Geruststellend zwart

Hij is onder de blanken populairder dan onder de Afrikaans-Amerikanen. Geen wonder, want het succesverhaal van Colin Powell kan het geweten van de door zwarte ellende belaste blanke Amerikaan weer aangenaam in slaap sussen.
NEW YORK - Een bekende zwarte commentator, Carl Rowen, zei onlangs in een discussieprogramma dat hij de dag waarop de zwarte generaal Colin Powell door de Republikeinse Partij wordt genomineerd als kandidaat van deze partij voor het presidentschap van de Verenigde Staten, het Empire State Building zou beklimmen.

Deze uitspraak van de bejaarde Rowen geeft in een nut shell het scepticisme en de argwaan weer waarmee veel zwarten de plotselinge, bijna manische ingenomenheid van blank Amerika met de zwarte Colin Powell benaderen. Verscheidene recente opiniepeilingen hebben uitgewezen dat blank Amerika erg ingenomen is met generaal Colin Powell. Volgens een steekproef van de Amerikaanse weekly U.S. News & World Report, uitgevoerd door Celinda Lake en Ed Goeas, twee opinieonderzoekers van respectievelijk de Democratische Partij en de Republikeinse Partij, zou als de presidentsverkiezingen vandaag plaatsvonden, Colin Powell slechts zeven procent minder stemmen krijgen dan president Clinton, terwijl hij met de front-runner van de Republikeinse Partij, senator Bob Dole, vrijwel gelijk zou eindigen. Powell zou volgens de resultaten van deze steekproef in de staat Californie glansrijk winnen en in Texas samen met Bob Dole van de Grand Old Party finishen.
De populariteit van Powell onder de blanken schijnt zelfs groter te zijn dan onder de Afrikaans-Amerikanen. Uit een in de tweede helft van juli genomen steekproef van US News & World Report onder potentiele kiezers bleek dat Powell onder blanken de uitermate gunstige score van 73 procent haalde als kandidaat voor het presidentschap, terwijl hij onder zwarte Amerikanen 57 procent noteerde.
Waar komt toch die fascinatie van blank Amerika voor de zwarte generaal vandaan? Als militair heeft Powell onmiskenbaar een indrukwekkende staat van dienst. Hij vocht in Vietnam, waar hij zich als infanteriesoldaat onderscheidde toen hij, hoewel gewond, een brandende helikopter binnenging om de commandant van zijn legeronderdeel te redden. Daarna maakte Powell een bliksemcarriere die hem later de maarschalkstaf bracht. Hij werd generaal, fungeerde als Reagans Nationale Veiligheidsadviseur en bereikte onder president Bush het absolute hoogtepunt van zijn militaire carriere toen hij benoemd werd tot voorzitter van de Gezamenlijke Chefs van Staven van de Amerikaanse strijdkrachten. In deze functie leverde Powell zijn laatste wapenfeit als opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten tijdens de Golfoorlog. Deze oorlog eindigde voor de door Amerika geleide coalitie in een klinkende overwinning en Powell werd bejubeld als een oorlogsheld.
Twee jaar later ging Powell met pensioen. Hij verdween evenwel niet helemaal uit de openbaarheid. Vorig jaar fungeerde hij, tezamen met oud-president Jimmy Carter, als boodschapper van president Clinton in de pendeldiplomatie die tussen Washington en Port-au-Prince op gang kwam. Daarin kregen de Haitiaanse militaire leiders te verstaan dat het Washington menens was met de Amerikaanse invasie van de Caribische eilandstaat en dat generaal Cedras en zijn criminele trawanten beter het hazepad konden kiezen.
Toen hij het Pentagon in 1993 vaarwel zei, stelde Powell de publikatie van zijn memoires in het vooruitzicht. Vorige maand lanceerde hij deze in boekvorm onder de titel My American Journey. De generaal was op bepaalde verkooppunten in hoogsteigen persoon aanwezig om het boek te signeren. Politieke waarnemers in Washington interpreteerden dit als een bewust geplande testcase van de generaal om zijn politieke gewicht als mogelijke presidentskandidaat onder het Amerikaanse publiek te taxeren. Powell laat zelf echter niets los omtrent zijn presidentiele aspiraties. Een beslissing hierover zal hij naar eigen zeggen nemen in november, na zijn boekpromotietour die hem naar 46 Amerikaanse steden zal voeren.
AMERIKANEN HEBBEN altijd al een sterke bewondering gehad voor oorlogshelden. George Washington, de eerste president van de Amerikaanse republiek, was een war hero uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog tegen Engeland. Een andere oorlogsheld die de reign of power in het Witte Huis besteeg, was Zachary Taylor, die door zijn plotseling dood maar kort (1849-1850) regeerde. Ulysses Grant, president van 1869 tot 1877, was een held uit de Amerikaanse burgeroorlog. Na de Tweede Wereldoorlog stuurden de Amerikanen via de stembus generaal Dwight D. Eisenhower voor twee presidentiele termijnen naar het Witte Huis; van 1952 tot 1956 en van 1956 tot 1960.
Maar de blanke fascinatie met Colin Powell lijkt meer dimensies te hebben dan alleen hysterie rondom de oorlogsheld. Powell is de modelneger die beantwoordt aan het blanke verwachtingspatroon en die, zoals hij dat zelf in zijn boek beschrijft, op cruciale momenten ‘in blank gezelschap zeer goed van pas kwam’. Het belaste christelijke geweten der blanken wordt door succeszwarten als hij ontlast, terwijl tegelijkertijd de schuld van het falen van de miljoenen zwarten die over de racistische obstakels in de samenleving struikelen, van de feitelijk verantwoordelijken naar de slachtoffers wordt afgeschoven.
Dit maakt duidelijk waarom er niet meer Colin Powells in Amerika rondlopen. Er is ruimte voor slechts een zwart paradepaard per keer. Welke zwarte dat wordt, is afhankelijk van het zelfbeeld dat blank Amerika op een gegeven moment wil hebben en de morele en psychologische schuldenlast waaronder het gebukt gaat. Dit laatste is belangrijk, omdat het de achtergrond belicht van de preoccupatie van mainstream blank Amerika met een zwarte man, in een land waarin zwarten dagelijks gecriminaliseerd worden door de media en dezelfde Amerikaanse maatschappelijke groepen die nu halleluja roepen rondom Colin Powell.
COLIN POWELL HEEFT al vroeg begrepen dat hij binnen dat blanke referentiekader moest opereren om zijn American journey op welgesmeerde wielen te laten verlopen. Dat betekent dat hij grote afstand moest nemen van zijn zwarte achtergrond en bepaalde zwarte leiders die meer uitgesproken waren over het zwarte issue, moest vermijden.
Geboren uit Jamaicaanse ouders die al voor de Tweede Wereldoorlog naar Amerika emigreerden, heeft Colin Powell reeds in zijn kinderjaren geleerd om zich te conformeren aan het blanke racistische dictaat in de Verenigde Staten, waar de rassensegregatie toen nog hoogtij vierde. De Franse historicus Alexis de Tocqueville, die in de vorige eeuw een rondreis door Amerika maakte, beschreef op aangrijpende wijze hoe de zwarten zich in allerlei vernederende bochten wrongen om de waarden van hun blanke onderdrukkers te imiteren in de hoop geaccepteerd te worden door mensen die hen minachtten. 'De zwarte Amerikaan’, schrijft De Tocqueville, 'heeft duizend vruchteloze pogingen ondernomen om in de gunst te komen bij mensen die hem in feite niet lustten en bij gevolg erg minderwaardig bejegenden. Hij nam kritiekloos de waarden van zijn onderdrukkers over en kopieerde domweg hun opvattingen in de hoop deel te worden van de blanke gemeenschap.’
De observatie van De Tocqueville schiet in dit verband in de roos. Colin Powell was er veel aan gelegen om de blanken na te bootsen, aangezien dit deuren voor hem opende die anders zwaar gebarricadeerd zouden blijven. Maar de vraag is tegen welke prijs. Powell maakt er geen geheim van dat hij, net als de meeste blanke Amerikanen, voor de doodstraf is, ook al weet hij dat in het racistische Amerika zwarten een veel grotere kans maken dan blanken om voor hetzelfde vergrijp de doodstraf te krijgen. Een zwarte die een blanke doodt, heeft een vier keer zo grote kans op de doodstraf als een blanke die een zwarte doodt. En terwijl de zwarten slechts twaalf procent van de bevolking uitmaken, is veertig procent van de death row inmates Afrikaans-Amerikaans. De blanken, die 84 procent van de totale bevolking vertegenwoordigen, bezetten 48 procent van de dodencellen. In 1990 was een op de vier zwarte jongeren tussen 19 en 30 jaar gedetineerd, terwijl dit in 1995 opliep naar een op de drie, een stijging van meer dan dertig procent. Dit is voornamelijk te wijten aan de door de racistische politiek gecultiveerde zwarte onderklasse in de Amerikaanse steden. Daar is de werkloosheid buiten alle proportie, de armoede schrijnend is en de misdaad welig tiert.
De werkloosheid onder zwarten is drie tot vier maal groter dan onder blanken, zwarten zijn drie tot vier maal vaker slachtoffers van gewelddelicten dan blanken en zwarten lopen drie tot vier keer meer kans om zonder duidelijke redenen door de verkeerspolitie te worden aangehouden en afgetuigd. Ook is het gebruikelijk dat zwarten die voor het bezit van crack of cocaine door de politie zijn opgepakt, drie tot vier maal zwaarder worden gestraft dan blanken die dezelfde overtreding begaan. Veelal worden zwarte jongeren voor geringe overtredingen, die voor blanken doorgaans met een sisser aflopen, opgesloten.
BOZE TONGEN BEWEREN dat de autoriteiten van blank Amerika er met dit beleid op uit zijn om zo de ruggegraat van de toekomstige zwarte gezinnen te vernietigen. Dit zou koren op de molen zijn van Newt Gingrich, de voorzitter van het Amerikaanse Congres, die voorgesteld heeft om zwarte kinderen uit uiteengevallen gezinnen in door blanken geleide weeshuizen onder te brengen. Hierdoor kunnen mensen als Murray en Hernstein, die in hun bestseller The Bell Curve beweren dat zwarten minder intelligent zijn dan blanken, het gelijk aan hun kant krijgen.
Dit zou ook de case van de neo-conservatieve meerderheid in beide huizen van het Amerikaanse Congres ten goede komen - met gebruikmaking van dezelfde argumenten wordt zwaar het mes gezet in overheidsprogramma’s die beogen de door discriminatie achtergestelde Amerikanen te helpen om uit de vicieuze cirkel van armoede en achterstelling te komen.
TIJDENS HET PROCES tegen O. J. Simpson kwam via een kroongetuige voor de openbare aanklager, de inmiddels beruchte Mark Fuhrman, aan het licht dat de blanke politie van Los Angeles het tot bloedens toe mishandelen en doodmartelen van zwarten tot systeem heeft verheven. Wie nog twijfelt aan de aard en omvang van het grimmige raciale schisma tussen blank en zwart in Amerika, moet maar eens kijken naar de woedende en afkeurende reactie van blank Amerika op de vrijspraak van O. J. Simpson door een in meerderheid uit zwarten bestaande jury.
De jubelstemming die na het bekend worden van de uitspraak aan de andere zijde van de raciale slagboom losbrak, was symptomatisch voor de wanverhouding en het wantrouwen die de betrekkingen tussen de twee groepen karakteriseren. Het ging daarbij niet zozeer om de vrijspraak van de persoon van O. J. Simpson (de meerderheid der zwarten ziet hem als een verachtelijke sell out en Uncle Tom), maar om dieperliggende grieven van de zwarte gemeenschap tegen een door blanken gedomineerd Amerika, waarin zwarten om hun huidskleur dagelijks het slachtoffer zijn van wreedheden van de blanke politie en vernederingen door blanken, zonder dat iemand daar iets tegen doet.
Sterker nog, veel zwarte Amerikanen geloven dat de blanke meerderheid, hoewel ze dit allemaal heel goed weet, bewust doet alsof er niets aan de hand is. Ze worden in deze opvatting gesterkt door de nieuwe tendens onder zowel de conservatieven als de liberalen van blank Amerika om het bestaan van racisme in de Verenigde Staten te ontkennen.
Dit nieuwe perspectief werd al manifest in het begin van de jaren tachtig, toen Reagan in het Witte Huis arriveerde en deze tezamen met zijn minister van Justitie, Edwin Meese, het bestaan van racisme niet alleen ontkende, maar ook een ware kruistocht ontketende tegen bestaande beleidsmaatregelen die het oogmerk hadden om de zwarte slachtoffers van discriminatie in staat te stellen de opgelopen achterstand in te halen. Reagan en Meese torpedeerden alle studiebeurzenprogramma’s voor zwarte studenten omdat zij die als 'omgekeerde discriminatie tegen de blanken’ beschouwden. Talrijke veelbelovende studenten waren gedwongen hun studie op te geven. Het gevolg hiervan was dat zij uit frustratie terechtkwamen in de beruchte drugscirkels, met als uiterste consequentie dat zij afgleden naar de zelfkant van de maatschappij.
VOOR MENSEN DIE tegen beter weten in willen geloven dat alles in Amerika perfect is en dat wie zich in de onderklasse bevindt zich daar door eigen schuld of keuze ophoudt, is Colin Powell natuurlijk een aantrekkelijke zwarte showcase. Hij kan worden ingezet om te bewijzen dat er van racisme in Amerika geen sprake is en om blank Amerika te zuiveren van historische smetten. De zwarte generaal bevestigt het droombeeld dat de Amerikanen van hun land en maatschappij hebben. Het beeld van het happy end is een centrale component in het denken van blank Amerika, net als de American dream, een droom die nog altijd wordt gekoesterd. Geen wonder; die droom is blank Amerika meer welgezind geweest dan zwart Amerika. Voor de blanke die Europa verliet om zijn geluk in de nieuwe wereld te beproeven, bleek de droom elementen van werkelijkheid te bezitten. Hij kwam immers op vertrouwd gebied waar zijn soortgenoten al met kanonnen en geweren de grondslag hadden gelegd voor zijn hegemonie. Van zijn voorgangers leerde hij gauw genoeg dat de Indianen en de zwarten die hij er aantrof, zijn minderen waren. Zelf ging hij er ook snel toe over om hen als zodanig te bejegenen, mede omdat de welstand van blank Amerika voor een niet onbelangrijk deel een optelsom is van wat the powers that be de niet- blanke groepen bewust en met geweld onthielden.
Dit doet mij denken aan de woorden van een jonge immigrant uit Litouwen. Hij was zijn land ontvlucht om te ontkomen aan de onderdrukking door de Sovjetunie. In een discussieprogramma over de rassenverhoudingen op de Amerikaanse televisie zei hij tegen zwarte deelnemers die zich beklaagden over de blanke bejegening het volgende: 'Amerika is voor mij een uitstekend land, maar als wat je ziet jou niet zint, ga dan ergens anders heen.’
Het grootste deel der zwarten is in de stedelijke getto’s blijven steken waar the living zelfs in summertime verre van easy is. Blank Amerika, dat zich sinds jaar en dag in de welvarende suburbs verschanst, vergeet liever het bestaan van deze weerzinwekkende woongebieden, aangezien die het blanke schuldcomplex levend houden. Colin Powell, die bij toeval aan de armoede en de onderklasse is ontsnapt, is daarom de geruststellende zwarte die blank Amerika de lang verwachte ontsnapping uit de werkelijkheid kan bieden. In een tijd waarin jonge zwarten steeds onverzoenlijker tegenover de blanken komen te staan omdat zij zichzelf beschouwen als de eeuwige slachtoffers van een systeem dat op hun vernietiging uit is, komt Colin Powell voor de blanken goed uit als tegenzet. Met Powell blijft de zelfgenoegzame droom tenminste intact. En de fictie van vrijheid en recht voor allen wordt door Powell herbevestigd, ook al is het nooit meer dan fictie geweest.