Kunst: Maarten van Heemskerck

Geroosterde heilige

Uitsnede van het altaarstuk in de Sint-Laurenskerk in Alkmaar, door Maarten van Heemskerck © Grote Kerk Alkmaar

De Sint-Laurenskerk in Alkmaar viert dit jaar zijn vijfhonderdjarig bestaan. De bouw begon eerder, rond 1470, maar kennelijk werd de kerk rond 1518 als voltooid beschouwd en daarna door de burgerij uitgedost zoals dat bij een welvarend stadje in Holland in die jaren paste: door lokale kunstenaars met nationale en internationale ambitie. Het absolute spektakelstuk van de kerk werd het enorme driedelige schilderij voor het hoofdaltaar door Maarten van Heemskerck, vervaardigd tussen 1538 en 1543. Het is het grootste altaarstuk van het land en buitengewoon imposant: geopend meet het zes bij acht meter. Na de Reformatie werd het verkocht en kwam het terecht in Zweden, in de Lutherse domkerk van Linköping; voor het jubileum heeft men de twee zijluiken uitgeleend. Het middendeel is als foto te zien.

Dat Van Heemskerck de opdracht kreeg was niet onlogisch. Hij kwam uit de buurt, woonde in Haarlem, had les gehad van Jan van Scorel, die (de naam zegt het al) ook dicht bij Alkmaar was opgegroeid, en hij had een reis naar Rome gemaakt, waardoor hij zich kon laten gelden als neusje-van-de-zalm kunstenaar. Alkmaar was misschien niet de meest vooraanstaande stad van het land, maar de lokale elite had sterke nationale en internationale connecties; Van Heemskerck had in Alkmaar verschillende leden van die elite geportretteerd – de koppen van Andries van Oudshoorn en Wilhelmina Paling zijn in het Stedelijk Museum Alkmaar te zien. Het is duidelijk dat de Alkmaarders met Van Heemskerck de concurrentie met de grote kerken van Amsterdam en Utrecht wilden aangaan.

Wat die geschiedenis niet verklaart is hoe dit altaarstuk en deze manier van schilderen pasten in de geloofsbeleving van die brave Alkmaarders. Van Heemskerck geldt als de eerste Nederlandse maniërist, en als u niet weet wat dat is, kijk dan hier: zijn altaarstuk is een kronkelende en kolkende massa van menselijke lichamen in de meest onnatuurlijke en geforceerde houdingen, uitgevoerd in sprankelend harde, contrasterende kleuren. Zijn koppen zijn bijna ruitvormig, de gezichten hebben lange elfenneuzen, grote ogen, spitse kinnen, en Van Heemskerck heeft een opmerkelijke voorkeur voor rottige gebitten en grote neusgaten. Nu leende de voorstelling zich wel voor drama. Het hoofdpaneel bevat de kruisiging en scènes uit de lijdensgeschiedenis; de twee zijluiken tonen episoden uit het leven van de heilige Laurentius die, zo wil de legende, de kerkschatten van paus Sixtus II verkocht ten behoeve van de armen en daarna door keizer Decius werd doodgemarteld op een ijzeren rooster. Dezelfde legende vermeldt dat Laurentius zich ‘met een opgewekt gezicht’ tot Decius richtte en zei: ‘Kijk, ellendeling, de ene kant heb je gaar gebraden, braad nu maar de andere kant, en tast toe.’

In het werk is dat Monty-Python-achtige aspect niet goed terug te zien. Het is pijn, angst en nog eens pijn, een ware nachtmerrie, maar wellicht ligt daar juist zijn belang, voor de gelovigen: Laurentius is door zijn marteldood de aangewezen voorspraak voor de zielen in het vagevuur. Hij weet wat branden is.


Thuiskomst van een meesterwerk. Stedelijk Museum Alkmaar, t/m 26 augustus. De luiken zijn tot 7 oktober in de kerk te zien. stedelijkmuseumalkmaar.nl