Germaine Groenier

Germaine Adrienne Groenier 2 maart 1943

Germaine Groenier kwam uit een geslacht van sterke vrouwen. In haar autobiografische boek Een stuk van mijn hart (1997) memoreert ze hoe haar oudtante Terca, een Franse operazangeres die tegen haar zin was uitgehuwelijkt aan een oude rijkaard, zich van haar kwelduivel ontdeed: ‘Hij overleed in het theater aan een hersenbloeding tijdens de sterfscène in Aida die zijn vrouw op dat moment gloedvol ten gehore bracht. Volgens mijn grootmoeder had Terca haar verteld het die keer extra lang gerekt te hebben omdat ze door haar halfgeloken ogen had waargenomen dat haar echtgenoot op één van de eerste rijen vreemd onderuitzakte en ze zeker wist dat niemand deze scène durfde te onderbreken om zoiets banaals als een dokter halen.’ Over de vrouwen uit haar familie verzuchtte de schrijfster: ‘Het waren sterke vrouwen, niet allemaal even aardig en “normaal”, maar het waren persoonlijkheden.’

Groenier was een kind van de oorlog, maar groeide uit tot een stem van de vrijheid. In de jaren zeventig maakte ze furore met het VPRO-radioprogramma De Sekstelefoon, waarin ze op een voor die tijd schokkend ongedwongen wijze vragen van veelal jonge luisteraars beantwoordde. Groenier was Dolle Mina, een voorvechtster van de Baas in eigen Buik-beweging, een uitgesproken vertegenwoordigster van de Sturm und Drang-generatie die de VPRO in de jaren zeventig maakte tot de interessantste broedplaats van mediatalent in de geschiedenis van de Nederlandse radio en tv. Eigenlijk wilde ze, in het voetspoor van haar ouders, actrice worden. Maar de Toneelschool wilde haar niet hebben. Het mocht niet verhinderen dat ze talrijke film- en televisiescripts schreef, maar voor het grote publiek bleef ze de vrouw die met doorrookte stem de seksuele taboes van eeuwen calvinistische tucht uit de Nederlandse ziel wegmasseerde.

Haar rebelse houding was een verlate wraakneming op haar traumatische ervaringen met haar stiefvader Victor van Vriesland – literator en Groene-medewerker – met wie haar moeder na haar scheiding ging samenwonen aan de Amsterdamse Weesperzijde. Van Vriesland, blijkt uit Groeniers boek, was een huisdictator zoals je ze tegenwoordig hopelijk niet veel meer aantreft. Hij verafgoodde zijn eigen literaire genie zozeer dat hij alleen wenste te worden aangesproken als ‘Grote Geest’. Vanwege zijn nachtelijke kroegbezoek stond hij pas om 16.00 uur des middags op, zodat er voor die tijd absoluut geen geluid mocht worden gemaakt in het huis. Ook verbood hij Germaine en haar broer Binne te spelen met het ordinaire klootjesvolk.

De voertaal binnenshuis was verplicht Frans. Van Van Vriesland kreeg Groenier een passie voor de literatuur, maar verder lijkt hij haar jeugd vooral te hebben gesaboteerd. Haar broer Binne maakte een einde aan zijn leven. Germaine bleef op de been, maar was wel een emotioneel gekwetst mens die haar pijn van zich af moest schrijven en zich verplicht voelde zwakkere vrouwen bij te staan in de bevrijding van hun tirannen. ‘Nul ne se guérit de son enfance’ – aldus het voorwoord van haar boek.
1 oktober 2007