Gerrit & gerry

Twee keer vreselijk gelachen, afgelopen week. Toen ik mijn onderbuurjongen voor de deur met zijn profielzolen in een verse hondedrol zag stappen, en de tweede keer toen ik Gerry van der Lists aanval op Gerrit Komrij in de Volkskrant las. Gerrit had in zijn laatste bundel, Lood en hagel, Gerry te pakken genomen, en nu vond Gerry, die het toch al niet erg op flikkers heeft, het mooi geweest. No more mr. Nice Guy. Gerry sloeg terug.

Het was een spektakel. Een gevecht tussen twee gladiatoren van de pen, een botsing tussen twee kometen in het heelal van de geest. In de ene hoek Gerrit, bekend van zijn zeventien bundels kritieken en beschouwingen, een slordige vijftien dichtbundels, een toneelstuk, een novelle, twee autobiografieën en twee romans. En aan de andere kant van de ring: Gerry, de bekende schrijver van eh… stukjes voor de Volkskrant en HP/De Tijd.
Gerry begon met het uitdelen van de mokerslag: ‘Omdat, na het jammerlijk mislukte Dubbelster, de carrière van Komrij als romancier in de knop gebroken lijkt, heeft de Arbeiderspers maar haar toevlucht genomen tot een bekende noodgreep bij artiesten op hun retour: het uitbrengen van verzamelingen greatest hits.’ Hier barstte ik de eerste keer in schateren uit: om iemand die nog nooit een 'hit’ had gehad, van welke soort dan ook (tenzij je het succesvol schofferen van de Amsterdamse nichtenbevolking als een hit beschouwt), te horen jammeren over de greatest hits van een ander - wat een heerlijke, ouderwetse, naakte afgunst. Ik had mijn zakdoek nog niet weggeborgen of Gerry ging opnieuw in de aanval. 'Ook wat kinderlijk - en wellicht voortvloeiend uit persoonlijke frustraties - is de fascinatie met het uiterlijk.’ Ik denk, ik weet zelfs bijna zeker dat ik Gerry’s bedoeling hier kan raden: Komrij heeft een rotkop, en daarom is hij boos op iedereen die niet zo lelijk is als hij. Goed geraden, Gerry?
Wat alleen niet duidelijk wordt is waarom Gerrit, gefrustreerd als hij kennelijk is over zijn eigen hoofd, dan niets zegt over de kop van Gerry. Het is niet dat daar niets op aan te merken valt. De Volkskrant drukt van haar columnisten altijd een getekend portret af, en dat portret van Gerry, lieve mensen, u moet het voor de grap eens een minuutje rustig bekijken voor u doorbladert naar de sportpagina. Ik weet niet of u zich van de middelbare school nog de miezerige aardrijkskundeleraar met het laagveenhoofd kunt herinneren, maar hij schrijft nu voor de Volkskrant. Hetzelfde krappe mondje. Dezelfde Hans Anders-bril. En ook, de Volkskranttekenaar heeft niets overgeslagen, het nylon streepjesoverhemd waar altijd een zure geur uit opsteeg als hij zich over je heenboog om aan te wijzen waar de diepste lösslagen zich bevonden. De meisjes hielden achter zijn rug altijd hun neuzen dicht. (Denk overigens niet, Gerry, dat ik dit zeg vanuit mijn persoonlijke frustratie met mijn uiterlijk. Ik zie er namelijk, anders dan Gerrit, wél heel goed uit, dus ik heb recht van spreken.)
Tenslotte kwam Gerry met de dodelijke afmaker: Komrij scheldt alleen maar, hij voert geen boeiende polemieken. En een polemiek is dan, hou me vast, een 'prikkelende botsing van uiteenlopende visies op een belangrijk vraagstuk’.
Foei, is me dat lachen. Een prikkelende botsing, wie verzint zoiets. Kunnen die twee niet het theater in? Gerrit in leeuwevel met een bullepees en Gerry aangelijnd in een zwartleren tuigje? Ik leg er zo een knaak voor neer.