Martin Amis, Yellow Dog

Geschiedenis van een vernedering

De nieuwe roman van Martin Amis, ‹Yellow Dog›, gaat over de leegte in de wereld, een moreel vacuüm dat ervoor zorgt dat de mens zich verlaagt en verloedert. Deze provocerende roman is een geschiedenis vol vernederingen en emotionele noodlandingen.

De nieuwe roman van Martin Amis, Yellow Dog, lag nog niet in torenhoge stapels in de Britse boekhandels toen er al een literaire rel over losbrak. Collega-schrijver Tibor Fischer, die via zijn aanval op Amis de aandacht op zijn eigen nieuwe boek wilde vestigen, noemde Yellow Dog half augustus in een Daily Telegraph-column «verschrikkelijk». Hij vergeleek zijn leeservaring met «je lievelingsoom die al masturberend op een schoolplein wordt betrapt». Dat is weinig vleiend en onder de gordel.

Fischers bewering, naderhand in een Observer-interview, dat hij Amis niet persoonlijk had willen attaqueren, klonk weinig overtuigend. Door eigenbelang verblind raakte Fischer — die zo uit Amis’ The Information, een roman over een mislukte en een gevierde schrijver, lijkt te zijn gestapt — de weg kwijt in het mijnenveld tussen literatuur en moraal.

Amis hoeft zich niet te verdedigen tegen Fischers doorzichtige wedijver en naijver. In The Information verwerkte hij al alle rot streken die schrijvers elkaar kunnen aandoen. Afgunst, marktterreur, populisme, opportunisme en grenzeloze wraakgevoelens — al die menselijke eigenschappen heeft hij er met veel zelfspot in verwerkt.

Tibor Fischer werd afgestraft toen eind augustus bleek dat zijn roman niet en Yellow Dog wél was genomineerd voor de Booker Prize-longlist. Amis’ wraak, een centraal thema in zijn werk, was zoet. En hij hoefde er niets voor te doen, althans, hij schreef Yellow Dog. Dat was afdoende.

Zeker, Yellow Dog is een provocerende roman en niet het eerste Amis-boek dat de lezer uitdaagt. Het is een geschiedenis vol vernederingen en emotionele noodlandingen, een romanlange oefening in bescheidenheid en trouw van mensen met een beperkt uitzicht en inzicht. «Een gele wereld van geloof en angst, en verachtelijke vindingrijkheid. En wij allemaal die blindgangers zijn.» Alle Amis-personages zijn met iets behept wat de mislukte en jaloerse schrijversfiguur Richard Tull in The Information raak omschrijft: niemand is helemaal zichzelf meer. Ze zijn even weggegaan en «daarna niet helemaal goed (…) teruggekomen, half herboren of herschapen door middel van een godslasterlijk, onhandig en vooral goedkoop procédé. In een circus, in een spiegelpaleis. Flodderige fopmensen. Niet helemaal zichzelf. Richard zelf nadrukkelijk inbegrepen.»

Zo is Amis’ literaire prototype, die er zeer goed van doordrongen is dat hij een steeds marginalere rol vervult op aarde, de planeet die is te verwaarlozen als onzichtbaar stipje in de eindeloze zee die kosmos heet. Kleine wereld, groot heelal. Het universum is een klasse apart. «Maar wat zijn wij?» De heroïsch falende auteur Richard Tull wil nog één boek schrijven, een geschiedenis van de groeiende vernedering. Dat moet een relaas worden waarin de achteruitgang in status en deugdzaamheid van literaire hoofdpersonen wordt verklaard. Eerst goden, toen halfgoden, daarna heldhaftige krijgers, machtige minnaars, grootburgers, kleinburgers, handelslieden, dominees, dokters en advocaten. Vervolgens sociaal-realisme, gevolgd door ironie. «Toen maniakken en moordenaars, landlopers, janhagel, gespuis, uitschot, tuig.»

Ziehier het wraakzuchtige miniheelal van Martin Amis. Geen voetstuk voor de mens. Amis’ romans vormen een permanent demasqué. Misschien heeft het heelal wel schoon genoeg van ons en worden wij vroeg of laat dodelijk getroffen door een reusachtige asteroïde. Of die steenklomp — in Yellow Dog «spier van God» genoemd — raakt ons toe vallig net niet en schiet rakelings langs Moeder Aarde op weg naar Jupiter, een hemelsbreed wit spoor van spermatozoïden achter latend. «De komeet is het klaarkomen van het heelal.» Die apocalyptische dreiging van een NEO, een Near Earth Object, beheerst Yellow Dog, dat zich ná 11/9 afspeelt in het Groot-Brittannië van koning Henry IX, met comateuze echtgenote en wellustige dochter Victoria. Pas op, «the sky is falling»! Wie Amis leest, kan daar niet schouderophalend aan voorbijgaan.

Is de asteroïde een ongeleid projectiel, dat wil zeggen blinde natuurkracht, of een vertoon van Gods spierkracht? Met andere woorden: een samenloop van omstandigheden of een vingerwijzing die ons in een flits de zin van het bestaan onthult? Wat moeten we aan met «het ding dat wereld heet»? Wat Amis’ romanfiguren om zich heen zien, zijn louter «alien moral systems». Amis is een meester in het op z’n kop zetten van morele waarden systemen. In Yellow Dog laat hij dat gebeuren met de ogenschijnlijke modelvader Xan Meo, nooit te beroerd voor een handwasje, de boodschappen of een feminien gesprek over rolpatronen en emoties. Een en al zachte geest, meegaande man en nooit een bijtend beest. Maar nadat Xan in de Londense pub Hollywood in elkaar is geslagen door een paar criminelen verandert hij van gedaante en wordt hij een ongeremd seksueel projectiel dat terreur uitoefent op zijn vrouw en zelfs niet van zijn eigen kinderen kan afblijven. Het dierlijke beheerst hem. Posttraumatische satyriasis? Of had het altijd al in hem gezeten?

Amis schrijft in Yellow Dog bewust hyperbolisch over de «obscenificering van het dagelijks leven», en een enkel schokkend tafereel (vader te intiem met dochter Billie) heeft collega-schrijver Tibor Fischer doen uithalen. Niet helemaal onbegrijpelijk. Pedofilie en incest als literair thema, het blijven precaire onderwerpen, waaromheen Amis zeer gedurfde scènes weeft. Het is hem te doen om de van seksuele verleiding en pornografie vergeven wereld (een «Borges-metropolis van porno»; Los Angeles heet «Fuck City»). En zo’n wereld zuigt alle moraal weg, totdat er een leegte overblijft, de zinloze leegte van het heelal, in de marge waarvan de mens nog geen broodkruimel of stofje is.

Martin Amis zet verschillende verhaallijnen uit in Yellow Dog. Er ontstaat zowaar een heuse plot waardoor de roman een zekere urgentie krijgt. Naast de Xan Meo-lijn, die regelrecht naar het criminele verleden van zijn vader leidt (maar wie is zijn echte vader?), is er het koninklijke verhaal. De prinsesselijke dochter van Henry (IX) England, Victoria, heeft niets te maken met het Britse Victoriaanse tijdperk. Als ontluikende adolescent vormt ze een willig slachtoffer voor de verborgen camera in de badkamer. De pornofilm of «blue movie» die daaruit voortkomt, Prinses Lolita, is een running gag in Amis’ roman. De «regisseur» van de pikante badkamer opnamen van de kroonprinses blijkt een soort oervader te zijn en draagt dezelfde naam als een boek van Henry Fielding: Joseph Andrews (1742), een van de eerste Engelse romans. Maar waar Fielding in het begin van zijn boek rept van «een goede man die (…) invloedrijker is dan een slechte», draait Amis het in zijn 21ste-eeuwse roman om (een beproefde methode die hij ook in Time’s Arrow en in zijn recente verhalenbundel Heavy Water toepas te). Xan Meo’s traumatische toestand voelt hedendaags aan, hoewel Joyce het al een eeuw geleden omschreef: «Het is iets waaruit je zou willen ontwaken — waarvan je je wil losmaken. Nu was het een droom in een droom. En het waren allebei boze dromen.» In Yellow Dog is het een intens slechte vader wiens moordzuchtige avonturen door hemzelf op tapes worden ingesproken. Xan Meo wil pijn doen. Oog om oog, is zijn posttraumatische credo. Hij heeft het niet van een vreemde.

En dan zijn er nog de media in Yellow Dog, de sensatiepers, de beruchte Britse yellow press: elke dag blote tieten in plaats van nieuws dat de wereld verandert; haatcampagnes tegen pedofielen; eindeloze wraakoefeningen tegen politici die seksueel of anderszins «afwijken» van de hypocriete, homofobe moraal in de Britse tabloids; leugens, roddel en achterklap. Elke zin gericht op de onderbuik of het oer instinct van de eenvoudige doorsnee-Brit. De mannelijke lezer van News of the World (waar geen wereldnieuws in te vinden is) is eerder een «wanker» (een rukker), zoals Amis hem laat karakteriseren in zijn roman. De sensatiejournalist Clint Smoker is weliswaar «klein geschapen» maar was «pen» niet een afkorting van «penis» (size zero)? Hij weet zijn fantasie tot fallusachtige proporties op te wekken en zijn «wankers» elke dag weer te verleiden met ranzige, haatdragende «yellow dog»-columns. Hij is een spin in het web van zijn Morning Lark. «De media maken iemands lijden goedkoop én ze maken er een troep van.» Op zijn beurt wordt ook Clint Smoker ingepalmd en grotelijks belazerd door een seksueel geobsedeerde lezer(es), die in ultrakort e-mailjargon («zij» heet niet Kate maar K8; seks is 6; California is Cali4nia) «haar» verlangens kenbaar maakt.

Boven deze ingenieus met elkaar verknoopte verhalen hangt de Apocalyps: de naderende asteroïde en een vliegtuig in nood. Verspreid door de roman zijn fragmenten opgenomen van Flight CigAir (Freuds sigaar, jawel, Amis kan ook heel flauw zijn) 101, op weg naar Houston, Texas. De gesprekken tussen cockpit en luchthaven en het passagiersgedrag aan boord geven Yellow Dog een extra spanningslaag. Bovendien is dat vliegtuigverhaal op een sinistere wijze hilarisch: een lijk in de bagagebuik van het vliegtuig raakt door de turbulentie «op drift» en brengt door zijn beweeglijkheid het vliegtuig in gevaar. Maar de weduwe weet niet wat haar dode man onder haar uitspookt.

Als Yellow Dog een satire à la Jonathan Swift is, die menige lezer uit zijn evenwicht kan brengen en die al vóór publicatie voor een polemiek zorgde, waarop dan? Op het Engelse koningshuis, dat is vergeven is van huwelijksrampspoed, overspel, wereldvreemdheid, post-Diana-trauma’s en potsierlijke poppenkast? Of is het misschien een aanval op de laaghartige yellow press die smult van de wraak- en jaloezieverhalen in de hogere kringen en die er een dubbele seksuele moraal op nahoudt? Wie Yellow Dog alleen op die twee niveaus leest, mist veel.

Niet toevallig heet het eerste hoofdstuk van deel I Renaissance Man. Amis’ hoofdfiguur Xan Meo (pornoacteur én auteur van een verhalenbundel) wordt herboren, dat wel, maar niet als de klassieke Renaissance-mens die uitblinkt in astronomie, theologie, wiskunde, militaire krijgskunde, navigatie, retoriek, klassieke en moderne talen, cartografie en poëzie. Nee, het hoofd van Amis’ zogenaamde Renaissance Man is leeg als dat van een beest of van een verslaafde televisiekijker. Yellow Dog gaat over de leegte in de wereld, dat wil zeggen over een moreel vacuüm (moral void) dat ervoor zorgt dat de mens zich verlaagt en verloedert. De porno-industrie speelt in op die morele leegte en zet door haar drang tot depersonalisering (seks, geen liefde) de wereld op z’n kop. «Je levert je verstand in en wat je geest interesseerde doet er niet meer toe; nu zat de beestachtigheid achter het stuur.» Wat blijft er dan nog over van begrippen als trouw (epithalamium), huwelijk of eerlijkheid? Kan iemand wel tegen zijn vrouw zeggen dat hij geen geheimen voor haar heeft?

Yellow Dog gaat over kinderen van kleine en grote tirannen, uitgerekend het onderwerp waarover Xan Meo’s vrouw, een Amerikaanse genaamd Russia (Amis’ naamgeving houdt niet over) die twintigste-eeuwse geschiedenis heeft gestudeerd, een boek heeft geschreven. Een hond is trouw, zelfs als zijn baasje in het stof bijt of vernederd wordt. Een mens is anders, die trapt al snel omlaag en likt de hogere in de maatschappij of op de markt.

In een mea maxima culpa-brief aan zijn vrouw, geschreven in een vliegtuig boven Groenland, noteert Xan Meo dat de man vijf miljoen jaar de macht heeft gehad en dat hij die nu, in de westerse wereld, moet delen met de vrouw. «Dat verleden heeft een gewicht, hoewel we net doen alsof het niet zo is.»

De lezer die beseft dat de morele leegte in deze wereld én de last van de geschiedenis niet te negeren zijn, kan vele ongemakkelijke leesogenblikken beleven aan Martin Amis’ Yellow Dog, de dramatische geschiedenis over de vernedering van de man.

Martin Amis

Yellow Dog

Uitg. Jonathan Cape, 340 blz., € 25,99