Scharping - een zwakke partijvoorzitter, maar wel een man met het hart op de juiste plaats -, had hij zo zijn best gedaan te bewijzen dat hij best aardig was dat ze binnen de kortste keren zijn geliefde was. Gerhard was weliswaar een pragmaticus, zei ze, maar hij was eerlijk, en vol meegevoel voor de minderbedeelden.
Even voorspelden de media dat Gerd het zonder Hiltrud wel kon vergeten, maar op 1 maart 1998 behaalde hij in de Landtag-verkiezingen van Niedersachsen de grootste naoorlogse SPD-winst. Een overwinning die direct doorwerkte op nationaal niveau. De strijd om het bondskanselierschap was inmiddels namelijk ook losgebarsten, en binnen de SPD hadden zowel Gerhard Schröder als Oskar Lafontaine - die op het Mannheimer partijcongres de arme Scharping van de voorzittershamer had beroofd - belangstelling voor het kanselierschap. De twee rivalen waren informeel overeengekomen dat degene die voorjaar 1998 het hoogst scoorde in de opiniepeilingen, het tegen Kohl mocht opnemen. Daar kon na die eerste maart geen twijfel meer over bestaan en Lafontaine bombardeerde Schröder dezelfde dag nog tot Kanzlerkandidat. 'Amerikaanse toestanden’, sneerden de andere partijen, 'De SPD heeft van deze verkiezingen een soort primary gemaakt.’
WORDT SCHRÖDER de eerste kanselier van de Berliner Republik? Waarschijnlijk wel. Kohl is weliswaar bezig met een inhaalrace, maar Schröder lijkt hem in campagnevernuft te overtreffen. De Clintons komen natuurlijk niet meer in aanmerking als voorbeeld, maar in Tony Blair vond hij een goede vervanger. Zo kopieerde hij eind augustus haast letterlijk Blairs 'honderddagenplan’, een lijst voornemens voor de eerste regeringsmaanden. Ook het kaartje-op-pinpasformaat dat de SPD sinds kort verspreidt, is van Labour afgekeken. 'Bewaar dit kaartje en u zult zien dat wij onze beloften houden’, staat erop, en dan volgen de belangrijkste verkiezingspunten. Geen daarvan kan kiezers tegen de borst stuiten. Geen daarvan is ook groen. Hiltrud zal niet op hem stemmen. Maar wat geeft dat, als zo veel anderen hem wel op zijn mooie blauwe ogen geloven.